Wouter: 'In de drie kwartier die mijn moeder ervoor nodig had om naar Amsterdam te komen - het is eigenlijk een uur rijden - en ik alleen thuis op haar zat te wachten, heb ik nog overwogen of het niet makkelijker zou zijn om mezelf gewoon van kant te maken. Dan was het meteen voorbij. Ik was behoorlijk klaar met alles. Toen m’n moeder arriveerde zijn we een stuk gaan lopen en heeft ze een soort stappenplan gemaakt, hoe ik die week door zou gaan komen. Mijn moeder ging meteen van het negatieve uit; ‘laten we er maar vanuit gaan dat je seropositief bent, dan kan het alleen nog maar meevallen’. Ze stelde me allemaal vragen: wat betekent het voor je toekomst, voor je opleiding, voor jou, je persoonlijke relaties? Als je dat uiteen zet, valt het eigenlijk allemaal wel mee, pragmatisch gezien. Ze heeft dat allemaal op een rustige manier met me doorgenomen, waardoor het in mijn hoofd wat rust creëerde.’

‘Na het gesprek met mijn moeder heb ik het mijn vier beste vrienden verteld. Eigenlijk op een heel ongepaste manier, via sms. ‘Ik heb een positieve sneltest‘ met zo’n omgekeerde smiley erbij. Toen ik het mijn vrienden vertelde voelde ik eigenlijk geen schaamte. M’n vrienden kennen mij – ik vertrouwde erop dat ze me niet ineens zouden gaan haten. Ik dacht helemaal niet ‘ik hoop dat ze niet denken dat ik me in één of ander park helemaal heb laten uitwonen’. Daar dacht ik helemaal niet over na. Daar denk je pas over na als je het aan familie vertelt, of aan kennissen. Dan maak je je pas zorgen over wat dit nieuws met hun beeld van mij zou doen. De meest nuchtere reacties komen overigens van mijn heterovrienden. Maar misschien komt dat ook wel doordat het voor hun nét iets meer de ‘ver van mijn bed show’ is dan voor mijn homovrienden.

Een week later kreeg ik te horen dat ook de uitslag van de grondige bloedtest slecht was, ik kreeg een ‘leuk’ boekje over leven met hiv en er werd me gevraagd of ik me wilde laten behandelen door de GGD of door een ziekenhuis. Ik kon gelukkig dezelfde dag nog terecht in het ziekenhuis. De GGD spoorde me ook aan om contact op te nemen met de mensen met wie ik recentelijk seks had gehad. Het is me nog steeds onduidelijk van wie ik het precies heb gekregen. Ik heb wel met iedereen contact opgenomen. Ze reageerden natuurlijk niet zo leuk. De één heeft zich wel meteen laten testen, de ander wilde zich absoluut niet laten testen. Ik heb eigenlijk zonder uitzondering met geen van hen meer contact, dus ik weet niet hoe het met ze verlopen is. Qua verwerking zou het denk ik wel makkelijker zijn geweest als ik zou weten waardoor en op welk moment ik seropositief ben geworden. Nu weet ik gewoon niet hoe het precies is gebeurd.’

Bron van besmetting
‘In de eerste maanden ben ik heel veel informatie gaan inwinnen over wat hiv nu precies is, hoe het ziektebeeld zou kunnen zijn, wat er zou kunnen gebeuren als hiv zich ontwikkelt tot aids. Ik ben meerdere keren tijdens het lezen van die informatie fysiek onwel geworden. Ongeveer een half jaar na mijn diagnose kon ik nog steeds niet goed mijn draai vinden. De meeste mensen kennen me als een vrolijk, zorgeloos mens, maar zo kon ik ineens niet meer zijn. Dan kreeg ik via via te horen ‘waarom is hij zo kortaf? Waarom loopt hij ineens weg? Waarom snauwt hij me af?’. Uiteindelijk heeft mijn huisarts me aangeraden om een psycholoog te bezoeken.

Natuurlijk heeft het ook gevolgen gehad voor mijn liefdesleven. Toen dit allemaal speelde was ik met een jongen aan het daten, en die heb ik het meteen verteld. Het enige dat hij zei was dat hij het verschrikkelijk kut voor me vond, maar voor hem veranderde er toen niets. Dat was misschien wel de mooiste reactie. Maar voor mij was wel ineens alles anders. Daarom heeft het ook niet lang meer geduurd met die jongen. Ik kon de eerste maanden überhaupt niet meer aan zoenen of seks denken zonder te braken. Inmiddels heb ik wel weer af en toe seks, maar ik heb nog geen behoefte gehad aan iets serieuzers. Qua seks ben ik nu héél erg bezig met het idee dat ik een bron van besmetting ben. Dus ik ben heel voorzichtig in hoe ik dingen doe. Ik zorg bijvoorbeeld dat ik mijn sperma altijd bij me houd: ik kom niet eens meer op iemand anders z’n huid klaar.’

Bang
‘Als ik nu om me heen kijk, hoe er door mijn leeftijdsgenoten wordt omgegaan met de dreiging van hiv, denk ik dat er een soort naïviteit is. Ga maar eens op een willekeurige chatsite voor homo’s kijken: er zijn genoeg jongens, gewoon van mijn leeftijd, die bewust onveilige seks willen. Die totaal niet bezig lijken te zijn met de gevolgen. Ik weet dat mijn eigen vrienden het ook niet altijd even nauw nemen met veilige seks. Sinds ik seropositief ben krijg ik dat natuurlijk allemaal niet meer van ze te horen, maar ik ben niet zo naïef om te denken dat wat mij is overkomen hun seksleven heeft veranderd.

Mijn eigen leven is natuurlijk wél veranderd. M’n vriendschappen zijn er hechter door geworden. Ik probeer wat regelmatiger te leven, hoewel dat niet altijd lukt. Ik voel me wat vermoeider, maar dat kan ook psychisch zijn. Ik moet elke vier maanden 8 of 9 buisjes bloed laten prikken bij de internist, soms 12 of 14 buisjes. Je maakt je zorgen om alle kleine kwaaltjes die je hebt. Want wat als je CD4-waarden zijn gedaald, en je hebt ineens aids? Het is psychisch een heel zware last om te dragen. Mijn behandelend arts heeft er nog niet voor gekozen om me medicatie te laten slikken, mijn ‘viral load’ is daar nog niet hoog genoeg voor. Mensen die seropositief zijn krijgen eerder ouderdomskwalen. Misschien lig ik op mijn vijftigste wel half dement in een verzorgingstehuis. Hopelijk zijn er dan nog vrienden die me komen opzoeken. Over dat soort dingen ga je je zorgen maken. Ik maak me ook ineens zorgen over hoe ik er over vijf jaar aan toe ben, daar had ik vroeger nooit zo’n last van. En natuurlijk ben ik bang dat ik uiteindelijk ‘de ware’ tegenkom. Ik heb nog geen flauw idee hoe ik iemand waarin ik op die manier geïnteresseerd ben, zou moeten vertellen dat ik hiv heb. Daar probeer ik ook met m’n psycholoog aan te werken. Het is veruit m’n grootste angst dat ik de liefde van mijn leven tegenkom en dat hij me afwijst omdat ik hiv heb. Tegen de mensen waar ik seks mee heb, heb ik het in het algemeen wel verteld.’ 

Geroddel
‘Ik heb er uiteindelijk voor gekozen om het alleen aan goede vrienden en wat familieleden te vertellen. Tijdens dat eerste gesprek bij de GGD zei de verpleegkundige: ‘je moet het zo zien: je hebt één kans om het aan een persoon te vertellen, en dat kun je vervolgens nooit meer terugdraaien’. Dat advies heb ik absoluut ter harte genomen. Toen ik zelf nog niet wist dat ik seropositief was, keek ik met bepaalde ogen naar mensen waarvan ik wist dat ze seropositief zijn, en ik wil in geen geval dat mensen mij ook op die manier zouden gaan zien. En dat is nog steeds zo. Soms heb ik tijdens het uitgaan gesprekken met mensen, en wordt er over bepaalde mensen geroddeld dat ze seropositief zouden zijn, en dat je daar dus voor op moet passen. Dan weet ik al genoeg. Precies daarom vertel ik het niet aan iedereen. Ik heb geen enkele behoefte om een soort ambassadeur voor hiv te worden. Petje af voor de mensen die dat overigens wel doen, die er wel open over zijn en op hun eigen manier bijdragen aan een bredere sociale acceptatie van mensen met hiv. Die mensen verdienen echt alle lof. Homo-activisme verdient sowieso veel respect. Ik ben een kind van deze generatie, en mijn generatie is gewoon niet activistisch ingesteld. Laten we eerlijk zijn; deze generatie is eigenlijk helemaal niet zo tolerant. Als je kijkt hoe homo-activisme wordt gezien door studenten, dan wordt het eigenlijk alleen maar belachelijk gemaakt. Dat zal voor hiv-activisme zéker niet anders zijn. Ik zou m’n hoofd wel boven het maaiveld uit kunnen steken, maar daar ben ik gewoon niet moedig genoeg voor.’
 

Uit de reacties op het eerste artikel zijn een aantal vragen naar voren gekomen. Die zouden we graag verduidelijken.


Allereerst: sommigen suggereerden dat dit misschien een verkapte advertorial zou zijn, of geschreven als vervolgverhaal. Niets is minder waar. Wouter is een hele echte jongen, en we hebben zijn verhaal alleen in twee stukken gesplitst omdat we het te lang vonden voor één artikel.

In deel 1 vertelt Wouter over de twee keer dat hij onveilige seks had, waarvan één keer binnen een relatie. Die keren zijn echter jaren geleden voorgevallen, en Wouter heeft zich naderhand meerdere keren laten testen zonder dat die tests iets uitwezen. Met andere woorden: de twee keer onveilige seks die hij noemt in het artikel, zijn niet de oorzaak van het feit dat Wouter seropositief is geworden.

Veel lezers hadden die conclusie zelf ook al getrokken, maar vragen zich toch af: hoe is Wouter dan besmet geraakt? Dat is Wouter en de GGD ook niet helemaal duidelijk. Naar eigen zeggen heeft Wouter in de maanden voor zijn 'positieve' test, geen 'onveilige' seks gehad (alleen anale seks met condoom, pijpen wel zonder condoom, maar zonder in de mond klaarkomen).

Heeft hij het dan opgelopen toen hij ook gonorroe kreeg? Het antwoord is nee; de incubatietijd van gonorroe is een paar dagen, anti-stoffen voor hiv zijn pas ongeveer drie maanden na besmetting in je bloed te zien. Wouter is vrij snel na het ontdekken van gonorroe naar de GGD gegaan. Bovendien; je kunt ook al gonorroe krijgen als je gepijpt wordt door iemand die een druiper in z'n keel heeft. Gelukkig is het goed te behandelen.

Wouter heeft alle reacties onder het artikel gelezen en wil degene die hem sterkte wensen bedanken.

MartijnT

* om privacyredenen is deze naam gefingeerd

Dit artikel verscheen eerder in Gay&Night Magazine.