"Ook krijgen Amsterdammers meer vrijheid om zelf te bepalen wanneer het bedtijd is", stelt Jan Paternotte (D66).

Niet iedereen zal het met het voorstel eens zijn. Vooral omdat geluidsoverlast van feestgangers de afgelopen tien jaar steeds erger is geworden. Vooral op plekken als het Leidseplein hebben omwonenden last van het uitgaanspubliek.

Maar juist de strikte sluitingstijden zijn daar de schuld van, vinden Paternotte (foto) en Johnas van Lammeren (PvdD). Amsterdam kent een van de strengste openingstijdenregimes van grote steden in Europa. Het probleem is dan ook dat iedereen op hetzelfde tijdstip op straat staat en daar geluid gaat produceren."Door daarmee op te houden, wordt uitgaan veiliger en plezieriger", zeggen de twee.

In Groningen zijn de sluitingstijden in 1997 vrijgegeven. "De openbare orde is daar beter te handhaven, omdat sprake is van een meer gespreid vertrek van bezoekers. Ook hoeft de politie niet te controleren op de handhaving van de sluitingstijden en is dus meer beschikbaar voor het beperken van vertrekoverlast."
Maar uitgerekend vorige week is in Groningen een speciale EHBO-post geopend. Uit nieuw onderzoek blijkt namelijk dat het uitgaansgeweld in Groningen de laatste drie jaar met 12 procent toenam in het populaire uitgaansgebied rond de Grote Markt.

Paternotte en Van Lammeren menen juist dat de werkgelegenheid en de aantrekkingskracht van de stad toeneemt. Het Duitse opinieblad Der Spiegel constateerde onlangs dat in het Amsterdamse uitgaansleven de geest uit de fles is. Ook de twee politici vinden dat de hoofdstad een ingeslapen indruk maakt, zeker in vergelijking met bijvoorbeeld Berlijn en Barcelona.

Die twee steden hebben zich de afgelopen jaren sterk geprofileerd als uitgaansstad. In Barcelona is de variatie in het uitgaansleven dusdanig dat sommige grote clubs pas om één of twee uur in de nacht de deuren openen.

In Berlijn zijn zelfs enkele zaken 24 uur per dag geopend en daar zijn restaurants waar tot laat gegeten kan worden. Tot meer alcoholconsumptie zou dat niet leiden, zeggen Paternotte en Van Lammeren.

CF/Telegraaf