Politieke partijen op campagne roepen heftige emoties op. De allereerste keer dat ik mee ging flyeren, kreeg ik al na vijf minuten een middelvinger tegen mijn neus gedrukt. In onvervalst Leids werd daar “kankerlijers” aan toegevoegd. Sindsdien ben ik wel wat gewend. Een klodder spuug vlak voor mijn voeten. Een jongen die de flyer van zijn vader afpakt en verscheurt, om vervolgens intimiderend voor me te blijven staan. Een oproep om één van onze Tweede Kamerleden op te hangen.

Het zijn uitzonderingen. De meeste mensen gedragen zich correct. Er staan bovendien veel positieve reacties tegenover. Sommige mensen twijfelen nog en willen dat je ze probeert te overtuigen. Anderen grijpen de kans om eens een praatje te maken. Een gepensioneerde weduwnaar vertelt me zo'n beetje zijn hele levensverhaal. Er zijn ook mensen die in discussie willen. De één oprecht, de ander alleen om zijn ei kwijt te kunnen.

“Nee, geen VVD dit keer. Kent u Langman? En Witteveen?”


Nee, die ken ik niet. De man legt uit dat het VVD-ministers waren. “Dat waren mannen met ideeën. Wat er nu gebeurt, kan niet.” Ik ben nieuwsgierig en vraag hem wat de ideeën van Langman en Witteveen waren en aan welke tijd ik ongeveer moet denken. En vooral ook wat er dan nu zo verkeerd gaat. “Het kan gewoon niet. Wat er nu gebeurt, kan niet. Langman en Witteveen, dat waren pas mannen. Nee, geen VVD dit keer. Het kan niet.” En hij loopt weg.

Soms is campagne voeren gewoon komisch. Een vrouw weigert mijn flyer. “Ze moeten ons eerst meer geld geven!” Ze schreeuwt zo hard dat we toeschouwers hebben. Ik vraag haar wat ze precies bedoelt. Uitkeringen? Subsidies? Nee, gewoon meer geld. Dan pas gaat ze stemmen. Überhaupt. Ze doelt niet alleen op de VVD. Ik waag een poging. “Wij willen lagere belastingen, mevrouw!” Ze fietst weg en roept: “Wat heb ik aan lagere belastingen? Ik wil gewoon meer geld!”

Wekenlang ben ik dagelijks met de campagne bezig geweest.


Persberichten schrijven, vergaderen, debatten bijwonen, activiteiten organiseren, krantjes bezorgen en vooral heel veel flyeren. Veel gezichten sla ik op, maar vaak genoeg bied ik iemand twee of drie keer een flyer aan. Ik kan het ook niet helpen dat een man vier keer de supermarkt in en uit gaat. Het is leuk om te doen, zeker in het gezellige campagneteam van de VVD Leiden, maar het is slopend.

Nu heb ik weinig met dit kabinet. Onder invloed van de PVV laat het noodzakelijke hervormingen op de arbeidsmarkt en in de sociale zekerheid liggen en ademt het een sfeer van repressie uit. Voor een liberaal die gelooft in de vrijheid van ieder individu om zichzelf te ontplooien, is dat een behoorlijk bittere pil. Toch kon ik weer de energie opbrengen fanatiek campagne te voeren. Ik wil deze coalitie van binnenuit liberaler maken. Het alternatief van de rood-linkse partijen is bovendien nog veel erger dan het huidige regeerakkoord.

Het maakt mij echter niet zo veel uit of er straks een meerderheid in de Eerste Kamer komt.

Onderhandelen met D66 en GroenLinks kan voor het liberale karakter van dit kabinet helemaal geen kwaad. Maar als er wel een meerderheid komt, is dat ook in orde. Zolang er maar niet te veel wordt toegegeven aan de SGP en de partij van egoïstische babyboomers, kan ik met beide scenario's leven. Voorop staat dat dit kabinet moet doorregeren. De roep om nieuwe verkiezingen van sommige oppositiepartijen is onzinnig.

Je zag het aan de verkiezingsuitslag: ten opzichte van afgelopen zomer verandert er bijna niks. Dit zijn momenteel gewoon de verhoudingen. Bij nieuwe verkiezingen is Wilders heus niet plotseling verdwenen. Dan heeft het linkse blok echt niet ineens een meerderheid. Dan keert de vroegere tevreden kiezer al helemaal niet terug. Nieuwe verkiezingen hebben geen zin. En als ik de stemming op straat peil, hebben de kiezers daar ook helemaal geen zin in. Ze zijn verkiezingsmoe. Ik ook.

Roelof Smit