Het begon al met de reacties op Ruttes eerlijke uitspraak dat een voortvloeisel van dit plan is dat ontkenning van de Holocaust niet altijd strafbaar is. Waarom hier zo geforceerd en overspannen op gereageerd moet worden is me een raadsel. “Beneden alle peil”, oordeelde premier Balkenende niettemin. Hoor wie het zegt. Met zo’n staat van dienst gaat het niet aan om wat dan ook beneden alle peil te noemen. Balkenende vertelde dat hij wist hoe vreselijk de Holocaust was geweest. Nou hoera. Alsof Rutte dat niet weet.
 
Eigenlijk zou het wel fijn zijn als onze premier helemaal niets meer zou zeggen.
 
Doorgaans braakt hij toch alleen maar klodders nietszeggendheden uit. Zodra een journalist een vraag stelt, trekt hij zijn hoofd een beetje scheef, komt dat misselijkmakende glimlachje tevoorschijn en volgt een reeks dooddoeners waarvan niemand na afloop weet wat hij nu echt probeerde te zeggen. Balkenende maakt je bewust duizelig, zodat je geen flauw idee meer hebt hoe je hem van repliek moet dienen. Als je alles wat hij voor de camera gezegd heeft zou uitschrijven – in godsnaam, begin er niet aan: zoiets gun je niemand – is de conclusie vermoedelijk dat hij regelmatig daadwerkelijk niets zegt. Dat hij een zin begint met één van zijn standaardconstructies en hem meteen weer eindigt met de volgende. “Als het gaat om respect, dan moeten we daar met elkaar aan werken, daarover geen misverstand”. Zoiets.
 
Onlangs noemde SP-Kamerlid en de facto partijleider Jan Marijnissen de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking een “flapdrol”. Nu is dat aantoonbaar correct. Bert Koenders is een flapdrol. De woordkeus is zelfs bijzonder treffend. Als je er goed over nadenkt, zou niemand méér in aanmerking komen voor de benaming flapdrol dan minister Koenders. Maar ja, het is wel een minister en een beetje respect voor dat ambt zou wel passen. En was het niet Marijnissen die jaren geleden de Kamervoorzitter “effe dimmen!” toevoegde nadat deze zijn eindeloze geraaskal probeerde in te dammen?
 
Een zwijgende Marijnissen kan eigenlijk ook geen kwaad.
 
Mijn twijfels over het plan van Rutte groeiden. En het kwam steeds dichterbij, ook buiten de politiek. Nietsvermoedend lopend door onze hoofdstad werd ik plotseling geconfronteerd met een poster die het nieuwe boek van Robert Vuijsje moest aanprijzen. Daartoe stond onderaan de poster het statement “Indrukwekkend geschreven”, gevolgd door de naam Matthijs van Nieuwkerk. Ik vroeg me af waarom. Ik heb nooit begrepen dat Van Nieuwkerk een literatuurkenner was. Bij mijn weten is hij een overschatte en zelfingenomen presentator – twee ondeugden overigens die onafhankelijk niet eens zoveel kwaad kunnen, maar gezamenlijk rampzalig zijn.
 
Je kunt natuurlijk verdedigen dat een gewaarschuwd mens voor twee telt en ik het boek van Vuijsje gewoon links moet laten liggen. Dat zal ik ook zeker doen. Maar dat neemt niet weg dat ik de mening van Matthijs van Nieuwkerk eigenlijk niet wil weten.
 
Integendeel: bij voorkeur heb ik dat hij dat overenthousiaste geacteerde smoelwerk gewoon niet meer opentrekt.
 
De paniek begon toe te slaan. En terecht, zo bleek. Op een feest van vrienden van mijn ouders had ik een bijzonder leuke gesprekspartner gevonden. Diverse onderwerpen kwamen aan de orde, maar we werden regelmatig gestoord door een derde die zich meende in het gesprek te moeten mengen. Aangezien hij weinig tot niets te melden had over hetgeen wij bespraken, maakte hij steeds meteen een bruggetje naar zijn eigen werk en ging daar uitvoerig over vertellen.
 
Dat had op zich nog best interessant kunnen zijn, ware het niet dat zijn werk een adviesbureau betrof. En als er één categorie mensen te allen tijde zou moeten zwijgen, maar dat helaas juist nooit doet, dan is het wel het adviseursgilde. De persoon in kwestie ging ook nog eens speechen. Vanaf het moment dat het me ging opvallen, ben ik gaan tellen. En heb ik liefst vierentwintig keer de ellendige Balkenendische mode-uitdrukking “met elkaar” moeten aanhoren. Soms zelfs meerdere keren in één zin.

“Ik bewaar goede herinneringen aan de vakanties die we met elkaar hebben gehad, dat we ’s avonds met elkaar een rosétje dronken en van het uitzicht genoten. Wat hebben we daar met elkaar veel plezier gehad”.
 
De maat was vol. Teveel mensen komen simpelweg niet in aanmerking voor de vrijheid van meningsuiting. Mark, ik smeek je: draai je plan terug. Of beter nog: gooi het volledig om. Het zou mensen slechts in uitzonderlijke gevallen toegestaan moeten zijn om wél te spreken.
 
Roelof Smit

Lees ook:
» Roelof | Nuance (33) reacties
» Roelof | Idealisme (69) reacties
» Roelof | De Grootste (169) reacties
» Roelof | Grenzen (20) reacties
» Roelof | Onbetrouwbaar en geniaal (17) reacties
» Roelof | Waarschuwing (44) reacties
» Roelof | Opwindend (31) reacties