In de eerste fase van de proef zijn onder meer de vormen van het geweld onderzocht. Er is gebleken dat mannen te maken hebben met eergerelateerd geweld, lichamelijke of geestelijke mishandeling, gedwongen prostitutie en mensenhandel. Daarnaast vermoeilijkt het taboe op het erkennen van mannelijke slachtoffers het hele hulpproces.

In het eerste jaar van de testperiode werden negentig mannen opgevangen. Inmiddels is dit aantal opgelopen tot ruim 160. De steden verlengen de proef zodat zij de effecten van de opvang op langere termijn kunnen bekijken."Wij willen weten wat de wensen van de mannen zijn omtrent begeleiding en opvang. Moeten wij hen bijvoorbeeld op dezelfde manier als vrouwen opvangen?", vraagt projectleider Barbara Schmeits zich af. Door onderzoek moet naar voren komen hoe groot de behoefte is aan mannenopvang, waar in de toekomst opvangplaatsen moeten komen en hoe deze gefinancierd moeten worden.

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) neemt het financiële aspect van het onderzoek op zich. Gedurende de proef betalen het ministerie en de steden elk een deel van de kosten. Volgens Schmeits wordt uiterlijk in juni 2011 bekend of de proef al dan niet wordt voortgezet.