Mr. Sabine Jansen (COC) en prof. mr. Thomas Spijkerboer (Vrije Universiteit Amsterdam) onderzochten het afgelopen jaar hoe landen van de Europese Unie omgaan met asielverzoeken van lesbische, homoseksuele, biseksuele, transgender en interseksuele (LHBTI) asielzoekers die in hun land van herkomst vrezen voor vervolging vanwege hun seksuele oriëntatie of gender identiteit. Het onderzoek van VU en COC kwam mede tot stand dankzij steun van de Europese Commissie.

Een van de conclusies van het onderzoek is dat de lidstaten van de Unie regelmatig asielverzoeken afwijzen op grond van vooroordelen en stereotypen. Zo wordt niet geloofd dat een asielzoeker homo is omdat hij zich niet ‘nichterig’ genoeg gedraagt, wordt van een lesbische vrouw verwacht dat ze precies weet welke straf er in haar land op lesbische seks staat en wordt asiel geweigerd omdat mensen zich niet in de homo- of lesbische scene begeven. ”De geloofwaardigheid van asielaanvragen hoort niet te worden beoordeeld op basis van stereotype opvattingen”, aldus de onderzoekers. Veel Europese landen eisen van asielzoekers dat zij hun seksuele oriëntatie of gender identiteit in het land van herkomst geheim houden om op die manier aan homo- of transfoob geweld te ontkomen. Europese overheden – ook Nederland - sturen hen op deze wijze terug de kast in. ”Europese landen ondersteunen op deze manier homo- en transfobie; asielzoekers mogen niet de kast in gestuurd worden”, stellen de onderzoekers.

Ook blijkt uit het onderzoek dat bij de beslissing op asielverzoeken onvoldoende rekening wordt gehouden met het feit dat homoseksualiteit in veel landen strafbaar is. ”Asielzoekers uit zulke landen moeten in beginsel asiel krijgen”, vinden de onderzoekers.

Vicevoorzitter Wouter Neerings van COC Nederland: ‘Het COC zal de komende tijd, samen met onze Europese partnerorganisaties, bij Europese overheden aandringen op een asielbeleid dat LHBTI’s beter beschermt. Ook de Nederlandse regering zullen wij op de bovengenoemde drie punten aanspreken.”