In mijn eerste columns op gay.nl heb ik veel stilgestaan bij het conservatieve karakter van de VS. Dit werd recentelijk geïllustreerd door een enorme toename van geweld tegen homo’s en de overwinning van de Republikeinen bij de congresverkiezingen van begin november. De twee gebeurtenissen staan in los van elkaar, het is immers niet zo dat de Republikeinen geweld tegen homo’s goed praten. Tevens is het één structureel en het ander incidenteel. Tegelijkertijd herbergen beide gebeurtenissen slecht nieuws voor de homogemeenschap. Vandaar dat ik de vorige keer zei: verwacht voorlopig geen beterschap in de VS. Maar: in Europa ook niet!

Maarten van Rossum zei onlangs in De Wereld Draait Door dat het beroep van Amerika-verslaggever eigenlijk net zo onzinnig is als dat van een Europa-verslaggever. De laatste bestaat niet, wat eigenlijk al genoeg zegt. Want hoewel de Amerikanen vaak naar ons verwijzen als ‘Europeans’ is er een groot verschil tussen een Engelsman, Nederlander of Pool. Logisch, zou je zeggen. Zo is dit verschil er ook in de VS: de ene Texaan is de andere New Yorker niet. Inwoners uit Californië worden door hun landgenoten gekscherend ‘bomenknuffelaars’ genoemd, terwijl Amerikanen uit Idaho onvervalste ‘rednecks’ zouden zijn.

Neem opnieuw het homohuwelijk. We mogen trots zijn op Nederland; het eerste land ter wereld dat dit legaliseerde. En ja: veel Europese vrienden zijn ons gevolgd. Zo kennen Spanje en Noorwegen het homohuwelijk inmiddels ook, terwijl in veel andere EU-landen vormen van geregistreerde partnerschappen bestaan. Maar tegelijkertijd is het huwelijk tussen twee mannen of vrouwen in veel landen onmogelijk.

Sterker nog: landen als Polen, Oekraïne en Roemenië hebben het zelfs expliciet verboden.

Per saldo verschillen de VS dus weinig met Europa wanneer het gaat om het homohuwelijk. Zo mag het wél in Iowa en Vermont, maar hebben staten als Texas, North-Dakota en Nebraska alle samenlevingsvormen tussen twee mensen van hetzelfde geslacht verboden.

Ik neem het homohuwelijk als voorbeeld; maar de progressieve en conservatieve variaties tussen staten dringen door tot alle politieke vraagstukken. Het noordelijke Massachusetts is nou eenmaal niet te vergelijken met het zuidelijke Texas. Evenals het noordelijke Nederland op veel vraagstukken, zoals de euthanasiewetgeving of ons financiële beleid, niet te vergelijken is met het zuidelijke Italië.

Kritiek op de VS voor hun gebrek aan homorechten is terecht. Het is er dramatisch slecht mee gesteld. Het is niet voor niets dat Amerikanen uit alle lagen van de samenleving, van Glee-acteur Chris Colfer tot president Obama, een It Gets Better-boodschap opnamen om jonge homo’s die gepest worden een hart onder de riem te steken.

Mijn enige punt is: kijk in de spiegel.

Als Europeanen moeten we ons wellicht drukker maken dan we nu doen over het gebrek aan homorechten in het oosten van ons continent dan aan de overkant van de oceaan. Of zoek het dichter bij huis: ik hoef in deze column niet uiteen te zetten dat het geweld richting Nederlandse homo’s, onder andere door de toestroom van mensen uit islamitische landen, toeneemt.

Het één sluit het ander niet uit. Kritiek hebben op de situatie van homo’s in de VS en je tegelijkertijd zorgen maken op de Nederlandse – en Europese situatie – kan prima. Maar het beeld dat wij in Europa zoveel progressiever zijn dan onze vrienden aan de overkant van de grote plas, klopt op dit gebied simpelweg niet. En wanneer we Oost-Europa met het ‘heartland’ in de VS vergelijken kunnen de Amerikanen nog weleens als ‘winnaars’ uit de bus komen ook.