Tijdens de verhuizing heeft de eerste schifting plaatsgevonden; net iets meer dan de helft van de kleding mocht mee. En dat is maar goed ook, want in het schattige maar oh zo kleine huisje waar ik nu zit, had het nooit gepast. Ik heb voor het eerst in tien jaar weer een echte ouderwetse, degelijke kledingkast. Gewoon de hoge elementen van IKEA, met spiegels erop. En het werkt geweldig. Alleen is een kast bedoeld om dicht te kunnen en daar wringt hem nou net de schoen. Nou ja, de schoen wrong, want nu ligt alles dus buiten de kast op elkaar gestapeld.

De lente komt eraan en dat betekent grote schoonmaak. Ik ben begonnen met de kledingkast; alles eruit geflikkerd. Schoenen, truien, overhemden, laarzen, broeken en manden met t-shirts lagen door de kamer verspreid. Ik moet meer ruimte in de kast en wil de lente opgeruimd beginnen, dus zware beslissingen moeten gemaakt worden. Wat kan écht niet meer, wat kan altijd, wat kan nog een beetje en wat is (bah bah bah voor het woord) hip.

Ik heb drie stapels gemaakt. De eerste deed pijn want dat was de stapel met wat echt niet meer kan; corduroy(rib)broeken, slippers met een te groot vlak over de voet, jeans met te wijde pijpen, truien met te veel vlakken, te wijde spijkerbroeken, giletjes, de wijde jaren ‘80 linnenbroek moet er ook eindelijk aan geloven. Een vuilniszak met daarin t-shirts die ik bewaarde uit het Now&Wow-tijdperk, maar waar ik uiteraard alleen nog in ga passen als ik mijn vinger in mijn keel ga steken, spencers van wol zonder patroon en ook de Aussiebums gaan de verversing in. Op een of andere manier kan een nieuw seizoen pas beginnen met nieuw ondergoed. Je kleding erboven kan rustig een paar seizoenen mee, maar daaronder moet het nieuw zijn.

Voor ik de knoop erin leg, gaat er een oude fake Gucci-tas – “hoe kom ik eraan!?” – bovenop. Tassentechnisch vind ik een basic bruin, cognac of zwarte leren tas toch eigenlijk het enige dat je als man nodig hebt.

De tweede is een enorme berg van spullen die prima altijd kunnen. Met vooral spijkerbroeken, uitgaansshirts waar ik nog inpas (tja, dertig hè...) overhemden van Westwood tot H&M, riemen, goeie schoenen, truien in basiskleuren, pakken en pantalons. Er zijn gewoon zoveel basisstukken die je moet hebben wil je je aan kunnen kleden.

De laatste stapel bevat alles wat nog kan en perfect in het komende lente/zomer-beeld zal staan. Om de look weer helemaal 'nu' te maken, pak ik van de eerste stapel weer heel veel terug... De wijde spijkerbroek kan namelijk afgeknipt boven de knie, riem erom en lijkt zo weg te zijn gelopen van de D&G-catwalk. Ook de slippers met een brede band over de voet horen op dezelfde catwalk (erg grappig aangezien het vintage slippers zijn van hetzelfde merk, hergebruik vanuit het modehuis zelf dus). Mijn grijze gilletjes zijn erg Lanvin als ik er een wijd grijs shirt onder draag. De jaren ’80-broek lijkt zo weggeplukt bij Kris van Assche. In de lente is simpelweg een hoop geoorloofd.

De verschillende labels en modehuizen hebben elk een eigen stijl, net als iedereen op straat. Voor ieder wat wils. Ik denk dat we gewoon weer heerlijk aan de AllStars gaan, slippertje of metallic lakschoen, slanke jeans of pantalon (maar niet in uitgesproken kleur), wijde t-shirts, overhemden (veel lichtblauw, jeans in het wit). Bruintinten zullen het in de truien van natuurlijke materialen erg goed gaan doen, een beetje preppy/kak is niet fout, maar lekker! De losse look met veel zwart en grijs met oversized shirts, gescheurde truien en shawls kunnen nog steeds, al vind ik het minder zomers.

Uiteindelijk komt het erop neer dat alles gewoon weer terug de kast ingaat om of de komende zomer te worden aangetrokken of om rustig te wachten tot het weer hip wordt... Ik koop wel een extra element voor mijn kast.

Allan Vos