Op de eerste plaats: mijn naam is Marja Smits en ik heet jullie allemaal van harte welkom in het Harry van Bommelmuseum. Als jullie nu even in een halve cirkel om mij heen komen staan dan kunnen jullie mij goed verstaan. En ik kan jullie ook goed horen als jullie vragen hebben. Allemaal de naamkaartjes op? Mooi zo!

We beginnen hier bij de buste van Jan Marijnissen, slaan dan telkens linksaf en uiteindelijk komen we weer bij het beginpunt uit.

Meteen al een vraag. Ja? Waarom Jan’s schedel zo glimt? Nou, dat komt zo: net als bij het bronzen zwijn op het marktplein van Florence aaien veel bezoekers het beeld over zijn kop. Omdat ze denken dat het geluk brengt. En daar gaat het metaal mooi van glanzen. In Florence gooien ze als dank een muntje in de fontein vlak voor het beeld. Maar bij gebrek aan fontein rapen wij hier de muntjes zelf op. En zo belangrijk is dat trouwens niet.

Kom, we moeten verder.

Hier zien jullie Harry’s laatste speech. Het gaat over de Derde Intifada. Hij schreef die toespraak terwijl hij nog leefde, dus het is een heel zeldzaam papiertje. Daarom zit het ook tussen twee glasplaten. En waar kennen jullie die glasplaten ook alweer van? Precies: Harry had ook altijd twee glasplaten in zijn boodschappentas. Zo kon hij het alarmsysteem van grote supermarktketens als Albert Heijn en Dirk van den Broek ontregelen. Namelijk door allerlei etenswaar er precies tussenin te zetten als hij door de detectiepoortjes liep. De gestolen spullen bracht hij altijd meteen naar de voedselbank. Cool hè?

Zo, als we nu allemaal even doorlopen, ja: ook daar achteraan, dan komen we bij de vitrine met Harry’s Palestijnse Sjaals. Hij had er drie: een rode, een zwarte en een donkergroene. Dan moeten jullie natuurlijk meteen aan de Palestijnse vlag denken, hè? Het is niet bekend welke hij precies omhad toen hij stierf: op niet één exemplaar zijn bloedsporen aangetroffen. Waar jullie wel voor moeten oppassen is dat jullie niet in de val trappen een nep Van Bommel-sjaal te kopen. De echte zie je hier en de valse zijn meestal van Gretta Duisenberg, Freek de Jonge of Mohamed Rabbae geweest. En die van mij? Goeie vraag hoor, Fatima! Nou, de mijne was van Anja Meulenbelt!

Gaan jullie mee?

Nog even doorlopen, ja: hier is het. Maak maar weer een halve cirkel. In deze glazen kast zien we het eerste exemplaar van Het Zwaard van Allah. Harry’s bloedeigen autobiografie. Rare titel? Ja, dat klopt! Eerst zou het boek: De Moslim met het Witte Hart heten. Maar Arthur Japin maakte bezwaar omdat het te veel leek op De Zwarte met het Witte Hart. En achteraf bleek ook nog dat Harry’s uitgever de boektitel had gereserveerd voor de memoires van premier Aboutaleb. Komen jullie?

Hier in deze vitrine zien we weer een A4tje tussen twee glasplaten. Waar doet je dat aan denken? Aan een boodschappentas? Bijna goed! Maar ook dit keer gaat het, net als bij Harry’s speech over de Derde Intifada, om een heel zeldzaam papiertje. Het is namelijk een bedankbriefje van Kardinaal Richard Williamson, gericht aan Harry, voor zijn steun bij het ontmaskeren van het Zionistisch Complot. Williamson mag deze week meedoen met de verkiezing van de opvolger van Benedictus XVI. Zoiets heet een conclaaf. Een hele belangrijke meneer dus, want wie weet: straks wordt hij misschien wel Paus!

Nu we aan het eind van onze rondleiding zijn gekomen, graag jullie aandacht voor het topstuk van het museum: Harry’s voorhuid.

Na zijn bekering tot de Islam in 2010 stopte hij het in een medicijnflesje met alcohol. Heel slecht, dat weten jullie allemaal wel. Intussen bewaren we onze museumschat op een medisch en religieus verantwoorde manier. Een vraag? Ja, zeg het maar Rachid! Dat ‘ie zo klein is? Tsja, Harry was nu eenmaal niet zo flink geschapen… Zo zie je maar dat weinig mensen ook maar íets van Harry snapten. Want telkens als ze over hem praatten, hadden ze het over een grote lul.

Norbert Splint