Australië huist een groot aantal merkwaardige dieren. Van zeer ijdele, aandachtopeisende, pronkende sierlijke soorten tot de gevaarlijke, constant jagende, bijtgrage roofdieren. En dan heb ik het alleen nog maar over de mannen van Oxford Street.

Buiten Sydney zijn de meer exotische exemplaren te zien. En niet alleen te zien maar ook te aaien en te voeren. Dat is het voordeel van een land waar kangoeroes net als schapen zijn: in overvloed en in voornamelijk in de weg. Er wordt hier dus op de kangoeroes geschoten, niet alleen om ze weg te jagen maar ook voor het vacht en het vlees.

In het Featherdale Wildlife Park zijn de kangoeroes echter veilig. Ze lopen nieuwsgierig langs je, op zoek naar aandacht en voer. Voor een dollar koop je een bakje met voedsel dat de vrolijke springers maar al te graag uit je hand eten. Ze zijn gewend aan mensen, dus gevaarlijk is het niet. Ze geven je niet zomaar een trap.

Naast de roos krijg je in het wildlife park ook de kans om misschien wel het schattigste dier ter wereld te aaien: de koala. De vrolijke buidelbeer met de kleine oogjes en grote oren gaat graag met je op de foto terwijl hij kilo’s eucalyptus naar binnen werkt. Er zijn er altijd wel een paar wakker, maar de meesten zitten tussen twee boomtakken in te slapen. Ze slapen gemiddeld zo’n 18 uur per dag.

Daarmee hebben we de knuffeldieren wel gehad. Mensen staan in de rij om een python om hun nek te nemen, maar hoewel ik een stuk dichterbij kom dan bij het Nichtencircus, sla ik even over. In Australië bevinden zich 20 van de 25 meest giftige slangen (zeeslangen buiten beschouwing), niet bepaald een fijne gedachte.

Zeker niet omdat de nummer drie van de lijst zich in de omgeving van Sydney bevindt en een aantal anderen in de Blue Mountains, mijn volgende stop.

De Blue Mountains bestrijken ongeveer een kwart van de grootte van Nederland. Een gigantisch berggebied dat lijkt op de Grand Canyon maar dan met bomen. Indrukwekkende rotsformaties, watervallen, mijnen, in ieder opzicht zijn de Blue Mountains adembenemend. Niet voor niets is het gebied in het jaar 2000 unaniem op Unesco’s werelderfgoedlijst gekozen.

Hoewel er vele uitkijkpunten zijn van waar je de bergen en het dal kunt fotograferen, zijn er een paar (toeristische) hoogtepunten. Bijvoorbeeld de rotsformatie Three Sisters. Drie puntige rotsen, vlak naast elkaar, zijn volgens aboriginal-verhalen ondeugende zusjes die verliefd werden op mannen uit een andere stam en daarom veranderd werden in de lange rotsen (alle drie zijn ze bijna een kilometer hoog).

Een klein stukje voorbij Katoomba, het dorp dat grenst aan de Three Sisters, is het Blue Mountains Scenic World Center. Hiervandaan kun je wandeltochten maken, met een kabelbaan naar een andere berg (NIET doen als je last hebt van hoogtevrees!) of met de steilste trein ter wereld naar beneden en weer omhoog.

Ik neem samen met mijn excursiegenootjes (een homo uit Breda, een meisje uit Venlo en een gekke Japanner uit Osaka) de wandelroute naar beneden om eenmaal daar de trein weer omhoog te nemen. Er is een gids bij die allerlei weetjes vertelt over vooral de bomen. Het gebied herbergt schijnbaar meer dan twintig verschillende soorten eucalyptusbomen. Best wel veel.

Er zijn op de route naar beneden een aantal ongemakkelijk steile passages, maar we overleven het allemaal en het uitzicht is het meer dan waard. Ook hier zijn de Three Sisters nog zichtbaar en aan de linkerkant zien we nu ook een waterval. Mooi!

Onderaan de berg bevindt zich een koolmijn die allang niet meer in gebruik is, maar die een mooi inzicht geeft in hoe de immigranten hier 130 jaar geleden werkten. Met de trein is het vervolgens slechts een paar minuten terug naar boven. Heel anders dan de twee uur die het kost om beneden te komen.

De Blue Mountains zijn zo’n twee uurtjes rijden vanuit Sydney. Er gaan dagelijks verschillende tour operators die kant op en de meesten stoppen bij het eerdergenoemde Wildlife Park dat zeer de moeite waard is (er zijn ook dingo’s, wombats, krokodillen, emoe’s en albinokangoeroe’s).

Maar voor indrukwekkende natuur hoef je de stad niet uit.

In Sydney bevinden zich zoveel parken dat het lijkt alsof de gebouwen daar omheen zijn gebouwd in plaats van andersom. Met als absolute hoogtepunt de Royal Botanic Gardens. Dit aangelegde park ademt ontspanning uit en laat je verdwalen tussen de vele paden, velden en fonteinen. Wandel langs een magische boom, rozenperken en tropische planten met constant een schitterend uitzicht over de baai van Sydney. En als je langs het water blijft lopen, kom je vanzelf bij het belangrijkste landmark van Australië: het Sydney Opera House.

Ik geloof dat ik inmiddels vierhonderd foto’s van het immense gebouw heb gemaakt. Zeker ’s ochtends, met de zon die zowel de Harbour Bridge als het Opera House vanaf de zijkant verlicht, is het een adembenemend mooi gezicht. Als je in Sydney bent, kun en wil je niet anders dan het gebouw vanuit iedere hoek bekijken. Dus wandel over de Harbour Bridge, ga naar Luna Park en relax in de Botanic Garden en laat je overrompelen door het indrukwekkende uitzicht.

Momenteel is het herfst in Sydney, maar zo voelt het niet. Dagelijks is het tussen de 20 en 30 graden, joggers lopen zonder shirt en de stranden zijn vol. De Mardi Gras is inmiddels begonnen maar de grote feesten komen er nog aan. Grote bingo’s, een pool party, een feest bovenin de hoogste toren van Australië en de wereldberoemde afterparty. Ik heb het idee dat ik hier nog lang niet alles gezien heb!

Dit artikel wordt mede mogelijk gemaakt door British Airways. Vragen of opmerkingen? Mail ze naar redactie@gay.nl of tweet aan @gay_nl of @kris_tiaan. Houd de hashtag #gaynlsydney in de gaten!

KS
Lees ook:
» Sexy in Sydney | Somewhere (3) reacties