Wat was je eerste reactie toen je de prijs kreeg?
"Ik reageerde meteen enthousiast toen ik hoorde dat ik hem kon krijgen. Aanvankelijk dacht ik wel zo'n prijs is voor voorvechters; mensen die met opgestroopte mouwen op de barricade staan. Zeker gezien de mensen die hem eerder gekregen hebben (red. Paul de Leeuw, Pater van Kilsdonk, ea.). Toen dacht ik: ‘geef de prijs dan aan bijvoorbeeld Ahmed Marcouch die zich inzet voor homoseksuelen in Slotervaart, of aan Johan Quist, die homoseksualiteit in de reformatorische kringen bespreekbaar maakt’. Ik doe voor mijn gevoel niet meer dan mijn plicht door mijn podium op een positieve manier in te zetten. Dingen bespreekbaar maken, of het nu dit thema is, of andere thema's. Dat doe ik. Met de prijs ben ik blij, het is een goede opsteker. Ook gezien het programma dat we gaan maken."

In het najaar kom je inderdaad met het programma ‘Uit de kast’. Wat wil je met het programma laten zien?
"Wij volgen jonge homo's van rond de twintig in het proces van hun coming out. We vragen in het begin van het programma aan wie ze het gaan vertellen en waarom. En waarom nu pas. Dat soort vragen. En dan gaan we mee. We hebben nu bijvoorbeeld één aflevering opgenomen waarbij een jongen aan zijn vriendengroep en aan zijn honkbalteam gaat vertellen dat hij homo is. Wij volgen dat proces om bij de kijker meer kennis over te brengen over wat er allemaal komt kijken bij een coming out. Voor de jonge homoseksueel of lesbienne die kijkt is het om te laten zien wat je allemaal tegen kunt komen als je je eigen coming out hebt. Welke reacties kun je verwachten? Waar kun je tegenaan lopen? Waar moet je rekening mee houden? Eigenlijk willen we gewoon een compleet beeld geven van wat er kan gebeuren als je je coming out hebt. En natuurlijk dat je dan kunt zijn wie je bent."

Je komt als jongere op die manier wel meteen met je gezicht op tv, met iets wat heel gevoelig ligt. Hoe bereid je ze daarop voor?
"We zeggen het wel, maar het verleden leert dat je iemand nooit helemaal goed kunt voorbereiden. Je kunt tegen iemand zeggen dat het op tv komt en er ongeveer 400.000 tot 700.000 mensen naar gaan kijken. Dat gaat iets met je doen. Reacties op straat, in het geval van homoseksualiteit ook wel nare opmerkingen. Daar kun je ze allemaal voor waarschuwen, maar de echte impact kun je niet uitleggen. Met dit programma zijn we er ons natuurlijk wel van bewust dat je iemand een soort van netwerk moet bieden voor steun en advies. Ik hou dan ook, samen met de redactie, contact met sommige deelnemers."

Ben je al met andere jongeren bezig voor het programma?
"Ja, we zijn met een aantal jongeren al bezig, maar we zoeken ook nog steeds actief. Bij televisie is het altijd zo dat je een schifting moet maken. Er moet een mooi verhaal zitten en ze moeten in de serie passen omdat we zoveel mogelijk verschillende verhalen willen vertellen over hetzelfde onderwerp. Die eerste jongen was bijvoorbeeld niet gelovig en west-fries. Dan is het natuurlijk mooi als je ook een gelovige jongere hebt, een moslim, iemand uit een machoachtige subcultuur, meisjes, enzovoorts. Het moet er allemaal inzitten.”

Je bent ook bezig met het boek 'De man en zijn lichaam' dat je samen met Stephan Sanders geschreven hebt. Wat wil je duidelijk maken met dit boek?
"Dat heb ik eigenlijk vorig jaar bedacht toen ik geschorst werd bij de EO vanwege de fotoshoot voor de L'HOMO. Daar waren de reacties heel divers op, vooral omdat er veel lichaam te zien was op die foto's. Collega-journalisten waren bezorgd over mijn geloofwaardigheid, streng gelovige mensen vonden het niet kunnen dat ik met ijdelheid bezig was en dat ik lust opwekte. En dan had je nog hoogopgeleiden die vonden dat de hele lichaamscultuur iets voor arbeiders of laagopgeleiden is. De reacties waren zo divers, dat ik dacht: ‘dat is wel leuk om over te schrijven’. Ik besloot een reeks mannen te interviewen over hun lichaam. Uiteindelijk zou je kunnen zeggen dat het boek gaat over de vraag wat mannelijkheid is. Wat maakt nou een man een man? Dat is zo moeilijk te definiëren."

Jullie hebben elkaar als schrijvers van het boek ook geïnterviewd, hoe was dat om te ervaren?
"Moeilijk, erg moeilijk. we zijn gedurende het proces heel intensief met elkaar opgetrokken. Dat duurde bijna een jaar. En in de gesprekken met mensen hoor je elkaar in de vragen al zo vaak over dit thema dat het in de vraagstelling moeilijk is om dan te bedenken wat je nog moet vragen. Bij ons is uiteindelijk het meer beperkt gebleven bij het lichaam. Ik praat bijvoorbeeld wel over voedingssupplementen die ik af en toe gebruik bij het sporten, en de roes die daarbij hoort. Stephan praat over zijn alcoholisme. Maar daar trekken we wel de grens, we hebben het niet over de psychologie erachter."

Door je modellencarrière ben je veel met uiterlijk bezig geweest. Ben je zelf anders naar het mannelijk lichaam gaan kijken door het boek te maken?
"Ik ben er niet zozeer anders naar gaan kijken, maar je leert wel dingen. Ik ben meer dingen gaan herkennen. Bijvoorbeeld dat veel mannen in de sport het gevoel hebben, wat natuurlijk een illusie is, dat ze controle hebben over het ouderdomsproces. Ik heb veel geleerd over eten. Mannen die vanuit hun sport obsessief bezig zijn met afgepast eten. Antoine Bodar, de geestelijke, die heel dicht in de buurt komt van anorexia. Hij is het niet, maar eet zo gecontroleerd, met mate. En ik heb veel geleerd over de scheiding die mannen aanbrengen tussen hoofd en lichaam. Dat heb ik zelf nooit zo ervaren."

Hoe bedoel je dat?
"Nou veel mannen vinden zichzelf bijvoorbeeld een hoofdman. Een man die goed kan leren, kan schrijven, intellectueel is. En je hebt mannen die vooral met het lichaam bezig zijn. Gezondheid, conditie, bouw, dat soort dingen. En dat veel mannen dat onderscheid nog maken, terwijl het verschil bij jongere generaties helemaal niet aanwezig is. In het boek zitten een paar vijftigers die dat heel sterk hebben."

Je ziet het wel in schoolklassen, dat je de stuudjes en de stoerdere jongens hebt. Het zit er wel in.
"Ja precies, dat profiel wat jij nu schetst. Je ziet dat dat zich versterkt naarmate mannen ouder worden. Je ziet het bijvoorbeeld bij slimme mensen, dat ze ontdekken dat ze niet goed zijn in sport maar wel in praten en denken, en daardoor ontwikkelen ze zich daarin verder. Op school met leren en lezen. Het is ook je speelveld kiezen. ‘Dat spelletje ga ik niet winnen, dus daar ga ik ook niet spelen’. En zo zie je dus allemaal patronen in die verhalen. Wat ook nog erg opviel is het natraject. Het bakkelijen over wat wel en niet in het interview moet verschijnen. Veel mannen hadden iets op te merken zodra ze op papier zagen wat ze gezegd hadden."

Zijn er dan nog dingen uit het boek verdwenen die wel gezegd zijn?
"Laat me het zo zeggen: er is lang gediscussieerd. Er zijn wel wat dingetjes die sterk genuanceerd zijn."

Heb je zelf dingen uit het boek gelaten?
"Nee, dat vond ik oneerlijk. Je hebt zo specifiek over het lichaam gepraat dat je dus ook dingen zegt die je nog nooit eerder verteld hebt. En dat maakt dit boek zo leuk. Er staan toch dingen in waar je normaal nooit de gelegenheid voor hebt om over te praten. En dat is toch wel een erg persoonlijk portret, zeker in combinatie met de foto."

In het boek mogen de geïnterviewden zelf bepalen hoe ze op de foto komen?
"Ja, er zijn mannen die volledig gekleed op de foto staan, maar veel mannen met ontbloot bovenlichaam of zelfs helemaal naakt. De vraag is nog even wat wij, als schrijvers gaan doen. Wij worden volgende week pas gefotografeerd."

Heb je al besloten hoe je op de foto gaat?
"Nee, ik vind dat best moeilijk. Naakt vind ik over het algemeen niet zo, tenzij het mooi gebeurt. Ik ben er nog niet uit."

Het afgelopen jaar ben je veel met homoseksualiteit bezig geweest, en nu komt er een boek over mannen, en het programma ‘Uit de Kast’. Waarom kies je steeds weer voor dit onderwerp?
"Als ik nu kijk naar onze tijdgeest dan denken mensen dat de homo-emancipatie is voltooid. Maar als je dan op scholen komt, voel en merk je dat over seksualiteit praten al moeilijk is. Laat staan homoseksualiteit. En er komen nieuwe generaties aan die een gebrek aan openheid, respect en kennis hebben op dat gebied. Dan denk ik dat die acceptatie helemaal niet compleet is. Homoseksualiteit heeft zoveel met identiteit te maken, ik kan er niet goed tegen als mensen en vooral jongeren niet kunnen zijn wie of wat ze zijn. En als ik dan een podium heb om daar iets mee te doen, dan is dat goed. Zoals bijvoorbeeld de L’HOMO. Dat heb ik vooral gedaan omdat ik wist dat het een beetje kon gaan schuren. Dat vind ik ook lekker. Schoppen is leuk, helemaal als de reacties dat ook zijn. Dan weet je dat er gesproken wordt en dat het wat teweeg brengt. Dat is voor mij het doel, als het maar zinvol is. Ik denk wel dat als dit programma het echt op de agenda zet, er vanuit de omroep meer mee gaat gebeuren."

Wil je meer weten over het boek "De Man en zijn Lichaam" dat Arie samen met Stephan Sanders schreef? Klik dan hier
Je kunt meer lezen over het tv-programma of je hiervoor aanmelden via deze link.

JvdB