Vandaar dat ik verbaasd was toen zich een tijdje terug een fraai staaltje homofobie afspeelde in mijn omgeving. Het was een zaterdag en ik bevond mij in een bar om het een en ander te nuttigen. Terwijl ik aan de bar stond en mijn vriend aan een tafeltje zat speelde het volgende zich volgens overlevering af bij de mannen die naast mij aan de bar stonden.

“Kijk, dat is een homo.”
“Raar woord eigenlijk, homo. Ik vind het vrij misselijkmakend.”
“Ja, ze moeten het maar veranderen in misselijkmakendheid.”
“Stil nou, je geeft ze aandacht, dat is juist wat ze willen.”

En weg waren ze naar de andere kant van de zaak.

Zoals een ieder begrijpt was ik nogal teleurgesteld dat ik, ondanks mijn dichte nabijheid, niks had vernomen van het gesprek. De heren in kwestie hielden zich op met twee dames aan de andere kant van de zaak, en zagen er, voor zover ik dat kon onderscheiden lelijk uit.

Het is geen rancune mijnerzijds dat ik de twee vetkleppen lelijk noem. Ze waren het. De dames die bij hen stonden waren geen Claudia Schiffers, maar zeker niet de lelijksten. Het leek mij dan ook vrij onwaarschijnlijk dat een beider tonnetjes met een der dames mee naar huis zou gaan. Zou daar de noodzaak vandaan komen om twee wildvreemde jongens af te zeiken?

Koekje van eigen deeg, dacht ik en ik begon plannen te smeden om ze terug te pakken en op hun nummer te zetten ten overstaan van de vrouwen (want als ik alle regels goed heb begrepen kicken vrouwen op homo’s en ben je als hetero niet handig bezig als je homofoob bent in de nabijheid van je wijf).

Het ontbrak mij echter weer aan moed ze tegemoet te stappen, ook al zag ik Julia Roberts in Notting Hill voor me die een groepje corporale accountants terugzette. Ik besloot ze in hun sop gaar te laten koken en ze geen aandacht te geven, want dat zou ze alleen maar gelijk geven.

Nee, het idee dat de autochtone homofoob het in een hippe kroeg waar de scheidslijn tussen hetero en homo al vrij vaag was, het toch niet lang vol zou houden was voor mij genoeg voldoening. Vroeg of laat komt zo’n vent zichzelf wel tegen, dacht ik. En tot die tijd gaan ze hun gang maar.

Wie het laatst lacht, lacht immers nog steeds het best.