Het is natuurlijk een prachtig streven. Het klinkt ook wat raar als je zegt dat je er tegen bent. Dat is net zoiets als claimen vóór armoede of tegen het milieu te zijn. Er is overigens ooit wel een argument voor kernwapens bedacht. Een politicologische wijsheid luidt dat liberale democratieën geen oorlog met elkaar voeren. Volgens sommige theoretici geldt iets soortgelijks voor kernmachten. Het gooien van een atoombom zou namelijk betekenen dat je er meteen één terug krijgt en wederzijdse vernietiging zou dan de uitkomst zijn. Daar heeft niemand belang bij.
 
Daarom vochten de VS en de Sovjet-Unie in de Koude Oorlog hun conflict uit in de periferie van de wereld. Daarom ook is Rusland zo tegen het geplande Amerikaanse raketschild. Als de VS ineens Russische raketten kan onderscheppen, is die noodzakelijke balans immers weg. Daarmee zou Amerika geen reden meer hebben om Moskou niet te bombarderen. Een redenering die vanuit Russisch perspectief best te volgen is. De theorie van de atoomvrede is echter gebaseerd op de gedachte dat regimes altijd rationeel handelen – en dat is op zijn minst twijfelachtig.
 
Daarmee valt het enige argument vóór kernwapens weg.
 
Obama’s streven is dus nobel en wenselijk. Maar dat maakt het nog niet haalbaar. Het zal al een heidens karwei zijn om alle huidige kernmachten (behalve de VS zijn dat Rusland, China, Groot-Brittannië, Frankrijk, India, Pakistan en vermoedelijk Israël en Noord-Korea) ervan te overtuigen de wapens in de ban te doen. Vanwege onderling wantrouwen zal de verleiding groot zijn om toch maar wat achter de hand te houden. En als je er juist wél op vertrouwt dat de vijand zijn wapens echt ontmantelt, is het eveneens geen gek idee om zelf vals te spelen. Dit soort onzekerheid verstoort de toch al kwetsbare balans en maakt de situatie misschien per saldo alleen maar gevaarlijker.
 
Maar zelfs als Obama erin zou slagen alle staten kernwapenvrij te maken, dan is er nog altijd de dreiging van een aanslag door terroristen. De Amerikaanse president zei zelf al terecht dat deze optie momenteel het grootste nucleaire gevaar is. En als alle kernwapens zijn ontmanteld, is nog steeds bekend hoe je zo’n wapen moet maken. Die informatie is al verspreid over diverse delen van de wereld. Zulke kennis kun je niet meer ongedaan maken en kwaadwillende mensen zullen altijd bestaan.
 
De realiteit is niet leuk, maar daarom niet minder waar.
 
De waarheid kan heel vervelend zijn. En idealisme kan heel mooi zijn. Obama’s woorden oogstten dan ook applaus. Hij maakte echter tussen de regels door duidelijk dat hij de realiteit wel degelijk onderkent. Zo wil hij niet meteen alle Amerikaanse kernwapens in de ban doen, want hij heeft ze nog nodig ter afschrikking van sommige landen. Bovendien wil hij vanwege het Iraanse atoomprogramma doorgaan met de ontwikkeling van het door de Russen verfoeide raketschild. Het is fijn dat de Amerikaanse president niet naïef is, maar het uitspreken van een onhaalbaar idealistische doel begint dan toch op ordinair populisme te lijken.
 
En dat heeft hij helemaal niet nodig.
 
Obama’s tactvolle aanpak van landen als Iran en Noord-Korea is ongetwijfeld effectiever dan de ramkoers van zijn voorganger. Ik sluit niet uit dat hij erin slaagt het gevaar van kernwapens (op het niveau van staten, want terroristen zijn niet zo diplomatiek ingesteld) te verminderen. Dat zou al een prachtige prestatie zijn, zeker als hij ook iets kan bijdragen aan het oplossen van de crises in de economie en het klimaat. Er zijn kansen genoeg voor een grandioos presidentschap. Obama is zich duidelijk aan het afzetten tegen het beleid van Bush en bezig een geheel nieuwe koers te varen. Hopelijk slaat hij daar niet in door.
 
Roelof Smit