Waar gaat het om? Nederland verleende in 2003 “politieke steun” aan de oorlog die de Verenigde Staten en Groot-Brittannië begonnen tegen het Irak van Saddam Hoessein. Daar was toen veel weerstand tegen in bepaalde kringen. Toen de oorlog een fiasco werd en de motivatie bovendien dubieus bleek te zijn (er werden geen massavernietigingswapens gevonden) kwam er uit diezelfde kringen een roep om een parlementair onderzoek naar de Nederlandse steun.
 
Premier Balkenende verzette zich hier tegen en behield hiervoor altijd een meerderheid in het parlement. Persoonlijk vond ik het ook niet echt nodig. Het is gebeurd, we zaten fout en ik hoef niet per se te weten hoe het kabinet tot die beslissing kwam. We weten allemaal namelijk best hoe dat zat. De roep van de Halsema’s en Pechtolds van deze wereld was echter hardnekkig. En PvdA-leider Bos maakte er in de verkiezingscampagne van 2006 een belangrijk punt van.
 
Bos leverde het onderzoek bij de kabinetsformatie echter meteen weer in. In ruil daarvoor beloofde het CDA dat er niet aan het ontslagrecht gerommeld zou worden.

Gevolg van het dichtgetimmerde regeerakkoord was dat de PvdA-fractie voortdurend gedwongen was tegen de eigen wens in te stemmen en Balkenende dus kunstmatig zijn meerderheid tegen het onderzoek behield.

In die periode kreeg ik mijn twijfels. Mijn argument tegen het onderzoek was dat het onnodig was, maar waarom zou je er dan zo’n punt van maken in de formatie, een belangrijk thema als het ontslagrecht laten vallen en vastleggen dat je het parlement een recht ontneemt?
 
Een tijdje was het rustig, maar de laatste tijd kwam de roep om een onderzoek weer terug. PvdA-senator Klaas de Vries voelde zich (terecht) niet gebonden aan het regeerakkoord en probeerde in de Eerste Kamer een onderzoek af te dwingen. Ondertussen verschenen er steeds meer verhalen in de media: Nederland zou ook militaire steun hebben verleend en onze politieke steun was in ruil geweest voor de positie van Jaap de Hoop Scheffer als NAVO-baas. Verhalen die vragen opriepen, die dan ook aan de premier gesteld werden. Met als belangrijkste vraag: gaat dat onderzoek er nou eens komen?
 
Balkenende reageerde op de manier die we van hem gewend zijn: met veel woorden, maar zonder iets te zeggen.

Wel was duidelijk dat hij het onderzoek pertinent wilde blijven tegenhouden. Dat schept wantrouwen. Balkenende heeft al die tijd eigenlijk niet één valide argument tegen het onderzoek gegeven. Steeds meer wekte hij de indruk dat hij iets te verbergen had. Zodanig zelfs dat aanvankelijke tegenstanders VVD en PVV nu ook voor een onderzoek zijn. Net als ondergetekende.
 
Dat Balkenende nu plotseling zelf het initiatief nam tot een onderzoek, was dan ook te mooi om waar te zijn. Hij schakelt een onafhankelijke commissie in, zodat hij zelf de komende tijd verlost is van lastige vragen. Die schuift hij namelijk door naar de commissie. Het parlement wordt zo op een schandalige manier buitenspel gezet. Balkenende weigert zich te verantwoorden tegenover zijn controleur en verwijst naar een commissie die voorlopig nog wel even bezig is.
 
De oppositiepartijen zijn woedend, maar vice-premier Rouvoet riep al dat de ze hun zegeningen moeten tellen. Zo was het precies bedoeld. De premier zag dat het onderzoek onontkoombaar werd en heeft toen op een gehaaide manier voorkomen dat hij zelf in het openbaar verantwoording moest afleggen. En passant krijgt hij de PvdA koest en zet hij de oppositie als ondankbare zeurpieten neer. Ik heb oprechte bewondering voor de briljante manier waarop hij zich uit een onmogelijke situatie gered heeft. Maar hij krijgt de rekening nog wel gepresenteerd.
 
Want Balkenende is er hoogstpersoonlijk verantwoordelijk voor dat de roep om een parlementair onderzoek dermate aanhoudend is geworden dat hij nooit meer zal verstommen.

Als het arrogante CDA weer eens door de kiezer is afgestraft en niet meer de centrale rol in de regering inneemt, zal dat onderzoek er komen en komt de koppigheid van de premier als een boemerang bij hem terug.
 
Het is echter onwaarschijnlijk dat we ooit zullen weten waarom Balkenende zo halsstarrig was. Zijn antwoorden aan de onderzoekers zullen niets anders zijn dan een samenstelling van de standaardzinnen die hij altijd uitbraakt. Die zinnen kennen we nu wel. Wat blijft is het beeld van een onbetrouwbaar en manipulatief regeringsleider. Ik zou heel graag willen weten welk geheim die uitkomst waard is.
 
Roelof Smit