Reagan, die begon als acteur maar later gouverneur van Californië werd, was president van 1980 tot 1988. Charisma was het sleutelwoord; Reagan wist de rol als vader des vaderlands met verve te spelen.

Hoewel hij in 2004 overleed is Amerika’s veertigste president nog steeds mateloos populair; in de VS zijn er duizenden dingen – waaronder een vliegveld, scholen en nationale parken – naar hem vernoemd. De gemeente Den Haag besloot enkele weken geleden nog een straat naar de voormalige president te vernoemen.

Sterker nog: er is zelfs een project gaande om de president bij te spijkeren op Mount Rushmore. Bijna een kwart van de Amerikanen vindt dit een goed idee, al scoort ook de vermoorde president John F. Kennedy hoge ogen bij onderzoeken naar dit idee.

Dat de populariteit – en invloed – van Reagan ook de landsgrenzen heeft overstegen wordt ook anno 2011 opnieuw duidelijk. Met premier Rutte heeft Nederland, een beetje qua stijl maar vooral inhoudelijk, een premier die in de voetsporen van president Reagan lijkt te treden.

Het kabinet Rutte praat immers maar al te graag over een “kleine overheid” en “Nederland teruggeven aan de Nederlanders”. Met andere woorden: weg met die logge, bureaucratische overheid met haar enorme belastingdruk en vele regeltjes. President Reagan bepleitte dit in de jaren ’80 ook middels zijn ‘economische programma ‘Reaganomics’.

‘Reaganomics’ steunde op vier pilaren: de overheidsuitgaven terugdringen, de inkomstenbelasting verlagen, overheidsreguleringen verminderen en de inflatie laag houden. Volgens de president zou de economie dusdanig hard groeien dat de overheidsinkomsten, ook met lagere belastingen, flink zouden stijgen.

Dit laatste bleek een utopie. Want hoewel Ronald Reagan dus tot één van de meest geliefde én succesvolle presidenten gerekend wordt, zijn historici het erover eens dat zijn economische beleid onsuccesvol was; het gat tussen arm en rijk explodeerde en het begrotingstekort liep op tot een recordhoogte. Maar: in Nederland hoeft dit niet te gebeuren.

Reagan beloofde namelijk ook nog iets anders: een sterker leger. Middenin de wapenwedloop met de Sovjet-Unie kreeg de minister van Defensie te horen dat hij alle apparatuur mocht bestellen die hij nodig achtte. Het gevolg: het Pentagon gaf op een gegeven moment maar liefst 34 miljoen dollar per uur uit. De kosten rezen de pan uit.

Republikeinse politici – die Reagan op handen dragen – zullen beargumenteren dat dit noodzakelijk was om de Sovjet-Unie in toom te houden. Dat kan zo zijn, maar het verklaart in ieder geval waarom ‘Reaganomics’ onder president Reagan uitliep op een financiële ramp. Pas eind jaren ’90 lukte het de Democratische president Clinton om de overheidsfinanciën weer op orde te krijgen.

In Nederland hoeft het economische beleid van premier Rutte niet desastreus te eindigen. Naast de vele bezuinigingen op tal van overheidsinstellingen moet ook het leger honderden miljoenen inleveren. Daarbij gaan de inkomstenbelastingen – voorlopig – nog niet omlaag, waardoor er voldoende geld blijft binnenkomen.

De Nederlandse versie van ‘Reaganomics’ kan weleens succesvoller uitpakken dan de Amerikaanse grondlegger. In dat geval zal ‘Reaganomics’ 2.0 de erfenis van Ronald Reagan opnieuw bijstellen, en opnieuw zal het zijn imago ten goede komen.