Maar de songfestivalfans zijn creatief. Twee straten verderop zit de Monkey Club. Ergens verstopt in de kelder van een pand in een nisje van een winkelstraat is de nieuwe hotspot van die avond gecreëerd. Vanuit het niets is er een magische plek waar even niets anders geldt dan het songfestival. Overal hangen vlaggen en de enige muziek die gedraaid wordt zijn upbeat, swingende songfestivalnummers van de afgelopen veertig jaar.

In Düsseldorf hebben het Noorse Habba Habba en Dana Internationals Ding Dong inmiddels een cultstatus gekregen. Aan de lopende band komen de nummers voorbij en elke keer opnieuw worden ze met gejuich ontvangen. Dat deze artiesten de finale niet gehaald hebben, begrijpt niemand hier.

Ook overdag lijkt er iets in de Düsseldorfse lucht te zitten. Overal in de stad kom je fans en pers tegen en iedereen zit in dezelfde sfeer. Er is nog maar een gespreksonderwerp, er mag alleen naar muziek geluisterd worden die ooit aan het melodieënfestein heeft meegedaan en het hebben van een vlaggetje van jouw favoriete land is een must.

De Altstadt is het bruisende Eurovisie-centrum met flink uitgedoste Stuben. Hier eet je voor twaalf euro Sauerbraten met Knödel en rode kool en drink je Pils voor 1,70. De Euroclub is hier ook gevestigd en 100 meter verder dobbert de boot van de 3Js in de Rijn. Ze maken regelmatig hun opwachting in de Euroclub.

Op de avond voor de finale zijn er nauwelijks finalisten te vinden in de Euroclub. Alleen de Spaanse Lucia Perez maakt spontaan haar opwachting door haar nummer (wo-o-o-o-o-oh) mee te playbacken met de groep Israelische jongens die al de hele avond bij alle nummers een dansje doen. Ze kennen alle teksten en de dansjes doen ze synchroon. Bij –alle- nummers. Het is de beste act die je kunt bedenken in deze sfeer. De Euroclub is een feestje. Iedereen kan overal lopen, zelfs op het podium, het ziet er allemaal mooi aangekleed uit en feitelijk zijn er vooral homo’s.

Daar komen ook de gedesillusioneerde Duitse heteromeisjes langzamerhand achter. Eentje maakt een move bij een homo van het Nederlandse journaille en komt bedrogen uit. Eigenlijk is het songfestival meemaken in de stad waar het plaatsvindt een beetje een gay pride. Overal vlaggen en felle kleuren en het merendeel valt op mannen.

Het perscentrum bij de Arena is inmiddels ook veranderd in een cruising area. Met honderden songfestivaljournalisten bij elkaar was dat ook wel te verwachten. Er is te allen tijde gratis koffie en thee en er zijn gratis appels. Ook hier lopen de artiesten in het wild rond, al is dat in de week naar aanloop van de finale wat minder. Dit is de plek waar het meest wordt gelobbied door de delegaties en hier vinden de persconferenties plaats waar Jedward keer op keer heeft weten te schitteren (na de halve finale van donderdag liepen ze over de tafels heen).

De Arena zelf is op indrukwekkende wijze omgetoverd tot songfestivaltempel. Tijdens de halve finale blijft de bovenste ring leeg, maar op zaterdag is het volle bak. De ultieme climax na twee weken songfestivalmagie.

En dan worden zondag de meeste nummers alweer uit de iTunes-bibliotheek gegooid. We nemen de comfortabele trein van DB Bahn terug naar Nederland en slapen ondertussen de kater van de avond ervoor eruit. Twee weken songfestival betekent twee weken even in een compleet andere wereld. Een kleurrijke, muzikale wereld waarin je verplicht je gedachten leeg moet maken. Helemaal niet erg. Sterker nog, het wordt afkicken en aftellen. Volgend jaar naar Bakoeeee!

Tschussi!

KS / FvdB

Dit artikel wordt mede mogelijk gemaakt door DB Bahn en Gay&Night Magazine.