Officieel wordt het ministaatje bestierd binnen de Common Wealth-constructie, geldt er de jurisprudentie van Nieuw-Zeeland en is het staatshoofd Queen Elizabeth II, van Groot-Brittannië. Tokelau placht sinds 1948 een constitutionele monarchie te zijn. Maar wat weten de Tokelauanen daarvan, die ongeletterde vissers zijn, en traditionele matten maken van riet? Vele inheemsen horen nooit wat over de ontwikkelingen op het continent.

Zeker de kleine Scrercâ niet, die als klein tienermeisje nog niet bij de grote mensen mag zitten ’s avonds en overdag naar school moet.

Er leven geen bankiers op het eiland, noch is er plaats voor bibliothecarissen of een Albert Heijn. Eens per maand komen de drie gekozenen van de atollen Atafu, Fakaofo en Nukunonu bijeen om te spreken over de lokale kwesties die dan spelen. Ik stel me zo voor dat die gesprekken over het vinden van een nieuwe schooldocent gaan of over de laatste kokosnotenoogst. Kokosnoten vormen er namelijk een belangrijke bron van voedsel – de klappermelk die zich erin bevindt althans. Uit de harde schil kan men bovendien allerlei huishoudelijkheden vervaardigen, maar dat terzijde. Waar zou Scrercâ zijn? Geen komische anekdotes, grapjes of vriendinnen; geen nieuws voor Scrercâ, nooit eens post of de hartelijke groeten van een bekende.

Haar geluk heeft ze kunnen vinden op een atol die met steeds grotere vaart door het water wordt verzwolgen – de zeespiegel stijgt gestaag.

Ik wil weten waar ze is en sla mijn grootvaders oude atlas open. Met een subtiele vastberadenheid wijs ik aan waar de eilandjes zouden moeten liggen, ergens te midden van een woeste watermassa. Ze zijn niet eens ingetekend op deze stoffige kaart, zo onbeduidend moet de cartograaf de woonplaats van Scrercâ gevonden hebben. Maar ik weet dat Tokelau bestaat.

Onmiddellijk realiseer ik me dat ik de arme kaartenmaker van iets afschuwelijks beticht.

Dat de cartograaf er niets kwaads mee bedoelde, toen hij Tokelau wegliet. Neen, dat toch niet alle scherven van het universum kunnen worden vermeld op zomaar een wereldkaart, in zomaar een oude, koddige atlas uit mijn boekenkast. Een realistisch streven, daar moet het edele ambacht van de kaartenmakerij over gaan. En Tokelau is slechts een droom in dit alles, een schitterende illusie, die men niet moet analyseren in termen van coördinaten en tijdzones, maar sussend moet koesteren. Alles is er anders dan bij ons.

Binnenkort is het feest in Tokelau. Scrercâ gaat trouwen. Op het strand luister ik naar de geluiden overzee. Een machtig gevoel. Hoe de vrolijke percussie de cadans van het water overstemt. Voor onze lieve Scrercâ, uit Atafu.