Een vaste bezoekster van mijn praktijk in het decadente Laren belde mij huilend op met de mededeling dat er iets mis was met haar zoontje. Tot zover geen verrassing, ik kende het kind namelijk al. Omdat Consuela een weekje naar haar familie in Brazilie terug mocht en een oppas in Laren meer kost dan een week golfles had ze hem twee keer meegenomen. Nou, het joch kwam binnen en een blinde kon horen dat het kind een homo in wording was. Elf jaar oud en het lulde al als mijn kapper en heupwiegde als mijn bloemist.

“Wat is er met hem?” vroeg ik hypocriet.

Nu verwachtte ik dat het kind achterlijk vroeg maar vrij realistisch een coming out of een “KelleyvanderVeertje” had losgelaten op paps en mams, maar niets was minder waar. Het kind zat juist in de hal letterlijk in een kast en weigerde om er uit te komen. Het verzoek om mijn psychologische gaven in te zetten kon ik niet in de wind blazen en dus mompelde ik iets over voorrijkosten en verhoogd tarief om vervolgens in mijn authentieke Peruaanse wereldwinkel-sloffen te schieten.

Op zich had het joch een aardige kast uitgekozen.

In de gang van een monumentale miljoenenvilla stond een gigantische koloniale regenwoudkast te pronken en daarnaast stond het radeloze echtpaar in de war te wezen. Ik stuurde beide ouders weg en stak van start: ”Egmond-Pieter*, ik ben het Appolonia. Je ouders zijn weg dus je kan vrijuit praten. waarom kom je niet naar buiten?” Even was het stil... Maar toen werd alles duidelijk, oudere kindjes uit de straat hadden geroepen dat hij homo was en tegen hem gezegd dat hij uit de kast moest komen. Omdat je op je elfde meestal nog wel brandweerman of politieagent wil worden en niet per defintie homo had het joch als tegenreactie besloten om dat voor de rest van zijn leven niet meer te doen.

Ga daar maar eens mee in discussie.

In dit soort gevallen werkt meestal de omgekeerde psychologie. Je moet iemand niet uit de kast trekken, maar er zelf uit laten komen. En dus heb ik rigoreus de sleutel van de kastdeuren omgedraaid en heb uit mijn Indonesisch gebatikte handtas een flinke hoeveelheid stinkende wierookstokken gehaald. Bij elke kier van de kastdeur heb ik een stok gestoken en toen ben ik gaan wachten...

Binnen tien minuten begon het huilen en het bonken op de deur, dat heb ik zes minuten aangehoord en toen mocht het kind er uit. Tegen de ouders heb ik maar gezegd dat hun zoontje anticlaustrofobisch is, dan zoek je kleine ruimtes op. En tegen alle ouders die dit probleem hebben zeg ik: ”Als je kind in de kast zit moet je hem er zo snel mogelijk uitroken.”

Liefs, Appolonia van Wijngaraden de Boer
*Omwille van privacy is de naam van Jan Pieter gefingeerd.