Het slachtoffer, een vaste bezoeker van de homo-ontmoetingsplaats, is om het leven gebracht door een groot aantal messteken en door verstikking. Tot diep in de keelholte van het slachtoffer was een hoeveelheid plantaardig materiaal geduwd.

Onderzoek van de politie heeft uitgewezen dat een stukje plastic, dat onder het lichaam van het slachtoffer is gevonden, hoort bij een bepaald soort mes. Op grond van getuigenverklaringen stelt het hof vast dat de verdachte een dergelijk mes bij zich had tijdens een bezoek aan De Blauwe Kei vier dagen voor de dood van het slachtoffer. Een getuige heeft bovendien verklaard dat de verdachte de Lexus van het slachtoffer op 26 oktober 2006, nog voordat het lichaam van het slachtoffer was gevonden, te koop heeft aangeboden. Op de spijkerbroek van het slachtoffer is bovendien op meerdere plaatsen DNA-materiaal van de verdachte aangetroffen.

Het hof heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met de gruwelijke manier waarop het slachtoffer om het leven is gebracht en met het feit dat de verdachte al eerder werd veroordeeld voor doodslag. In 1998 heeft hij zijn moeder gedood. Anderzijds heeft het hof rekening gehouden met het feit dat de verdachte volgens deskundigen van het Pieter Baan Centrum tijdens het feit verminderd toerekeningsvatbaar was.

CF/Omroep Brabant