Behalve van verkrachting heeft het slachtoffer de Delftenaar beschuldigd van ernstige mishandeling. Zo zou de man hem onder meer hebben geslagen, de vorm van een hakenkruis in zijn borsthaar hebben geschoren en hem brandwonden hebben toegebracht. De officier van justitie vorderde op dit onderdeel van de aanklacht vrijspraak. Ze noemde de mishandeling wel bewezen, maar vond dat die niet kan worden toegeschreven aan de verdachte.

De verdachte ontkent. Volgens hem is sprake geweest van vrijwillige anale seks. Zijn advocaat pleitte voor vrijspraak. Weliswaar heeft DNA-onderzoek aangetoond dat de twee mannen seks hebben gehad, maar volgens haar is dwang niet aangetoond en ontbreekt aanvullend bewijs. Zo hebben medegedetineerden niets gemerkt en noemde het gevangenispersoneel de verhouding tussen de mannen goed.

De officier van justitie noemde de verklaring van het slachtoffer echter geloofwaardig. Die is in eerste instantie opgetekend door zijn therapeut, die de 41-jarige man goed kent en ook de verwondingen op het lichaam heeft gezien. Dat was de dag na de verkrachting, de eerste keer dat de man met verlof was.

Volgens de officier van justitie durfde de man in de gevangenis zelf niets te zeggen. Zij noemde het opvallend dat het gevangenispersoneel het slachtoffer heeft neergezet als ongeloofwaardig. „Eigenlijk is het oordeel dat het niet kan zijn gebeurd.” Het slachtoffer zat de laatste periode van zijn straf uit voor het maken en bezit van kinderporno. Hij claimt in Westlinge ook te zijn verkracht met een bezemsteel, die volgens de officier van justitie na het incident is verdwenen en nooit op sporen kon worden onderzocht.

Zij verbaasde zich erover dat de verdachte zich bij de politie had beroepen op zijn zwijgrecht en voor de rechtbank dinsdag alles ontkende. De Delftenaar zat voor poging tot doodslag. Hij had in 2007 onder invloed van drank en drugs op een homo-ontmoetingsplek een man opgepikt en die na de seks mishandeld.

Uitspraak 2 november.

CF/Telegraaf