1. Gefeliciteerd! Je bent de nieuwe voorzitter van het Landelijk Homonetwerk Politie (ook bekend als Roze in Blauw). Je volgt daarmee de alom-gerespecteerde Jan Snijder op. Waarom wilde je voorzitter worden?

Inderdaad heeft Jan heel veel goede inzet getoond. Daarmee is hij baanbrekend bezig geweest, zowel binnen de politie als daarbuiten, naar de samenleving toe. Dat stokje mag ik overnemen en zo'n kans kan je niet laten liggen. Ik zie heel veel uitdaging in die functie en ga mijn best doen om wat Jan heeft neergezet verder uit te bouwen. Ik hou wel van uitdagingen, heb die altijd gezocht in de 27 jaar die ik nu bij de politie werk.

2. Is het LHP niet vooral symbolisch? Of hebben jullie ook echt iets in de melk te brokkelen?

We hebben wel degelijk een bijdrage die we leveren. Als het alleen om window-dressing ging, zou ik mij daarvoor niet willen lenen. Dat vind ik zonde van de energie. Naast voorzitter van het LHP ben ik beleidsadviseur op het thema LHBT (Lesbisch, Homo, Biseksueel, Transgender) bij het Landelijk Expertisecentrum Diversiteit van de Politieacademie. Die rollen kan ik goed combineren. Zodanig brengen wij advies uit aan de politiekorpsen als het gaat om interne aangelegenheden zoals diversiteit en sociale veiligheid voor LHBT's, maar ook over het politieoptreden naar de homogemeenschap bij bv discriminatiezaken. Dit heeft de afgelopen jaren aantoonbaar nut gehad. Een goed voorbeeld daarvan is het Netwerk Roze in Blauw van Amsterdam-Amstelland. Dat netwerk (en de collega's die er deel van uitmaken) is goed bekend. En Nederland heeft inmiddels binnen europa een voorbeeldfunctie op dit gebied. Ik zie ook dat de politie graag mee wil ontwikkelen, en in mijn functie ben je dan snel een gesprekspartner voor de mensen bij de politie die het uiteindelijk voor het zeggen hebben.

3. In de Reguliersdwarsstraat van Amsterdam zijn eindelijk camera's opgehangen. Ben jij daar voorstander van?

Tja, het ligt eraan waar die camera's voor dienen. Zelf heb ik geen problemen met camera's als daarmee meer veiligheid gewaarborgd kan worden.Ik ben geen voorstander van het vervangen van mensen door techniek. Het mag elkaar aanvullen maar de warmte van persoonlijk contact mag daar niet door verloren gaan. Daarnaast: men ziet op de reguliers graag een politieman of -vrouw in uniform, haha. 

4. En van lokhomo's?

Mijn persoonlijke mening: het kan een goed middel zijn om criminaliteit tegen te gaan of beter op te sporen. En dan moet je als politie ook creatief zijn. Het betekent wel een extra inzet van politiepersoneel. Wat mij betreft kan iedereen als lokhomo dienen: als (homo of hetero) burger extra alert zijn en altijd melding doen van strafbare feiten of verdachte situaties/personen. Inmiddels mag je er van uit gaan dat die melding serieus wordt opgepakt. En zo niet: dan kan je eventueel iemand van het netwerk inschakelen of melding doen op www.hatecrimes.nl. Ik lees zelf ook alle meldingen die via Hatecrimes binnen komen.

5. Het homogeweld neemt jaarlijks toe volgens de statistieken. Hoe kunnen we dat aantal verminderd krijgen?

Ik wil daar wel een nuance in aanbrengen: de politie meet tegenwoordig ook veel beter door nieuwe registratiemogelijkheden en heeft meer aandacht voor homogerelateerde delicten dan 5 jaar geleden. Hierdoor kan het ook lijken of er meer homogeweld is. Daarmee zeg ik niet dat het geweld niet toeneemt, maar daar zou wat mij betreft nog wel onderzoek naar gedaan mogen worden. En elk incident is er één teveel, laat dat duidelijk zijn. Hoe we dat verminderd krijgen? Daar heeft een ieder zijn verantwoordelijkheid in. Dus goed opletten wat je stappen zijn, altijd melden of de politie bellen bij verdachte situaties. En natuurlijk voor daders: toon respect en hou je handen thuis!

6. Homo's worden specifiek opgeroepen om aangifte te doen na een incident, maar het komt regelmatig voor dat er vervolgens op het bureau weinig mee gedaan wordt, zeker als het gaat om verbale incidenten. Dat gevoel heerst. Herken je dat?

Ja, dat herken ik. Ik heb zelf ook behoorlijk wat ervaring als uitvoerend politieman en ik kan niet ontkennen dat er met meldingen niet altijd wordt omgegaan zoals dat hoort. Binnen de politie is echter veel veranderd en er is blijvend aandacht voor discriminatie en onheuse bejegening. Wat het bij verbale incidenten wel vaak lastig maakt, is dat er sprake moet zijn van een strafbaar feit (overtreding van het Wetboek van Strafrecht) om aangifte te kunnen doen. Maar de politieman- of vrouw die een melding aanhoort moet altijd serieus omgaan met welke melding dan ook. De politie heeft dan soms alleen een verwijzende functie, maar daar kan iemand ook al mee geholpen zijn. Ook hier kan het meldpunt op hatecrimes.nl een oplossing bieden. En in het uiterste geval kan je je beklag doen bij de chef van een bureau, maar hopelijk zal dat niet nodig zijn.

7. In Amsterdam en nu ook Den Haag krijgen homogerelateerde incidenten een speciale code. Zou dit niet bij elk politiekorps zo moeten zijn?

Ook in andere korpsen wordt een dergelijke code gebruikt. Ik had het daar al over bij jouw vraag over statistieken. Dat maakt dat we o.a. meer te weten komen over bepaalde (onveilige) plekken of dadergroepen. Een landelijke code is er nog niet, maar onlangs heeft Minister Opstelten zich uitgesproken over het invoeren daarvan, dus er is werk aan de winkel. En dat is weer een stap naar verdere verbetering,

8. Ook binnen de politie zelf is uitkomen voor je homoseksualiteit nog helemaal niet vanzelfsprekend. Hoe wil je dat gaan aanpakken?

Ook daarvoor is een netwerk belangrijk. In sommige korpsen in Nederland lijkt het of er geen homo's werken. Dat is natuurlijk onzin. Een netwerk kan helpen om collega's te laten zien dat het veilig kan zijn (en zelfs een meerwaarde kan hebben) om voor je geaardheid uit te komen. Ik wil de komende jaren veel aandacht aan die (on)zichtbaarheid gaan geven en dus ook samen met de netwerken gaan zien hoe we dat kunnen verbeteren. En ik kan dan zelf uiteraard het goede voorbeeld geven. Ik heb 10 jaar "in de kast" bij de politie in Rotterdam gewerkt. Toen ik eenmaal de stap had gezet om voor mijn homoseksualiteit uit te komen dacht ik: 'waarom heb ik dit niet eerder gedaan'. Ik kreeg namelijk alle begrip en enorm veel steun van mijn collega's. Dat zegt absoluut iets over al die stoere politiemensen met een klein hart. Helaas moet ik bekennen dat ik ook nog wel eens verhalen hoor van collega's die het een stuk moeilijker hebben. Ook voor die collega's wil ik opkomen.

9. Is er een groot verschil tussen het beleid dat nodig is in de provincies en het beleid voor de Randstad?

 Zoals alle beleid bij de politie moet je altijd kijken wat er nodig is op welke plek. Dus de aanpak in Brabant is anders dan die in Den Haag, om maar als voorbeeld te geven. Maar het zou ook goed zijn om landelijk beleid door te voeren op een thema als homoseksualiteit. Zo krijgt iedereen een gelijke behandeling. Ook kunnen er dan geen verschillen van inzichten meer zijn over hoe om te gaan met bepaalde dilemma's.

10. Als je over tien jaar terugkijkt op je voorzitterschap, wat is dan het mooiste dat je bereikt hebt?

Ik maak dan onderscheid tussen intern en extern. Dus binnen de politieorganisatie en binnen de samenleving. Intern heb ik dan eraan meegewerkt dat het 'normaal' is om homo te zijn en dat je veilig en plezierig je werk kan doen zonder als 'anders' gezien te worden en daar op afgerekend te worden. Vanzelfsprekend zien we dan meer lesbo's, homo's, biseksuelen en transgenders bij de politie werken, met volle inzet van hun kwaliteiten. Extern zou er dan aantoonbaar minder homogeweld zijn en als dat toch voorkomt, wordt daar adequaat tegen opgetreden. De mensen hebben dan vertrouwen in 'hun' politie.

KS