Afgelopen week liep ik op de Dam met vrolijke muziek in de oren met, zoals inmiddels bekend, heupwiegende bewegingen. In mijn ooghoek liep een sportief gebouwde toerist mijn richting uit. Het was een aangeschoten, blonde jongen van tegen de dertig met wat ingevallen ogen en hij had een ietwat agressieve verschijning. Totaal overvallen door het volgende, zag ik hoe hij een aanloop nam en alsof hij een penalty nam een duif meters door de lucht schopte. Donsveertjes vlogen door de lucht en mijn adem stokte.

Ik keek verbaasd naar hem en de mensen om me heen. Binnen een straal van vijf meter liepen minstens tien mensen die het zagen gebeuren, maar niemand ondernam actie.

Behalve een enge dakloze man. Het klein gebouwde mannetje van een jaar of veertig, met diepzwarte huid, ongewassen kleding en een onheldere blik zag eruit alsof hij zijn leven niet op orde had. Toch nam hij het op voor de duif en schold oogcontactmijdend hevig op de toerist in. Ik bleef passief toekijken. De toerist antwoordde met verbaal geweld door Engelstalig te schreeuwen en te dreigen. “They’re fucking flying rats, they deserve it!” was zijn rechtvaardiging voor het dierenleed.

Alsof ze elkaar ieder moment konden aanvallen, gingen beiden na tientallen seconden tirade hun eigen kant op. De toerist liep richting het station, de dakloze liep langs mij en hij was duidelijk zijn woede nog niet kwijt. Terwijl hij redelijk hardop bleef doorschelden, keken mensen hem aan met een blik die ik van mezelf herkende.

En ik begreep die blik: velen onder hen zagen niet wat er vooraf gebeurde en los daarvan was de man een afwijkende verschijning op straat: hij schold op niemand specifiek, leek geabsorbeerd door zijn gedachtewereld en kwam zelfs lichtelijk manisch over. Men leek op zijn hoede.

Maar zijn bewezen moed en overtuiging was voor mij een vrijbrief voor dergelijk gedrag.


Deze man werd in nog geen halve minuut een lichtend voorbeeld. Met een wrange glimlach keek ik naar de man die opstond voor onrecht naar onschuldige dieren, waar ik slechts toekeek.

Als de situatie me vooraf was beschreven had ik - en ongetwijfeld velen met mij - stellig beweerd dat ik actief gereageerd zou hebben, maar dit voorval bewijst het tegendeel.

Ik ben nog teruggelopen of ik de duif kon vinden, maar nergens op de grond vond ik het getroffen dier. Mijn gedachten dwaalde af, wat bijzonder, of misschien logisch, dat een dakloze een dergelijke confrontatie aangaat, terwijl ik – met twee diploma’s op zak, boordevol sociale zekerheid en mijn leven op orde – de situatie vermijd.

Mijn terughoudendheid naar hem maakt ruimte voor bewondering. Ik ben benieuwd van wie ik nog meer een mooier beeld zou krijgen als ik meer van hen wist.