Wouter: ‘Hiv was altijd een bron van zorg voor me. Ik vond het belangrijk om te voorkomen dat ik seropositief zou worden. In mijn directe omgeving waren er geen mensen met hiv, maar ik kende uit het uitgaansleven wel een seropositieve jongen die iets ouder was dan ik. Ik voelde me nooit echt helemaal op mijn gemak bij hem. Ik kom oorspronkelijk niet uit Amsterdam, en toen ik uit de kast kwam heeft mijn tante me streng toegesproken. Ze drukte me op het hart dat ik altijd veilig moest vrijen, en erg op moest passen voor soa’s. Ze legde me uit wat het hiv-virus was, wat t-cellen deden, al dat soort dingen. Toen ik naar Amsterdam verhuisde, is die informatie wel een beetje naar m’n achterhoofd verdwenen.
 
Ik ben wel altijd paranoïde gebleven op het gebied van seks. Ik heb me via internet flink ingelezen over welke handelingen ‘veilig’ en ‘onveilig’ waren. Die voorlichting kregen we niet echt op school, en zéker niet over homoseks. Ik had altijd veilige seks. Althans, 100% veilige seks bestaat natuurlijk niet, maar ik had bijvoorbeeld alleen anale seks met condoom. Pijpen deed ik wel zonder condoom, maar ik liet nooit iemand in mijn mond klaarkomen. Ik rim niet. Het is ook weer niet zo dat ik alleen seks had binnen relaties, ik had wel gewoon one night stands. Bij ieder seksueel contact heb ik dezelfde spelregels gehanteerd; zo veilig mogelijke seks. Dat is twee keer niet goed gegaan, waarvan één keer binnen een relatie. Beide keren waren overigens lang voordat ik seropositief bleek te zijn.
 
Ik liet mezelf regelmatig testen bij de GGD. Dat is ook redelijk normaal in mijn vriendenkring. Er zijn onderzoeken waarin wordt gezegd dat één op de vijf homo’s in het Amsterdamse uitgaansleven seropositief zou zijn. Die informatie doet wel iets met je. Steeds als ik me liet testen was ik weer doodsbang dat ik te horen zou krijgen dat ik seropositief was, terwijl ik cognitief gezien wist dat die kans irreëel was. Er worden van die standaard vragen gesteld; heb je seks voor geld, heb je seks met mannen, heb je onveilige seks. Op basis van mijn antwoorden kreeg ik van de verpleegkundigen keer op keer te horen dat ik in principe nergens bang voor hoefde te zijn. Dus ik werd gerustgesteld en had steeds een negatieve uitslag, en dan was ik iedere keer weer opgelucht dat er niets aan de hand was.’
 
Slecht nieuws
‘Eind 2007 had ik een one night stand gehad, en een week later had ik ergens last van. Op basis van de symptomen kon ik zelf vrij makkelijk de diagnose stellen dat het gonorroe moest zijn. Dus besloot ik om naar de GGD te gaan voor medicijnen, en om mezelf meteen te laten testen. Verder ben ik die keer eigenlijk met een vrij gerust hart naar de GGD gegaan. Ik heb toch een volledige test laten doen, dus ook een sneltest voor hiv. Bij zo’n hiv sneltest moet je altijd een half uurtje wachten op de uitslag. Als je twee keer bij de GGD bent geweest, weet je ongeveer wat de normale gang van zaken is. Ik ben me überhaupt altijd heel erg bewust van wat er in m’n omgeving gebeurt; wat mensen doen en hoe ze iets aanpakken. Dan valt het heel erg snel op als die routine doorbroken wordt. Ik ging er sowieso vanuit dat ik te horen zou krijgen dat ik gonorroe had, en dat ik daar medicijnen voor zou krijgen. Ik herinner me dat ik langer moest wachten dan normaal. Ik zag de verpleegkundige uit haar kamer komen, ze liep nog een keer naar het laboratoriumpje, toen weer terug naar haar kamer, en ik dacht ‘nu zou ze me toch onderhand wel op moeten roepen’. Maar het duurde nog vijf minuten langer, waardoor ik me ging afvragen wat ze allemaal aan het doen was. Het eerste dat in me opkwam was dat ze een ‘slecht nieuws’-gesprek aan het voorbereiden was. Op het moment dat ik eindelijk opgeroepen werd om weer naar haar kamer te komen, dacht ik al dat ik slecht nieuws te horen zou krijgen. Ik was die keer ook in m’n eentje naar de GGD gegaan, dat kan ik sowieso iedereen afraden. Zo’n wachtkamer zit vol met mensen, dus ik heb een ijzeren gezicht opgezet en ben door de wachtkamer naar de kamer van de verpleegkundige gelopen.’
 
‘Toen ik de deur dichtdeed voelde ik direct dat het mis was. De verpleegkundige viel ook meteen met de deur in huis. Nog voordat ik kon gaan zitten zei ze al: ‘zoals je al vermoedde heb je gonorroe, maar…’. Zo ging het ongeveer. Op het moment dat je zoiets te horen krijgt kun je alleen maar denken dat je dit met geen mogelijkheid kunt bevatten. Het gaat al meteen een eigen leven leiden, het is gelijk alsof de hele wereld stilstaat. Het was het moment waarop mijn hele leven ineen stortte. Ik had nog nooit zó’n intens slecht nieuws gekregen. Toen mijn moeder opgenomen moest worden was het minder erg, toen mijn opa en oma doodgingen was het minder erg – al die dingen vallen in het niet bij dat moment.’
 
‘‘Wat denk je nu? Wat gaat er in je om?’ vroeg ze aan me. Maar ik was alleen maar stil. Ze vroeg of ik enig idee had hoe ik hiv opgelopen zou kunnen hebben, maar dat wist ik niet. Ze legde uit dat mijn bloed nogmaals op hiv getest zou worden, waarvan ik de uitslag pas een week later zou krijgen. In mijn vriendenkring heb ik wel eens meegemaakt dat iemand een zogenaamde ‘false positive’ kreeg; dat je volgens de sneltest hiv hebt, maar dat uit het grondiger onderzoek blijkt dat het toch geen hiv is. Daar vestig je in eerste instantie je hoop op, maar ik realiseerde me al snel dat dat een strohalm is waar je je niet teveel aan moet vastklampen. Zo legde de verpleegkundige het ook aan me uit: ‘de kans bestaat, maar het is onwaarschijnlijk’.
 
Ik wilde zo snel mogelijk de tranen van mijn gezicht vegen, enigszins een vrolijke blik op mijn gezicht toveren, die kamer uit, door die wachtkamer heen en naar huis gaan. Stel je voor dat ik in de wachtkamer iemand tegen zou komen die me van gezicht kent, en aan me kan zien dat ik net kutnieuws heb gehad? Ik ging me erop focussen dat ik door die wachtkamer kon lopen zonder dat iemand zou zien dat er iets aan de hand was.’

Stappenplan
‘Ik belde direct - al fietsend - mijn moeder. Ze had meteen door dat er iets mis was; ik was half jankend naar huis aan het fietsen. Ik heb m’n moeder nog nooit zo gestrest aan de lijn gehad. ‘Ga eerst maar even stilstaan!’ zei ze. ‘Nee, dat kan niet, dan verstaan mensen misschien wat ik zeg,’ antwoordde ik. Ik heb het gelijk verteld, en ze kwam meteen naar Amsterdam.

Hier lees je het tweede deel van Wouters verhaal.

MartijnT

* om privacyredenen is deze naam gefingeerd