De aanslag vormt een tragische climax in een alsmaar explosiever wordend klimaat in de Amerikaanse politiek. Dat de aanslag in Arizona plaatsvond is geen toeval; de sheriff van Tucson noemde de staat niet voor niets “de hoofdstad” in een politieke discours die de afgelopen jaren alsmaar feller is geworden. Met name de controversiële immigratiewet, die het lokale autoriteiten mogelijk maakt mensen die er ‘apart uitzien’ naar hun identiteitsbewijs te vragen, zorgde vorig jaar voor forse tegenstellingen. Rechtse politici (voorstanders van de wet) zouden discrimineren, terwijl hun linkse collega’s (tegenstanders) Arizona aan Mexico wilden verkopen.

Hoewel ik zoveel mogelijk objectief probeer te blijven in mijn verslagen van de Amerikaanse politiek kan ik er niet omheen: conservatieve politici spannen in de VS de kroon wanneer het gaat om de verharding van het politieke debat.

Neem bijvoorbeeld Michael Steele, voorzitter van de Republikeinse partij. Direct na de schietpartij zei hij “geschokt” te zijn. Dat zal best. Toch zei hij voor de congresverkiezingen nog dat hij de Democratische leider in het Huis van Afgevaardigden, Nancy Pelosi, graag “naar de vuurlinie” zou willen sturen. Simpelweg een onhandige uitspraak.

Zijn partijgenoot Sarah Palin maakte het nog bonter. In maart berichtte ik al over een afbeelding op haar Facebook-pagina waarin districten van Democratische congresleden werden aangeduid met vizieren van geweren. Dit betekende dat ze “aangevallen” diende te worden door conservatieve tegenstanders. Toen haar partij onlangs president Obama’s zorgwet wilde terugdraaien (‘repeal’) twitterde Palin doodleuk: ‘don’t repeal, reload’. Beide uitspraken bedoelde ze uiteraard in politieke zin, maar leg dat een mentaal gestoorde idioot maar eens uit.

Wilden deze – en andere – Republikeinse politici hun politieke tegenstanders dood hebben? Nee, natuurlijk niet. Maar invloed brengt verantwoordelijkheid met zich mee. En hoe je het ook wendt of keert: het plaatsen van vizieren op districten van tegenstanders is op z’n zachtst gezegd onhandig. Er zijn grenzen.

En inderdaad: ook linkse politici kunnen er wat van. Zo werd president Bush regelmatig vergeleken met Adolf Hitler of andere oorlogsmisdadigers. Maar feit blijft dat dergelijke uitspraken in de marge van de Democratische partij gebeurde. Bij de Republikeinen zijn het prominente politici als de voorzitter (Steele) en een oud-vicepresidentskandidate (Palin). Vanuit het hoogste niveau meent men oorlogsvergelijkingen nodig te hebben om hun punten kracht bij te zetten.

Hoe nu verder? Het is te hopen dat het politieke debat in de VS iets aan felheid zal matigen. Want enkel dan zal de schietpartij in Arizona een climax blijven. Wanneer straks een belangrijkere politicus wordt verwond (of erger) was de schietpartij in Arizona slechts een donkere voorbode van wat de Amerikanen te wachten staat.