Deze fictieve situatie zou zich anno 2009 zomaar in Nederland voor kunnen doen. Als een school in haar ‘grondslag’ schrijft dat een homoseksuele levensstijl niet bij haar religieuze identiteit past, dan mag een school op die basis onderscheid maken (oftewel: discrimineren). Kort gezegd komt het er op neer dat homo zijn geen reden mag zijn om te discrimineren, maar homo 'doen' wel.

Welk voorbeeld geeft een school als zij stelt dat een meester of juf op basis van het beleven van zijn of haar seksuele oriëntatie maar beter niet voor de klas kan staan? Kinderen die op deze school les krijgen zullen denken dat homoseksualiteit afgekeurd dient te worden. Hoe moeten leerlingen met homoseksuele gevoelens zich voelen? Het staat haaks tegenover de sociale acceptatie die het Kabinet beoogt.

Artikel 23 van de grondwet bepaalt dat onderwijs op basis van eerbiediging van ieders godsdienst of levensovertuiging wordt geregeld, dit geldt ook voor de aanstelling van onderwijzers. Tegelijkertijd bepaalt artikel 1 van de grondwet dat iedereen gelijk behandeld wordt. De uitvoering van de grondwet is in algemene wetten geregeld: de algemene wet gelijke behandeling bepaalt dat discriminatie op basis van seksuele oriëntatie verboden is. Speciaal voor het onderwijs is echter de enkele feit constructie in het leven geroepen, die soelaas moest bieden in bovenstaande gevallen. Deze regeling stelt dat een school op basis van haar grondslag in bijkomende omstandigheden onderscheid mag maken. Zo’n bijkomende omstandigheid kan bijvoorbeeld homoseksualiteit zijn.

Over de situatie in het onderwijs wordt nu al heel wat jaren fel discussie gevoerd. Enerzijds willen we religieuze scholen homoseksualiteit niet door de strot duwen, anderzijds staan wij voor de belangen van homoseksuelen. Homoseksuele docenten zullen er niet snel voor kiezen om op een school les te gaan geven die in haar grondslag de homoseksuele levensstijl afkeurt, of ze zullen er voor kiezen hun homoseksualiteit verborgen te houden. Leerlingen daarentegen hebben niet altijd de keus om voor een andere school te kiezen. Zo’n grondslag kan dan leiden tot ernstige innerlijke conflicten bij jongeren met homoseksuele gevoelens, soms resulterend in mentale gezondheidsproblemen.

Zou het om het weren van leraren van allochtone afkomst uit het onderwijs gaan, dan was de huidige discussie taboe geweest. Uiting geven aan je homoseksualiteit wordt nog niet altijd als een vanzelfsprekendheid beschouwd, maar als een keuze die je kunt maken.

Toen ik onlangs CDA Eurolijsttrekker Wim van de Camp hierop aansprak, reageerde hij direct dat de vrijheid van onderwijs niet in gevaar mag komen, maar dat hij tegen discriminatie van homoleraren is. De afgelopen jaren is het de politiek gelukt om op Nederlandse manieren te polderen: net zoals met weigerambtenaren proberen we discriminatie dusdanig te beperken dat iedereen aardig tevreden kan zijn, maar niet helemaal.

Het dusdanig afpellen van fundamentele rechten vind ik onbestaanbaar anno 2009. Merel groeit op in een samenleving vol verschillen. Ze leert dat homo’s en lesbiennes niet gewenst zijn vanwege hun geaardheid. Hoe zal Merel later omgaan met homo’s of mensen die anders zijn? Wij willen onze kinderen leren dat iedereen gelijk is en met respect behandeld dient te worden. Niet dat er een groep mensen is, homo’s en lesbiennes, die wel gelijk zijn, maar niet gelijk genoeg om voor de klas te staan.

De Raad van State heeft geadviseerd om de zogenaamde ‘enkele feit constructie’ uit de Algemene Wet Gelijke Behandeling te schrappen. Wij als COC zijn blij met dit advies omdat het eindelijk duidelijk maakt dat de situatie uit het voorbeeld dan niet voor zou kunnen komen. De Raad stelt echter wel dat een school eisen zou mogen stellen aan haar personeel. Aan deze eisen zouden dan strikte voorwaarden gebonden moeten worden. Over deze voorwaarden zal de discussie de komende tijd gevoerd worden. Het COC zal zich hard maken dat er binnen deze voorwaarden nooit eisen gesteld kunnen worden aan iemands seksuele geaardheid.