1. 
Wees de beste versie van jezelf wanneer je naar buiten stapt, want dit is een vorm van respect naar de mensen om je heen.

2. 
Een heer werkt. Mensen die niet werken zijn saai en vervelen zich vaak ook. Wees gepassioneerd, je moet verbonden zijn en iets aan de wereld bijdragen.

3. 
Manieren zijn erg belangrijk en daadwerkelijk weten wanneer dingen gepast of ongepast zijn ook. Ik hou altijd de deur open voor vrouwen. Ik draag hun jas, ik zorg dat ze aan de binnenkant van de stoep lopen. En sta op wanneer mensen arriveren of opstaan van een eettafel.

4. 
Wees niet pretentieus, racistisch of seksistisch. En veroordeel mensen niet op hun achtergrond.

5. 
Een man zou nooit een korte broek mogen dragen in de stad. Teenslippers en korte broeken in de stad zijn nooit gepast. Korte broeken horen thuis op de tennisbaan en het strand.

CF