Ruim een kwart van de bevolking van de Verenigde Staten behoort tot de Evangelical Churches. Van die mensen gaat de helft elke week naar de kerk. Deze Evangelicals staan bekend als conservatieven van de harde lijn. Hun leiders worden dikwijls uitgemaakt voor xenofoob, vrouwenhaters of homofoob. Politiek stem(d)en de Evangelicals meestal op een Republikein. En omgekeerd bemoei(d)en de dominees van de kerken zich met elk beleidsstuk. Zelfs wapenleveranties aan Taiwan werden gerechtvaardigd "in het licht van de Bijbel".

Maar de afgelopen vier jaar begint er wat te verschuiven in deze kerken. De jongere generatie trekt zich steeds minder aan van de verboden die in hun kerken officieel gelden. Een flink deel van de Evangelicals heeft op Obama gestemd in 2008. En juist in diezelfde jaren zijn grote leiders van het toneel verdwenen. Pat Robertson is zo ongeveer de laatste die af en toe iets hartvochtigs roept over softball ("een lesbische sport") en Haïti ("die aardbeving was Gods wraak voor hun pact met de Duivel")

In 2006 verloor Ted Haggard zijn gezag in een seksschandaal. Jerry Falwell ("9/11 is Gods oordeel over de New-Yorkse homo's") stierf in 2007. Billy Graham is min of meer met pensioen. Het verdwijnen van al die conservatieven van de harde lijn maakt ruimte vrij voor meer gematigde stemmen. 

Binnen die gematigde vleugel wordt homoseksualiteit nog steeds als een "zonde" gezien, maar die zonde is "niet erger dan andere zonden". Ruim de helft van de Evangelicals heeft weinig tot geen moeite met homorelaties (onderzoek uit 2009); bijna een kwart vindt dat er geregistreerd partnerschap voor paren van gelijk geslacht moet worden ingevoerd (onderzoek uit 2010). Helaas: openstelling van het burgerlijk huwelijk gaat bijna alle Evangelicals nog te ver. 

Maar ondertussen verdwijnt wel de groepsdruk op homo's om hun geaardheid voor zichzelf te ontkennen. Sterker nog: op wijlen Jerry Falwells eigen Freedom University zijn het de homofoben die men nu links laat liggen. En het is juist onder de jongere gelovigen dat deze trend zich voordoet.

Om die meer gematigde generatie binnenboord te houden, begint er nu ook wat te schuiven in het officiële gedachtegoed van de Evangelicals. In hun boek "The City of Man" bepleiten theologen Gerson en Wehner een terugkeer naar "de kernwaarde van het Christendom: naastenliefde." De twee schrijvers willen af van de reactionaire politiek overgoten met wat lukrake bijbelcitaten.

Vooralsnog zijn stemmen als Gerson en Wehner in de minderheid, maar met de recente reeks zelfmoorden onder jonge homo's hebben ze wel de wind in de rug: de meeste conservatieve Evangelicals doen er nu beschaamd het zwijgen toe. Gematigde Evangelicals hebben hun hulp aangeboden bij het voorkomen van nog meer suïcide. 

Veel homo-activisten vinden die hulp te weinig en te laat. De hulp wordt immers geboden door mensen die homoseksualiteit categorisch zondig vinden. Moet de hulp niet beginnen met een excuus voor alle discriminatie die de Evangelicale kerken hebben aangewakkerd?

Sommige voorstanders van homo-emancipatie zijn niettemin blij met de ontwikkeling. Activist John Corvino noemt het al vooruitgang als jonge homo's en lesbiënnes niet meer door hun families worden verstoten, als er van ze gehouden wordt hoe ze ook zijn. Als andere kinderen wordt verteld dat homo-pesten uit den boze is. Als een kwart, of een achtste, van de Amerikanen het de moeite waard gaat vinden om homolevens te behouden, dan is dat al vooruitgang.

Het slechte nieuws is dus dat er nog steeds een grote kloof gaapt tussen de Evangelicale Kerken en de voorstanders van  homo-emancipatie. Het goede nieuws is dat die kloof eindelijk iets kleiner wordt.

WvD

Bronnen:
J. Corvino, "What to do with Evangelicals who want to help?" (365gay.com)
Christian Science Monitor (CSMonitor.com)
K. Roose, "The Unlikely Disciple."