Dat is het uitgangspunt van Tim Burton’s nieuwe versie van Alice in Wonderland die vanaf deze week toch wel in alle bioscopen in Nederland te zien is.

In deze film is Alice ondertussen 19 jaar en staat op het punt uitgehuwelijkt te worden tijdens een verrassingfeestje gepland door haar moeder. Als haar toekomstige verloofde Lord Ascot haar ter huwelijk vraagt, krijgt Alice een paniekaanval en vlucht ze achter een wit konijn aan. Die leidt haar uiteindelijk naar het bekende ‘rabbit hole’ waar ze natuurlijk in valt. Maar eenmaal in Wonderland blijkt dat Alice zich niets herinnert van haar vorige bezoekje en dat er flink wat aan de hand is sinds zij haar vrienden verliet.

Zoals je gewend bent van Tim Burton is de film een visueel hoogstandje. Rare bloemen, opgeblazen hoofden en kroonluchters omhooggehouden door vogels; elke scene is nog gekker dan de vorige. En daar zit gelijk ook het probleem van deze (typische Disney) film: de bijkarakters en verstopte grapjes zijn leuker dan het hoofdverhaal. Want eigenlijk is de taak die Alice krijgt opgelegd als redder van Wonderland door een voorspellende papierrol een regelrechte kopie van de tweede Narnia film: Prince Caspian. Ook hier vind je een held die na een aantal jaren terugkeert naar een onvoorstelbaar veranderd land, pratende dieren (Caspian had ook een zwaardvechtende muis) en voorspelbare eindstrijd tussen twee legers met Alice op de voorgrond.

Wat de film uiteindelijk zo vermakelijk maakt is de cast. Mia Wasikowska zet een hele stoere Alice neer, die zich nergens laat kisten door de rare wezens om zich heen. Onder andere de Cheshire Cat (Stephen Fry), de constant rokende rups Absolem (Alan Rickman) en de verstrooide March Hare zijn hoogtepuntjes in een bonte verzameling wezens. Van de twee Queens is eigenlijk alleen de gemene Red Queen (Burton’s muse Helena Bonham-Carter) overtuigend, omdat Anne Hathaway blijkbaar niet kon kiezen tussen deftig of stoned voor haar White Queen.

Maar de ster van de film is natuurlijk Johnny Depp als de Mad Hatter. Al is deze film wel het glazen plafond van de excentrieke acteur. Zijn verstrooide hoedenmaker is namelijk een best of van Depp’s vorige films: Een beetje Jack Sparrow, een snufje Sweeney Todd en heel veel Willy Wonka. Toch blijf je wel geboeid kijken naar Johnny, die de kans krijgt om op de meest onverwachte moment de gekste dingen uit te halen, zelfs tijdens een onnodige flashback met de uitleg waarom de Mad Hatter is doorgedraaid.

Ook de 3D-effecten zijn reden om de film te gaan zien. Verwacht geen Avatar-realisme (Alice is in 2D opgenomen en toen pas naar 3D bewerkt), maar het geeft je zeker het gevoel dat je met Alice bent meegevallen door de Rabbit Hole. Al komt het soms wel heel rommelig over.

Uiteindelijk is de film een modern sprookje dat meer indruk achter laat qua uiterlijk dan qua inhoud. Alice In Wonderland is zeker een film die je in de bioscoop moet zien, maar laten we hopen dat Burton en Depp hierna weer eens een echt donkere, volwassen film maken.

GJ Kooijman