De geheime militaire operatie in Pakistan, waarbij Bin Laden na een vuurgevecht door zijn hoofd werd geschoten, maakte van deze week de meest succesvolste periode van president Obama’s presidentschap tot nu toe.

Dacht men in 2008 dat president Obama’s paradepaardje de economie zou worden, en heersten er grote twijfels over zijn buitenlandervaring, anno 2011 weten we wel beter. De president scoort hoog in opiniepeilingen wanneer het gaat om zijn buitenlandbeleid; met als belangrijkste prestaties de terugtrekking van de troepen uit Irak en een intensivering van de oorlog in Afghanistan. De ‘uitschakeling’ van bin Laden kan hier nu bij opgeteld worden.

Eerlijkheidshalve moet gezegd worden dat het vertrouwen in het economische programma van de president flink gedaald is, maar daar gaat deze column niet over.

Tijdens de presidentsverkiezingen van 2008 beloofde – toen nog kandidaat – Obama Pakistan binnen te vallen, zonder het regime op de hoogte te stellen, als bin Laden op deze manier uitgeschakeld kon worden..

“Onverstandig” om dit openlijk te zeggen, meende zijn partijgenote Hillary Clinton. John McCain, Obama’s Republikeinse tegenstander tijdens de verkiezingen, maakte deze “onrechtmatige aanval op Pakistan” meerdere keren belachelijk. Vandaar de dag prijzen beide politici het daadkrachtige optreden van de president; Clinton was er als minister van Buitenlandse Zaken zelfs nauw bij betrokken.

Vannacht heeft president Obama zijn belofte uit 2008 dus ingelost. President Clinton probeerde het in de jaren ’90, na de aanslagen op Amerikaanse ambassades in Afrika en het marineschip de USS Cole. President Bush startte een mondiale klopjacht na de aanslagen van 11 september 2001. Beide presidenten faalden, ze waren niet daadkrachtig genoeg of misten net dat ene beetje geluk om toe te kunnen slaan.

Met de dood van Bin Laden heeft president Obama zijn ‘foreign policy-credentials’ nog eens extra onderstreept, iets dat hem volgend jaar goed van pas zal komen.

De president mag dan minder hard uit de hoek komen als zijn Texaanse voorganger, en iets minder vaak met zijn vuist op tafel slaan, de koele Obama mist zeker geen daadkracht. Of, zoals de president het onlangs zelf zei: “I may be skinny but I’m tough.”

Raymond Mens