Maar wat een geregel ook. Huisvesting regelen, vakken uitkiezen, allerlei verklaringen verzamelen. Oh, en het regelen van een visum komt behoorlijk dichtbij een militaire operatie. Maar erger nog: wat moet ik allemaal meenemen? Alleen de kledingkeuze bezorgt me al kopzorgen. Bestonden er maar grotere koffers.

Maar ach, het is voor een goed doel zullen we maar zeggen. Een heel goed doel.

Voor een half jaar ga ik de politiek van de Internationale Betrekkingen vanaf Amerikaanse bodem bestuderen. Ik krijg een kamer op de campus van de University of Virginia. Geen slechte verblijfplaats.

“Heb je eigenlijk gezegd dat je homo bent?”, vroeg een vriend onlangs toen ik het goede nieuws aan hem vertelde. “Eh, nee”, zei ik verbaasd. “Nou, je gaat toch een kamer delen met drie jongens?” Daar had hij gelijk in. Maar moet ik ze vertellen dat ik homo ben? Dat komt vanzelf wel ter sprake, dacht ik zo. “Ik zou er in ieder geval over nadenken of je dat moet zeggen”, voegde hij eraan toe.

Onzin. Dat vond ik het. Dat vind ik het. Maar erover nadenken, dat heb ik stiekem toch gedaan.

Het zou natuurlijk niet verkeerd zijn wanneer ik straks een kamer deel met drie stoere American football-spelers. Integendeel. Maar hoe staan die tegenover een homo op hun slaapkamer? Het spookte toch even door m’n hoofd.

Nee, ik ben niet bang om in elkaar geslagen te worden. Al heeft de universiteit een verleden omtrent geweld tegen homoseksuelen. Het zal – helaas – niet de enige plaats zijn waar dit gebeurd. De staat Virginia is weliswaar conservatief, maar een universiteit is over het algemeen stukken progressiever dan haar omgeving. Sterker nog: de University of Virginia kent een heuse homovereniging. Wat wil je nog meer? Eerst naar een goede basketbalwedstrijd, en daarna borrelen in de plaatselijke gay-bar. Mijn idee van een topavond.

Toch spookte de opmerking van die vriend langer door m’n hoofd dan ik wilde. Immers: dergelijke momenten zijn me niet vreemd.

Jullie kennen dat soort momenten ook: je leert iemand kennen, raakt aan de praat en wisselt persoonlijke ‘gegevens’ uit. Wie wat studeert, wie waar woont en wie van welke muziek houdt. Op de sportschool, tijdens je studie of op je werk. Uiteindelijk volgt altijd die vraag: heb je eigenlijk een vriendin? 

Nou, nee dus: ik ben homo.

Geen probleem natuurlijk, we schamen ons er immers niet voor. Maar het blijft toch altijd zo’n moment. Een moment dat je heel je leven zult blijven meemaken, simpelweg omdat je homo bent. Bij een hetero wordt er op zijn nieuwe werkplek nooit stilgestaan bij zijn geaardheid. Dat ligt bij ons toch net even iets ingewikkelder.

In Virginia zal dit, bijvoorbeeld met mijn huisgenoten, niet anders zijn.

Toch blijft het mijn keuze om er eerlijk over te zijn, en het te melden wanneer het terloops ter sprake komt. Zoals ik eveneens terloops kan melden dat ik een enorme fan van Bruce Springsteen ben, in politiek geïnteresseerd ben of rood een mooie kleur vind.

Het is voor mij geen issue.

Maar het is een feit dat ik er een tijdje over nagedacht heb in tegenstelling met mijn ‘het is geen issue-houding’. Blijft toch vervelend.

Raymond Mens