1. In een eerder interview heb je het over de ervaringen en verhalen van je broer John Blankenstein gehad, die veel negatieve ervaringen had meegemaakt in de voetbalwereld en snapte waarom voetballers niet uit de kast durven komen. Aan wat voor verhalen moeten we dan denken?

Het gaat vooral om de ‘tribuneverhalen’. De angst van de homoseksuele sporters voor de supporters. Iedere voetballer heeft de ambitie om in Engeland of Spanje te gaan voetballen en daar zitten zo’n 60.000 man op de tribune die je negatief benaderen. John was daar veel verder in. Hij was rap van tong en kon zich goed verweren.

2. Wat moet er volgens jou gebeuren om het klimaat binnen de voetbalwereld zo te krijgen dat voetballers wel zorgeloos uit de kast kunnen komen?

De veiligheid is vooral belangrijk. Ik denk dat de angst voor medespelers wel meevalt, maar die voor de supporters niet. En bestuurders zijn op hun beurt weer bang voor de supporters waardoor het erg langzaam gaat. Maar het zou al heel erg helpen als spelers weten dat hun teamgenoten achter ze staan. Onlangs werd bij een korfbalwedstrijd de homoseksuele speler Casper Boom door supporters van de tegenpartij uitgescholden. Na de wedstrijd kwamen zowel zijn teamgenoten als spelers van de tegenpartij naar hem toe om hun afschuw hierover uit te spreken. Dat is uiteindelijk belangrijker dan de mensen op de tribune.

3. Op de KNVB komt veel kritiek vanuit de homowereld dat het een homofobe organisatie zou zijn. Deel jij die mening?

Niet meer. Er vindt een verandering plaats. In de tijd dat John scheidsrechter was, was het nog wel zo. Zelfs vijf jaar geleden was het niet te doen om bij de KNVB en andere sportbonden binnen te komen, maar dat is nu anders. En dat is ook logisch want er ligt een hele markt achter, er zijn sponsors en fans te winnen. En er komt ook steeds meer media-aandacht voor homo-emancipatie in de sport. Dat helpt ook. Er zijn inmiddels gesprekken gaande en de deur staat op een kier.

4. In Engeland heeft de FA onlangs meegewerkt aan een grote campagne tegen homofobie in de sport. Waarom lijkt zo’n statement in Nederland nog zo ver weg?

Dat kan zo omslaan. De gesprekken zijn gaande en ik denk dat het later dit jaar zeker mogelijk kan zijn. Spelers hebben het recht om vrij te kunnen sporten, ondanks hun geaardheid. Steeds meer bonden gaan zich daar actief voor inzetten. Kijk bijvoorbeeld naar de roeibond en de zwembond.

5. Jullie richten je vooral ook op de amateursport. Maar zou het daar niet veel makkelijker gaan als de profs het goede voorbeeld zouden geven?

Natuurlijk! Dat is met alles zo. Kinderen spiegelen zich aan de topsporters, de rolmodellen. Maar zolang in het profsegment weinig gebeurt, richten we ons op de jeugd. Want het is de basis waar het mis gaat. De ouders langs de kant die ‘je bent toch geen mietje’ roepen. Supporters zijn kuddedieren en ze nemen dat gedrag mee naar het stadion. Dat willen we natuurlijk niet. Daarom zijn we momenteel bezig om het project ‘meer dan voetbal’, dat discriminatie en ongepast gedrag langs de lijn tegengaat ook homoseksualiteit specifiek gaat benoemen.

6. Hoe is de huidige stand van zaken in de amateursport?

Je moet begrijpen, clubbestuurders denken hier niet over na. En dat kan ik me ook wel voorstellen. Het zijn allemaal vrijwilligers en het staat bij amateurclubs al stijf van de regels. Sommige clubs hebben een zetje nodig om het actief onderdeel uit te laten maken van hun beleid. Dat is erg belangrijk want amateurclubs krijgen een steeds grote maatschappelijke functie en uitstraling. Opnieuw is de rol van de KNVB hierin belangrijk. Maar we zijn nu ook bezig met een Amsterdamse amateurvoetbalclub die uit zichzelf naar ons toe zijn gestapt om te vragen hoe ze homoseksualiteit een plaats kunnen geven in hun emancipatiebeleid. Dat is natuurlijk prachtig.

7. Eén van jullie argumenten, samen met de Alliantie Gelijkspelen, is dat ontwikkeling van een homovriendelijk voetbalklimaat, winst voor het Nederlandse voetbal is. Jullie doelen daarmee ook op hogere sponsorinkomsten. Hoe kom je op die redenatie?

Momenteel blijft een hele doelgroep onbenut. Er zijn tal van homovriendelijke bedrijven zoals bijvoorbeeld ING en KLM. Als ondernemer ben je eerder geneigd om geld in een betaaldvoetbalorganisatie te steken als deze homovriendelijk is. Als een bvo anti-homo is, ga je daar geen geld in steken. De maatschappelijke rol van clubs wordt steeds groter. En een hele fanbase blijft onbenut. In Duitsland zijn nu groepen homo’s die gezamenlijk naar voetbalwedstrijden gaan. Het is niet zo dat homo’s niet van sport houden. Allemaal redenen voor een bvo om zich homovriendelijker op te stellen. Er is alleen maar winst mee te behalen.

8. Op welk behaald succes ben je tot nu toe het meest trots?

Ik denk dat we heel trots mogen zijn dat het bespreekbaar is gemaakt, homoseksualiteit in de sport. Dat is echt heel anders dan een jaar of vijf geleden. Samen met de Alliantie Gelijkspelen hebben we het echt op de kaart gezet. Het is nu een hot topic. In februari was de Justin Day, en dan worden we nu steevast gebeld door de media. Daar zijn we trots op.

9. Wat wil je per se nog bereiken?

Een homovriendelijk sportklimaat. En niet doordat we tegen clubs zeggen ‘je moet dit, je moet dat’, maar juist door samen te werken.

10. Hoeveel homo’s lopen er momenteel eigenlijk rond in het Nederlandse profvoetbal?

Geen idee, maar zeker meer dan nul!

---voor meer informatie over de John Blankenstein Foundation, klik hier---

Het jaar 2011 is door Gay.nl uitgeroepen tot themajaar sport. Het komende jaar zullen er maandelijks interviews, columns, aankondigingen en artikelen met betrekking tot homoseksualiteit en sport worden geplaatst. Heb je een bijdrage? Mail de redactie op redactie@gay.nl !