Een vriend, die niet zo goed tegen Jens’ gedrag kon, dacht hem eens goed de waarheid te zeggen. Dat maakte Jens echt down. Hij vond zichzelf al niet OK; nu helemaal niet meer.

Op een avond vertelde Jens hoe intens klote hij zich voelde. Echt helemaal van binnen uit. Hij had er moed voor nodig om het te vertellen. Hij merkte dat Daan luisterde. Dat was een goeie avond voor Jens.

Daan zag, ondanks zijn goede zorgen, steeds meer een lusteloze vriend. Zuchtend, traag pratend. Beroerd slapend en ‘s ochtends de puf niet meer om uit bed te komen. “Waarvoor?”, vroeg Jens dof voor zich uitkijkend af. Daan raadda hem aan om naar een therapeut te gaan. Jens draaide zich om en ging in bed liggen.

Jens had alle verschijnselen van een echte depressie.

Dagen achtereen somber, soms vervallend in wanhoop, zichzelf en zijn leven waardeloos vinden, tot niks komen, slecht concentreren, zich veel terugtrekken en slecht slapen; zo kwam hij bij me. Lichamelijk viel me de vlakke ademhaling en het vele zuchten op. Alle fut was eruit. Seks was er al een half jaar niet meer, zei hij, zelfs zijn eetlust leed er onder.

Relatietherapie is naast anti-depressiva heel effectief tegen een depressie (1). Daan kwam daarom op mijn verzoek mee met Jens. Ik kreeg ook een goed contact met hem. Het was een nuchtere vent, die niet zo makkelijk zei waar het op stond. Veeleisend aan zichzelf.

Daan vertelde na een sessie hoeveel moeite hij met Jens’ depressie heeft. Het viel mij op dat de gangbare rivaliteit tussen mannen bij deze twee ontbrak. Ik provoceerde ze daarom wat. Daan zei voor het eerst op een wat verwijtende toon: “Vroege wilde ik knuffelen maar dat liet ie niet toe. Nu zit ik bij de TV erbij en kijk ik er naar. Ik merk dat ik afstand neem”. Jens spitste zijn oren: “Ja”, zei hij, “en dat doet nou zo’n zeer. Wat een ongelooflijke lul ben je eigenlijk!”

Omdat ik ook goed contact met Jens onderhield, kon hij van mij begrijpen, dat hij zelf o.a. met zijn irritaties Daan op een afstand zette. Ik vroeg hem of hij dat ook echt wilde. Gebogen in zijn stoel, keek hij naar beneden; hij schudde zacht zijn gebogen hoofd.

Ik nodigde Daan uit tegenover hem te gaan zitten, en zijn hoofd in zijn handen te nemen.

Jens liet het toe. Daan streelde hem een beetje. Ik zag hoe Jens’ hoofd naar Daan neigde. Een klein teken van leven. Ik gaf ze als huiswerkopdracht mee: “Ga elke week een avond na het eten elkaar eens masseren. Niet om seks te hebben; zelfs beter om het te vermijden. Gewoon elkaar een beetje strelen; naakt. En doe dan ieder vooral, wat goed voor jezelf voelt, waarbij Jens mag aangeven hoeveel contact hij wil”.

De volgende keer vertelde ze dat ze al gauw heel dicht, naakt tegen elkaar aan hadden gelegen. Daan werd er opgewonden van. Jens natuurlijk niet. Toch vertelde Jens dat hij de nabijheid zo fijn vond. Dat was een goed teken. Ik gaf hen wederom dezelfde opdracht, waarbij Jens niets hoefde, maar mocht hij opgewonden raken, dan mocht hij helemaal zelf doen wat hij wilde.

Jens vertelde dat Daan weer opgewonden werd, en dat hij zelf dat zelf ook fijn vond. Hij had zelfs een orgasme gehad in de armen van Daan. Hij zei dat het lang geleden was, dat hij weer ademde!

Jens kreeg van me te horen dat hij het leven in zichzelf maar mondjesmaat toelaat door zijn depressie. Dat hij -letterlijk- niet normaal doorademt. Dat hij van binnen weinig meer leeft. Dat zijn teleurstellingen zich hebben genesteld in een negativiteit naar zijn omgeving. Ik zei dit zo liefdevol mogelijk omdat ik weet hoe vreselijk gevoelig Jens voor kritiek is. Dat zou immers weer om kunnen slaan in dodelijke zelfverwijt.

Ik ging met Jens na waar hij vroeger plezier en levenslust aan ontleende. Hij noemde zijn teamsport volleybal. Nu deed hij alleen zijn eenzame werkrondjes in de sportschool. Ik adviseerde hem weer te gaan ademen; ook door positief te gaan sporten.

Warming-up’s en hardlopen fysiek zwaar maken, waardoor je als vanzelf weer moet ademen.

Daarmee uit je hoofd gaan; gewoon weer gaan voelen, gewoon weer in je lijf komen. Tegelijkertijd een klein doel stellen in de te behalen prestatie. Telkens als je het haalt, jezelf een beloninkje geven voor de kick. Genoeg om je al wat beter te gaan voelen. Ik gaf hem hierbij veel OK’s.

Ik heb Daan en Jens uitgenodigd elkaar vaker een compliment te geven. Dat werkte. Onbewust hadden Daan en hij in hun veeleisendheid een klimaat geschapen waar zelfkritiek makkelijk postvatte. En zelfverwijt is de kern van een depressie.

1.    Lit: Depressie: theorie, diagnostiek en behandeling. F.A. Albersnagel, P.M.G. Emmelkamp en R.H. van den Hoofdakker. ISBN 90 313 2223 7.