Pierre D. zat in de Gentse gevangenis zijn zoveelste straf uit. De man is een zogenaamde 'gewoontecrimineel' die zich specialiseert in kleine diefstallen. Hij deelde de cel met twee andere criminelen en een van zijn celmaatjes beschuldigde de homoseksuele gedetineerde van verkrachting.

Verkracht

D. zou zich aan zijn celmaatje hebben opgedrongen en hem uiteindelijk ook verkracht hebben. De tweede celgenoot diende ook een klacht in, maar trok deze plotseling in toen duidelijk werd dat dit tot een rechtszaak zou leiden.

Normen en waarden
Vanaf het begin zat er al een luchtje aan de zaak en waren en twijfels over het verhaal, mede doordat het zogenaamde slachtoffer wel vaker ongegronde klachten had ingediend. Toch vroeg het Openbaar Ministerie een celstraf van acht maanden. "Nergens is bewezen dat de feiten, die door D. worden toegegeven, met wederzijdse toestemming zijn gebeurd. ook in de gevangenis gelden normen en waarden."

Onschuld

De advocaat van D., Michiel Beek was echter overtuigd van de onschuld van zijn client. "Er is nergens enig bewijs te vinden dat mijn client geweld of bedreigingen gebruikt heeft. Hij is een homo en ja, er zijn daar seksuele handelingen verricht, maar dit was duidelijk een vorm van gevangenisprostitutie. Sommige gedetineerden bieden hun lichaam aan in ruil voor bepaalde goederen. Je kan daar je vragen bij hebben, maar het is niet verboden. Buiten de celmuren moet een prostituee toch ook geen klacht indienen wegens aanranding."