Laat ik met je terug gaan naar het beeld van de jongen die aan de eettafel tegenover zijn vader zit en met trillende stem zegt: ‘Ik val op mannen‘. Je ziet dat het hard aankomt bij zijn vader. Je ziet de jongen angstig, afwachtend kijken. Zal zijn vader hem verbannen of niet? Je denkt eerst ‘die vader ontploft’. Je ziet die vader flabbergasted zijn. Een ‘Nee!’ is op zijn gezicht te lezen. Gedachten razen door zijn hoofd. Hij denkt misschien: ‘Die godverdommese camera in mijn huis. Dit is een dwaling. Nee! Ik moet mijn zoon de ‘juiste‘weg wijzen. Ik ben nu machteloos’. Je ziet hem in een splitsecond zijn impulsen inhouden. Zijn diepe NEE tegen deze waarheid is van zijn gezicht af te lezen. Je ziet hem slikken. Hij kijkt in ongeloof naar zijn zoon. ZIJN zoon. Zijn kind waar hij zo vreselijk van houdt. Die net zo is als hij: ook een man. Waar hij zijn leven voor op het spel zou zetten, als het moest. Zijn naamdrager, zijn bezitsopvolger. Alles weg, in een splitsecond. Hij is zich bewust van de camera.

Hij kan geen kant op met zijn emoties. Waarschijnlijk wist zijn zoon dat. En dat gaf hem de moed en de veiligheid om het hem te vertellen. Uit eigen ervaring weet ik dat daar een proces van jaren aan vooraf gegaan is. Een proces waarin je moet onderkennen dat je anders bent. Dat je die stilzwijgende vanzelfsprekendheid tussen je vader en jezelf, het idee van ’wij mannen’, hebt moeten verbreken. Dat kost een enorme inspanning. Gewoon omdat je weet dat je zo anders bent. Ik weet het zo uit eigen ervaring. Er gaat een innerlijk proces aan vooraf, een jarenlange innerlijke dialoog, dat je beseft dat je hetero-zijn een masker is. Iets dat anderen, en - onbewust- je vader het meest ,op je plakt. Gewoon omdat hij je voorgaat in het ‘man-zijn’ in je gezin. Je realiseert je dat onder je heterozoon-imago je ware ‘ik’ schuilt. Dat geeft vervreemding van je oude zelfbeeld en deels ook van je familie. Je bereidt je innerlijk voor op een soort van afscheid.

Iets wat zich niet voor de ogen van deze familie zich afspeelt. Dat gebeurt van binnen. Je gaat je ’anders’ voelen. Dus het is dan ook zo vreselijk onthullend wanneer je dat masker voor de ogen van je vader aflegt. Zo ontroerend welk proces die man en die zoon in tien seconden doorgaan. Als een bliksemflits voelt vader de diepe verlating aan.

En dat ook nog voor de camera. Dat laatste zou mij ook een klap in mijn gezicht zijn. Dat mijn zoon me zo weinig vertrouwt, dat hij zoveel afstand naar me moet creëren. Dat er anderen bij moeten zijn. Vreemden zelfs, dat is vervreemdend. Dat doet zo’n zeer. Heel moeilijk voor een liefhebbende vader. En zo begrijpelijk naar de jongen toe; het helpt hem enorm. Bij deze vader overheerst de liefde boven de verlating in de stilzwijgende vader-zoon band. Hij realiseert zich dat zijn kind innerlijk een lange eenzame weg is gegaan.

Vader voelt zich op zo’n moment vreselijk in de steek gelaten op iets waar hij altijd op meende te kunnen bouwen. Dat zoonlief net was zoals hij in het gezin. Daar waarin hij zó die gezamenlijkheid ervaart. Wat hij zo koestert. Zeker vaders die zich soms eenzaam voelen in hun gezin, in hun huwelijk. Bijvoorbeeld door zich gekrenkt te voelen op hun man-zijn door de weigering van seks door ’moeders’, door het teveel domineren van de vrouw in het gezinsleven.

Ook deze vader op TV was geshockeerd. Volledig op zichzelf terug geworpen. Hij deelde niet meer met zijn zoon, waarin hij dacht dat hij hem daarin stilzwijgend voorging. Als zijn stille held, als een man. Mannen die dan niet stevig in hun eigen schoenen staan, reageren met woede op zo’n diep verlating. Want dat is het in wezen voor vaders. Veel mannen reageren het makkelijkst met woede op pijn van verlating. In de reddeloze hoop de ander daarmee net even vóór te zijn. De ander net even harder te verlaten dan zij zelf verlaten worden op dat moment. De meest primaire oerdrang tot overleven komt daarmee naar voren. Poor men, poor sons!

Zo mooi dat deze vader sterk in zijn schoenen stond. Hij verslikte zich en realiseerde zich dat hij zijn trots kwijt was. Zijn trots die op ;mannen valt?’ Iets totaal wezensvreemd voor hem als heteroman. Hij leek innerlijk te hoofdschudden. ‘Nee, dat kan toch niet waar zijn. Dat is een dwaling. Wat moet erin godsnaam van mijn lieve zoon worden? Homo‘s lijken soms zo verdwaald….’.

Ergens heeft hij daar gelijk in. Er zijn maar weinig homozonen die in hun coming-out naar hun vader in staat zijn om de eigen angst te overkomen en ook nog eens de pijn van hun vader kunnen zien. Op dat moment door zijn boosheid heen te kunnen kijken, te realiseren dat hij zich intens verlaten voelt. Dat hij eigenlijk van je houdt. Een bijna onmogelijke opgaaf om dat alleen te doen.

Later kan er nog een hoop hersteld worden. Wie dat kan, voelt beter waar hij bij hoort. We willen immers toch allemaal samen thuis op de bank. Het diepste gevoel van erbij te horen. Alleen wordt dit verlangen naar ‘erbij horen’ overschaduwd. Misschien wel omdat we in onze innerlijk ontdekking van ons ‘anders-zijn’ ook afscheid nemen. Afscheid nemen van onze natuurlijke plaats in het gezin. De plaats die vaders toekennen aan hun zonen, welke dat ook is. Een ding realiseren we ons: we horen er niet automatisch meer bij. Iets wat ons ons hele leven achtervolgt.

Wij homo’s zijn ons, net als de zoon op TV, gaan schamen voor onze homoseksualiteit. Intens gaan schamen naar degene die ons zo lief zijn, onze pa en ma. Moeders zitten niet zo lang met onze homoseksualiteit in hun maag. Vrouwen zitten niet zo met de mannen-identificatie zoals die tussen vader en zoon en dus stappen er makkelijker overheen. Maar schaamte is jezelf door de ogen van anderen veroordelen. Dat heeft deze jongen innerlijk al jaren gedaan. Hij heeft er misschien wel over leren liegen. Zoals wij allen heeft hij een sociale angst op ontdekking opgelopen. Nu hij eindelijk zijn vader onder ogen is gekomen en zich aan zijn oordeel heeft bloot kunnen stellen, blijkt het mee te vallen. Zijn vader is zijn eigen pijn gaan verwerken en hem gaan accepteren. Dat is het begin geworden van een nieuwe verbinding met zijn vader. Iets wat we lang niet allemaal hebben kunnen meemaken.

Het is immers een proces dat met ’uit de kast’ nog maar net begonnen is. En soms wel een leven lang zal duren tot in allerlei relaties aan toe. Hoezee! Ik hoop voor deze jongen, dat hij niet alleen de eenzaamheid van het mannenleven leert trotseren, maar dat hij ten diepste gaat voelen dat hij er ‘toch gewoon bij hoort’, juist ook bij zijn vader. Hij kan daar alleen heling in vinden bij zijn eigen vader, moeders hélpen ten hoogste. Voor wie er ook nog mee bezig is: het start met te gaan herkennen welke innerlijke dialoog je hierop voert. Het helpt als je hier met anderen over praat en dan uiteindelijk als je die dialoog met je vader gaat delen.