Er valt soms een bittere trek om zijn mond waar te nemen. Die verdwijnt als sneeuw voor de zon, wanneer je hem aanspreekt. Vrienden beschrijven hem als "een lieve bitch. Ze tut de hele tijd met je aan; heeft een enig huis, en huppelt er doorheen. Begrijp je wel…”. Van zichzelf zegt hij ietwat te nadrukkelijk: “Zo ben ik gewoon!”. Toch heeft hij weinig zelfvertrouwen.

Nu zijn er veel vrouwelijke (homo)mannen. Opvallend is vaak een tedere moederlijke kant die uit hun houding spreekt. Supernatuurlijk en écht!

Maar sommigen hebben zich vrouwelijke maniertjes aangemeten. ‘Smilen’ maar niet liefhebben. Dat komt dan over als gemaakt: lievig, bitchy of geaffecteerd. Dat is een narcistische trek, waarmee een vals zelfbeeld ten toon wordt gespreid. Al hoewel dit vaak voor de persoon zelf als een tweede natuur aanvoelt.

Haarfijn heeft hij een antenne ontwikkeld om een ander niet teveel te zijn. Althans in situaties die hij niet onder controle heeft. Angst voor afwijzing is immers zijn grootste vijand. In de kroeg straalt hij; maar dat is als een podium. Bij mij hoeft hij niks op te houden.

Ik kan van niemand houden, is zijn klacht. Op zich is therapie starten al een hele stap voor iemand die sterk narcistisch is ingesteld. Immers, diegene moet ‘niemand nodig hebben'. Anders komt er al snel oude hechtingspijn naar boven. Het is iemand, die diepe eenzaamheid kent. Het motto is: “I just don’t give a shit’.

Ik liet niet meteen merken hoe ik te doen had met zijn eenzaamheid. Dat zou hij dan waarschijnlijk ontkend hebben.

Terwijl hij vertelde over zijn teleurstellingen in zijn leven, viel het me op, dat weer die bittere trek op zijn mond verscheen; en…dat hij op twee benen ging staan. Het ‘lievige’ verdween; ineens stond er een man, een boze man.

Hij zei: “Ik word nerveus van mannen. Ik heb meer vriendinnen dan vrienden. Ik haat mannen; ze houden van voetballen, trappen tegen een bal of trappen iemand dood als het moet. Ik haat mezelf, dat ik op dat soort mensen val”.

Zijn eerste grote liefde in zijn leven had hem verlaten. “Die ging trouwen!! Ik zakte door de grond…” Hij had veel ontrouwe vriendjes gehad, had hiv opgelopen en was heel teleurgesteld in het homoleven. “Een keihard rotleven is het toch?”, zei hij. Hij fulmineerde erop los. Wel stond hij dan weer stoer en stevig.

Ik verkende met hem zijn ergernissen. Steeds meer kon hij voelen, hoe boos en hoe pijnlijk teleurgesteld hij was. Hij kon degene, die hem achteloos besmet had wel wat aandoen. Dat was geen razernij maar koude woede. Hij kon deze man wel doodtrappen. In de therapie deed hij dat ook letterlijk tegen een matras. Hij kwam steeds meer in zijn kracht.

In het begin waren er weinig tranen na de woede. Pas toen hij over zijn vader begon, die hij van jongs af aan heeft gemist, kwamen er bittere tranen: “Geen knuffel. Niks. Nooit trots op me. Niks… Ik kan nog steeds jaloers worden als ik een vader zie die z’n jochie zo trots omhoog houdt”.

Jasper is wel uit de kast gekomen maar houdt niet van zijn homo-zijn.

In de therapie hielp het hem om denkbeeldig tegenover zijn vader te gaan staan en te zeggen: “Pa, ik ben echt anders. Ik voel dat altijd al zo. Ik ben anders dan andere mannen, anders dan jij. Ik ben zo homo. Ik hou met hart en ziel van mannen en ik leef het uit”. Niet om een dikke vinger naar hem op te steken, maar wel om 'op z’n poten te gaan staan’. Dit sterkte hem. Ik weet ook zeker dat de vaders van tegenwoordig dan respect voor hun zoon zullen opbrengen.

“Ik schaam me dat ik me laat nemen. Ik ben net een wijf”, gooide hij eruit. Nu is schaamte eigenlijk jezelf bekijken door de ogen van anderen, een angst voor veroordeling. Dus ik hield hem voor dat hij zich niks aan moest laten praten. Macho - heteromannen roepen dat hmo's aan hun kont zitten etc. Homo’s hoor je dit nooit zeggen. Dit gepraat is hun projectie op ‘de homo’; nodig om een vage angst eronder te houden. Ergens bang om door een man seksueel overweldigd te worden, of zelf een man te overweldigen. Agressieve seksuele driften, zou Freud zeggen”. Op zich niks mis mee; wel als je er bang voor bent. Dan geef je ze geen plaats en gaan ze een schaduwleven leiden.
.
Toch schaamde hij zich nog: “Het is zo vrouwelijk, dat ik passief ben”. Ik vroeg: “Is er iets mis met vrouwelijkheid? Is dit niet jezelf bekijken door een heterobril? En onbewust weer een veroordeling toelaten…? Doe nu maar gewoon waar je voor je gaat. Bedenk dat veel heteromannen daar geen erotisch gevoel durven toe te laten. Misschien wel omdat ze als een magneet naar voren willen bij een sexy vrouw. Ze veronachtzamen dan een stuk van hun manlijke erotiek”. Jasper: “Maar eh… het is wel onnatuurlijk van me!”. Ik zei: “Ja, als je zo’n heteroman wil zijn, wel. Ben je dat? Wil je dat?”

Ik hield hem voor, dat veel mannen zachte mannen zijn van binnen, omdat ze hun hart open hebben.

Dat dit hartstikke OK is: “vrouwen zien dat snel. Je hoeft niet van voetballen te houden, terwijl je wél voor jezelf mag gaan staan, vooral in je seksualiteit. Verder hebben we sterke sociale antennes ontwikkeld. We zijn vaak tactvol in sociale situaties, omdat we anderen goed aanvoelen, en kunnen goed ingaan op lastige gevoelens. Vaak is dat prettig voor anderen. "

Daarom gaan veel heteromannen, bijvoorbeeld op het werk, graag om met homomannen. Dat vinden ze prettiger, hoor ik vaak. “Niet van dat hanengedrag”, zeggen ze dan. Ik ging nog even door: “Homomannen zijn de smeerolie in organisaties; zeker bij conflicten! Wij laten graag de mooie kant van het leven zien. Dat is onze onschatbare waarde voor de samenleving”. Ik zag Jasper glimlachen; echt.