Hij zegt ‘het’ voor zich te houden op ‘t werk; althans buiten zijn team. In zijn team maken ze grappen over hem: ‘Kijk, Martijn, een nieuweling, nog geen 25! Wat voor jou?’. Als die leuke jonge collega zich komt voorstellen, schiet Martijn wat onwennig omhoog van zijn stoel om zich voor te stellen. Ook verschiet hij van kleur, als zijn collega’s staan toe te kijken en te grijnzen.

Martijn houdt niet van zijn homoseksualiteit; hij schaamt zich er eerder voor.


Hij wil ‘t liefst heel normaal gevonden worden. Ik hield hem voor dat hij dat gevoel in eerste instantie aan zichzelf heeft te geven. Ik vroeg naar zijn zelf-acceptatie. Hij meldde me, dat hij zich vanaf zijn zevende al zo ‘anders’ had gevoeld. Zo anders dan andere jongens; en daardoor ook zo eenzaam. Vooral toen hij in zijn pubertijd ontdekte dat hij ook erotische verlangens naar andere jongens koesterde.

Deze gevoelens zijn vaak zo verwarrend en beschamend dat we ons terugtrekken. Viktor & Rolf vertelden onlangs op TV hierover, in de trant van: ‘Dat geeft eenzaamheid; die eenzaamheid is niet meteen op te lossen. Die heb je dan nodig; de grote vraag overheerst dan: Wie ben ik? Wat ben ik? We trekken ons terug in een eigen wereldje. Je gaat fantaseren, tekenen, schrijven, etc. Je snakt naar erkenning. Waar mogelijk ga je er ‘over’ praten en chatten. Nogal eens wordt die eenzaamheid een creatieve motor voor je latere werk’. Je innerlijke wereldje ga je veruiterlijken; zo is het ook voor Viktor & Rolf. Dat geeft een gevoel van trots.

Martijn kent geen trots op z’n coming-out. Hij staat niet zo voor zijn eigenheid.


“Mijn leventje is een beetje saai, relaties lukken niet zo. Op mijn 17e was ik bang, dat de nieuwe man van mijn moeder me raar zou vinden. Mijn ouders zijn met heftige ruzies gescheiden. Ik was bang mijn moeder teleur te stellen met mijn coming-out, bang voor nieuwe ruzies. Hij heeft ’t toch gezegd maar een gevoel van angst over zijn homoseksualiteit bleef.

Ik maakte hem bewust, dat hij zichzelf niet durft te zijn omdat hij eigenlijk nog steeds bezig is, rekening te houden met zijn moeder; haar te beschermen. Hij wilde namelijk niet de aanleiding zijn voor nieuwe conflicten tussen zijn moeder en haar man. Hij erkende dat hij altijd al een sterke moederband had.

Hij herinnerde zich ineens, dat hij heel erg boos op zijn moeder is geweest, toen hij de eerste dag naar school moest als vierjarig jochie. Hij had zich de hele tocht trekkend en schreeuwend tegen moeder’s vaste hand verzet. Met een verhit hoofd aangekomen in een klas, zaten 30 vreemde kinderogen hem aan te kijken. Hij voelde zich vreselijk ‘anders’. Hij wilde naar huis en was zijn verzet tegen mama kwijt.

Dit speelt hem nog steeds parten; ook op zijn werk. Ik hielp hem weer bij het gevoel van verzet te komen van de vierjarige tegen mama. Dat bracht hem bij een sterk innerlijk gevoel van kracht. Hij is er daarna mee gaan experimenteren; met assertiviteit op zijn werk. Hij heeft zijn power gekregen.

Veel van ons zijn ‘lieve jongens’, als kind tevreden bij moeder thuis.


Lief voor mama. Daarom is het gevoel van anders-zijn in de buitenwereld soms zo moeilijk. Schaamte en sociale angst hebben snel de overhand. Mijn advies is dan: zet schaamte om in nieuwsgierigheid.

Schaamte is jezelf veroordelen door de ogen van de ander. Boeiend wordt de wereld, wanneer je jouw eigen nieuwsgierige ogen en je power gaat gebruiken. De instemming van je ouders en klasgenoten gaan zien, dat je jouw eigen leven mag leven; ook al leven zij een ander leven.

Martijn zei laatst nog: ‘Mezelf in alles OK vinden; vind ik het moeilijkst; vooral het dierlijke in me. Dat ik geil op mannen. Eigenlijk… op zo’n boot staan lijkt me best leuk, al hoef ik niet meer te laten zien dan nodig. Ik ben gewoon, wie ik ben.’