"Hm, intrigerend…" hoorde ik haar mompelen, hij reageerde: "Zie je die lijnen? Die compositie is onbeschrijfelijk." Ik keek naar drie houtskoolstrepen aan de muur en probeerde hen te begrijpen. Met zijn wijsvinger trok hij wegdromend denkbeeldige lijnen. "Hoe doet die kunstenaar dat toch… Het gebruik van die ruimte."

Om vrolijk cynisch te laten merken dat ik het tweetal volledig verloor in dit dromerige dialoog, zei ik opzettelijk gemaakt met een opgetrokken wenkbrauw. "Ik vind met name de wisseling van structuur in strepen waanzinnig, de asymmetrie is meesterlijk."

De respons was alsof ik zojuist enorme aansluiting bij hen gevonden had, de twee waren het er helemaal over eens. "Grappig dat wij het op een eigen manier bekijken, en toch alledrie zo waarderen." Dit idee bleek bij hen meervoudig bevestigd toen ik in latere opmerkingen verder overdreef.

Mijn sympathiek toneelstuk bleek voor hen niet onderscheidbaar van echt. En ik acteer heel slecht.

Vooraf verwachtten zij een gevoel met me te gaan delen. Die verwachting maakte het mijns inziens dat de schijntekenen van mij al snel oprecht leken, waardoor hun vermoeden bevestigd werd. De afstand tussen het tweetal en mij groeide daardoor nogal. Hun verrassing bleek compleet toen ik met alle respect evalueerde het bestaansrecht van de expositie niet te bevatten.

Nu was ik duidelijk niet met mijn beste vrienden, de twee waren studiegenoten en veel diepgang van een dergelijke verhouding hoef je (nog) niet te verwachten. Toch verraste het mij dat deze kennissen zich zo persoonlijk onbetrokken lieten in hun omgang met mij, wellicht ook met elkaar.

Hun uitnodiging was warm, maar het resterende bleef niet-authentiek: oogcontact was onpersoonlijk.

Na een verder ondoortastende, maar gezellige lunch stapte ik in de trein. Tijdens de terugreis vond ik parallellen tussen de expositie en mijn contact met het tweetal. Kunst is kunst: je kunt erin zien wat je wilt zien. Je maakt geen contact met de kunstenaar van het werk, maar je neemt jouw indruk van diens werk tot je.

Als het tweetal in mijn woorden hoorden wat zij wilden horen, als zij van mij zagen wat ze wilden zien… Met welk deel van mij maakten zij dan contact? En wat is de meerwaarde van zulk contact voor mij?

Ik werd herinnerd aan deze vragen drie weken na deze expositie, toen ik een oud-klasgenoot van de HAVO in een Alkmaarse kledingwinkel trof. "Hey Laurens, jij bent homo, jij hebt hier kijk op. Wat vind je van deze schoenen?"