De voornaamste reden voor bedrijven om geen werknemer met hiv in dienst te nemen is dat zij de kans op ziekteverzuim groot achten en de kans op infectie van andere werknemers zoveel mogelijk willen verkleinen. Het Aids Fonds toont met dit rapport aan dat er onder leidinggevenden nog veel misverstanden over de chronische ziekte hiv bestaan. 

Misverstanden over hiv
42 procent van de leidinggevenden is van mening dat er bij bedrijfshulpverlening (BHV) een risico op hiv-infectie bestaat. Onterecht, want overdracht van het virus zal zich niet voordoen als de normale protocollen in acht worden genomen. Nog eens 43% van de leidinggevenden ziet liever niet dat iemand met hiv in de bedrijfskantine werkt. Ook hier is sprake van een onterechte angst. De standaard horecaregel dat voedsel weggegooid moet worden als er niet hygiënisch gewerkt is, waarborgt dat er geen ziektes worden overgedragen. Een ander misverstand is dat werknemers met hiv meer risico op ziekteverzuim en uitval zouden geven. Bij grote bedrijven denkt 40% procent van de leidinggevenden dat een werknemer met hiv vaker verzuimt dan een werknemer zonder hiv. Hiv is tegenwoordig echter niet anders dan andere chronische ziekten.

Geen contract
Bijna de helft van de leidinggevenden (47%) zou iemand met hiv minder snel een vast contract aanbieden. Als belangrijkste reden waarom zij liever geen medewerker met hiv hebben geven zij hiervoor een grotere kans op ziekteverzuim (36%), gevolgd door geen risico willen lopen voor andere werknemers (22%). Sommige bedrijven zijn bang dat klanten afhaken of wegblijven (13%) of willen liever alleen gezonde werknemers in dienst (10%).

Inlichten hiv-status
Acht op de tien leidinggevenden zijn van mening dat iemand met hiv dit moet melden in een sollicitatiegesprek. Een sollicitant is echter niet verplicht een ziekte te melden tijdens een sollicitatie, tenzij de medische aandoening de kandidaat ongeschikt maakt voor de functie. Daarnaast vindt een ruime meerderheid van de leidinggevenden dat in geval van hiv niet alleen de arbo-arts (95%), maar ook personeelszaken (90%), de direct leidinggevende (80%) en de directie (88%) moeten worden ingelicht. Dit is in strijd met de privacyregels. De arbo-arts heeft zich bovendien te houden aan zijn of haar beroepsgeheim.

Een derde van de leidinggevenden (32%) wil niet dat de werknemer met hiv in contact komt met klanten. De helft (52%) wil niet dat klanten weten dat een werknemer hiv heeft.

Bron: Persbericht Aids Fonds