Het haastig verwijderde bloemetje tekent de manier waarop de Nederlandse bevolking reageert op ernstige geweldsdelicten als de aanslag op Koninginnedag. Vol woede en haat, alles zwart-wit. Natuurlijk is dat begrijpelijk. De beelden uit Apeldoorn waren afschuwelijk en confronterend. De slachtoffers zijn nietsvermoedende, onschuldige mensen. Levens zijn weggenomen, andere levens geruïneerd. Door Karst Tates. 
Over deze mysterieuze man doen veel geruchten de ronde, maar uiteindelijk weten we slechts dat hij 38 jaar was, in Huissen woonde en minstens eenmaal cannabis heeft gebruikt. Op internetfora wordt hij afgeschilderd als de duivel op aarde. Na zijn overlijden reageerde de ene helft van de bevolking tevreden, terwijl de andere helft klaagde dat hij er te gemakkelijk van af was gekomen. 
Ook ik had liever gehad dat hij was blijven leven. Net als iedereen wil ik een antwoord op de vraag waarom.  
Wat ging er mis in het hoofd van deze man dat hij zijn verschrikkelijke dodenrit begon? We hebben al diverse verklaringen gehoord van mensen “in zijn omgeving”, maar uiteindelijk hebben we allemaal geen idee wat de werkelijke reden was. 
Ik merk dat ik gevoelens van compassie voel voor Karst Tates. Niets, helemaal niets, kan rechtvaardigen wat hij op Koninginnedag deed. Maar ook deze man moet een verhaal hebben. En op basis van wat er bekend is, komt hij boven alles over als een tragisch figuur. Een eenzame stakker, die zwaar teleurgesteld is geraakt in het leven en een bizarre en schandalige uitweg heeft gekozen. 
De hopeloze mislukking van zijn aanslag versterkt dat beeld alleen maar. Met het hoofd al gebogen ramde hij het monument, niet meer in staat zijn koers te verleggen naar de bus die hij eigenlijk had willen teisteren. Zelfs in zijn zelfgekozen slotakkoord faalde hij. 
Ook ik speculeer. Misschien zit ik er wel helemaal naast en was Karst Tates een door en door slecht mens. Dat kan. Net zo min als de woedende massa ken ik zijn verhaal.  
Mijn geliefde suggereerde scherp dat mijn gevoelens omtrent de dader te verklaren zijn door de anonimiteit van de slachtoffers, die in tegenstelling tot bijvoorbeeld Pim Fortuyn en Theo van Gogh geen publieke figuren waren. Maar dat is toch niet het geval. Door de beelden en de berichtgeving weten we wie ze zijn. De Antilliaanse dansers uit Almere, de Tilburgse drumband met verstandelijk gehandicapten. Het kleine meisje en de man die op de onwerkelijke foto’s zo stil stonden, maar in werkelijkheid door de lucht vlogen. Anoniem zijn zij zeker niet. 
En dan de Koningin en haar familie. Fysiek ongedeerd, maar net zozeer slachtoffers. Niet alleen probeerde iemand hen iets aan te doen en zagen ze van dichtbij vreselijke dingen gebeuren, er zijn ook mensen gestorven bij een aanval die voor hén bedoeld was. En niet zomaar mensen, maar mensen die speciaal voor hén op die verkeerde plek waren. Dat is heel wat om mee verder te leven. Met rationalisaties krijg je zulke gevoelens niet zomaar weg. Ik vrees dat de Oranjes een flinke dosis nazorg nodig hebben de komende tijd. 
Maar hoewel mijn verdriet om al deze slachtoffers vele malen groter is dan dat om de dader, kan ik me niet losmaken van gevoelens van treurnis om deze zo volledig verloren mens.  
In onze harde maatschappij is dat voor de meerderheid teveel gevraagd – en dat kan ik ook wel begrijpen. Maar het bloemetje voor de familie, dat beetje medeleven voor mensen die op hun manier ook slachtoffer zijn… Die nuance mag er toch wel zijn? 
Roelof Smit