Ook in de jaren daarna kwam ik veel in Duitsland. Mijn ouders vonden het een heerlijk vakantieland. De prachtige natuur, de netheid van de hotels en de vriendelijkheid van de bevolking waren de belangrijkste redenen. Die vriendelijkheid maakte in die jaren diepe indruk op me. Zo aardig waren de mensen thuis niet.

Hoewel ik sommige andere zaken die met de paplepel naar binnen werden gebracht later weer heb uitgespuugd, is de liefde voor Duitsland gebleven.

Daar word je in Nederland nog wel eens vreemd om aangekeken. De gemiddelde bezoeker van Franse campings vindt het idee van een vakantie in Duitsland ronduit belachelijk. Wie zegt dat het Duits een mooie taal is, kan alleen op onbegrip rekenen (of wordt niet serieus genomen). En sympathie voor het Duitse voetbalelftal staat gewoon gelijk aan landverraad.

Die anti-Duitse geluiden horen blijkbaar een beetje bij onze cultuur. Natuurlijk, vaak gebeurt het wat lacherig. Maar vaak genoeg proef je ook een serieuze ondertoon. Wie de afgelopen 65 jaar bestudeert, snapt daar niets van. In die periode heeft Duitsland zich geprofileerd als een zeer vredelievende natie, een goede buur en onze belangrijkste handelspartner.

Als wij nu zouden worden aangevallen, weet ik zeker dat de Bondsrepubliek ons als eerste te hulp schiet.

De wat ongemakkelijke gevoelens bij Duitsland en de Duitsers kunnen dan ook alleen teruggevoerd worden op de Tweede Wereldoorlog. Voor de huidige bejaarden is dat nog wel begrijpelijk. Zij hebben de ellende immers meegemaakt. Enige welwillendheid ten opzichte van de huidige Duitse bevolking zou ook hen niet misstaan, maar vooruit. Zij sterven toch uit. Dat mijn eigen generatie zich ook vaak negatief uit, is zorgelijker. Maar ook dat is verklaarbaar.

In de zes jaar dat ik geschiedenis had op de middelbare school, kwam letterlijk elk jaar de Tweede Wereldoorlog terug. Ieder jaar weer stonden we uitgebreid stil bij de Holocaust en Hongerwinter. Anne Frank kon ik al snel niet meer uitstaan. Vroegere geschiedenis kwam veel minder aan de orde - en geschiedenis waar ons land niets mee te maken had al helemaal niet. Jaar in jaar uit werd ons ingepeperd wat die Duitsers allemaal wel niet voor vreselijks hadden gedaan.

“Opdat wij niet vergeten”, wordt vaak over de oorlog gezegd. Maar hoeveel misstanden uit de geschiedenis zijn niet allang weer vergeten?

De geschiedenis van de mensheid zit vol bloedvergieten en het zou een nogal treurig gebeuren worden als we dat allemaal moesten onthouden en herdenken. Waarom moet de afschuwelijke geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog dan wél verplicht herinnerd worden?

Met die vraag zit ik al langer. De Nationale Herdenking is inmiddels weliswaar in wat breder perspectief getrokken, maar de focus ligt nog altijd sterk op de Tweede Wereldoorlog. Natuurlijk, het is de laatste oorlog die op ons grondgebied heeft plaatsgevonden. Maar persoonlijk zou ik het na 65 jaar wel tijd vinden om het vizier op de toekomst te richten: hoe bewaren we vrede en vooral vrijheid in het huidige en komende tijdperk?

Het is geen haalbare kaart om de Tweede Wereldoorlog minder prominent te maken bij de Nationale Herdenking. Zowel elite als massa schiet bij het uitspreken van dat idee meteen in een foei-reflex. (Die reflex heb ik overigens slechts in twee andere situaties meegemaakt: toen ik als opstandige puber stelde dat ik Nelson Mandela niet mocht en iedere keer dat ik beweer dat de Dalai Lama zich als een idioot gedraagt. Dat laatste is overigens aantoonbaar waar.) Hoe dan ook: minder Tweede Wereldoorlog bij de Nationale Herdenking is duidelijk een brug te ver - en daar valt best mee te leven.

Maar dat het aanbod van de Duitse ambassadeur Läutner om op 4 mei aanwezig te zijn op de Dam is afgewezen omdat het “nog te gevoelig ligt”, is onverteerbaar.

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei (wie bent u überhaupt?) heeft zichzelf daarmee volledig gediskwalificeerd. Want wat kan er in vredesnaam op tegen zijn? De vertegenwoordiger van de agressor van toen, die nu samen met ons wil herdenken. In alle nederigheid, zoals de Duitsers dat bij alle herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog doen. Hoe kun je mooier de wens uitbeelden dat de verschrikkingen van de oorlog voor altijd tot het verleden moeten behoren?

Een “gemiste kans” is nog zacht uitgedrukt. Het Comité heeft de eigen boodschap van tolerantie volkomen de nek omgedraaid en impliciet anti-Duitse gevoelens gelegitimeerd. Een structurele en zichtbare Duitse vertegenwoordiging bij de Nationale Herdenking zou die gevoelens kunnen verminderen. Na 65 jaar mag dat echt wel eens. De Duitsers verdienen het.

Roelof Smit