In juli 2005 kwam het bericht binnen dat twee homoseksuele jongens uit Iran waren opgehangen alleen op grond van hun geaardheid. Ik schrok daar heel erg van. Zoals iedereen weet ben ik voorstander van een helder immigratiebeleid: een asielvergunning voor hen die echt gevaar lopen in hun eigen land en terugkeer voor hen die, na een zorgvuldige procedure van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de rechter, de beslissing hebben ontvangen dat het voor hen veilig is in het land van herkomst. We kunnen in ons kleine landje nu eenmaal niet iedereen toelaten omdat het hier rijker is dan in zijn geboorteland.

Dat is de ene kant van het verhaal, aan de andere kant heb ik tijdens mijn gehele ministerschap geleefd met het schrikbeeld dat er iemand vermoord zou kunnen worden na terugkeer. De procedures zijn heel zorgvuldig, maar een garantie is er natuurlijk niet. Toen het bericht binnenkwam over de ophangingen heb ik dan ook meteen besloten de uitzettingen van homoseksuelen naar Iran op te schorten en ik heb de Minister van Buitenlandse Zaken gevraagd om een zogenaamd “ambtsbericht”. Zo’n ambtsbericht bevat informatie van onze ambassade(s) en van allerlei (mensenrechten-)organisaties. Het dient (mede) als basis voor het uitzettingsbeleid. In dat bericht stond dat de twee homoseksuelen niet waren opgehangen vanwege hun geaardheid maar omdat zij zich schuldig hadden gemaakt aan beroving, ontvoering en verkrachting van een minderjarige.

Ik heb toen een aantal ambtenaren bij elkaar geroepen, onder andere van de Directie Vreemdelingenbeleid en van de IND. We hebben uitgebreid (en in kleinere kring ook meerdere keren) gepraat over de situatie van homo’s in Iran. Daarbij waren ook altijd een aantal homoseksuele ambtenaren aanwezig en juist hen heb ik gevraagd naar hun inschatting. Was het veilig om homoseksuelen terug te sturen naar Iran? Was er meer informatie te verkrijgen over de situatie? 

Intussen was er in ons eigen land veel maatschappelijke onrust ontstaan over de mensenrechtensituatie in Iran en had ik met een aantal organisaties waaronder het COC over de situatie gesproken. Op basis van al die informatie heb ik toen besloten om wederom het uitzettingsbeleid van homoseksuelen naar Iran op te schorten en heb ik de Minister van Buitenlandse Zaken gevraagd om een nieuw ambtsbericht.

Op grond van dat ambtsbericht, met daarin opgenomen een rapport van Human Rights Watch

(waarin werd gemeld dat er sprake was van een systematische vervolging van homoseksuelen in Iran) heb ik op 17 oktober 2006 besloten de gronden voor het verlenen van een asielvergunning aan Iraanse homo’s te verruimen. Kortom: de ambtenaren zijn heel gedegen te werk gegaan en hebben me uitgebreid geadviseerd en ik heb weloverwogen de beslissing genomen. Ik denk nog vaak aan deze beladen periode terug. En ach ja, dat er toen Kamerleden waren die op een schreeuwerige manier een politiek slaatje uit deze zaak wilden slaan ……dat is van alle tijden. 

Rita Verdonk

Meer info over rita:
www.ritaverdonk.nl
www.trotsopnederland.com

Fotocredit: Boi Reuter