Ik heb het gevoel dat ik moet vertellen hoe ik me voel en gevoeld heb tijdens mijn leven als homo. Ik werd sinds mijn geboorte als Jehova getuige opgevoed. Toen ik erachter kwam dat ik gevoelens had voor andere jongens was dat dan ook niet 'raar' of 'even schrikken', maar vooral onmogelijk.


Ik kan me goed herinneren dat ik me raar voelde als ik een man zonder shirt zag. Ik werd er erg giechelig van en moest blozen. Als ik een crush op een andere jongen had, legde ik geen link met homoseksualiteit. Deze gevoelens bleven jarenlang op dat niveau hangen. Toen ik uiteindelijk naar de middelbare school ging werd het allemaal heftiger en moeilijker. Ik realiseerde me wat ik was. En het jongetje dat ooit nog pienter, open en praatgraag was veranderde nu in een stille, verlegen en verdrietige jongen. Daarnaast was ik begonnen met masturberen. In het begin dacht ik nog dat het onschuldig was. Tot ik besefte dat wat ik deed, in de ogen van Jehova's getuigen (en dus mijn hele wereld) een gigantisch probleem vormde. Ik probeerde tevergeefs te stoppen met masturberen. Ik voelde me zo schuldig voor het aftrekken en de gedachten die ik tijdens die daad had. Na het klaarkomen viel ik telkens weer in een gat van depressie en schuld.


Het besef dat Jehova mij nooit zou vergeven of accepteren werd ook steeds sterker. Ik voelde me walgelijk, ik had geen eigenwaarde. Ik heb heel erg vaak aan zelfmoord gedacht. Avondenlang lag ik achter mijn slaapkamerdeur, in elkaar gezakt te huilen tot ik in slaap viel. Ik smeekte Jehova om zijn hulp, ik was zo bang dat hij mij niet zou accepteren. Maar mijn gebeden werden nooit beantwoord, waardoor ik me nog erger voelde. Het was tenslotte, in mijn ogen, het ultieme bewijs dat hij mij walgelijk vond. Ik kan je niet uitleggen hoe dat aanvoelt. Ik voelde me, al sinds mijn geboorte, onwaardig.
Mijn moeder maakte zich heel vaak zorgen om mij. Ik zorgde er altijd voor dat ik huilde wanneer zij niet thuis was. Ze dacht dat ik zo verdrietig was omdat ik geen vrienden had. Ze had absoluut niet door dat dit juist het resultaat was van het feit dat ik me terugtrok en niet met mensen omging. Op dat moment stond het vertellen aan mensen over mijn geaardheid zo enorm van me af. Ik dacht er niet eens aan, het was geen optie. Het idee dat ik naar mensen moest uitreiken voor hulp stond zo ver van me af. Van alles wat ik bij de Jehova's had geleerd, wist ik dat ik de hulp voorbij was. Ik was in principe aan het wachten tot Jehova me zou vernietigen.


Op dat moment besefte ik me dat ik niets te verliezen had, dus ik kon net zo goed proberen om een diener van Jehova te worden. Het was behoorlijk moeilijk. Mijn moeder was een alleenstaande ouder en ondanks dat we naar alle diensten gingen, ik altijd goed voorbereid was en we met allerlei evenementen hielpen, leken de andere 'broeders en zusters'ons niet te accepteren. Ze nodigden ons nooit uit voor meetings of bijeenkomsten. Ik deed dit tot ik een jaar of 19 was. Ik vroeg Jehova elke dag om vergiffenis. Hij luisterde echter nooit naar mij. Op financieel gebied kregen mijn moeder en ik het ook zwaar. En ook daarin kregen we weinig steun van onze broeders en zusters. Zelfs ondanks het feit dat mijn moeder een prominente was in de gemeenschap en ondanks mijn goede bedoelingen. In die tijd kwam het steeds vaker voor dat mijn moeder en ik avonden lang huilend in elkaars armen lagen. Op den duur was er een toespraak waarin werd verteld dat Jehova niet naar je uitreikt als jij zonden begaat. Ik betrok het onmiddelijk op mezelf en het besef begon te groeien dat ik verantwoordelijk was voor mijn moeder's ongeluk. Waarom was ik hier nog? Waarom ging ik nog naar deze bijeenkomsten? En waarom zou ik een persoon dienen die mijn gebeden niet verhoorde terwijl ik geen enkele kans heb gehad in mijn leven?


Daar was ik dan, geen vrienden, geen leven, ik was voor iedereen nutteloos. Maar nog steeds dacht ik niet aan uit de kast komen. Het werd steeds erger. Ik had nooit honger, dus ik at nooit. Dit duurde zo'n 9 weken en het werd alleen maar erger. Op den duur moest mijn moeder me drinkmaaltijden geven om me in leven te houden.


Ik deed toen niks anders dan huilen en slapen. De dagen werden donkerder en donkerder voor mij. Ik had bedacht dat ik binnenkort dood zou gaan en dat dit ook wel prima zou zijn. Mijn moeder maakte zich steeds meer zorgen en dwong me om naar de dokter te gaan. Die diagnoseerde me met een extreem agressieve depressie en ik kreeg antidepressiva voorgeschreven. Zijn diagnose deed mij helemaal niks. Voor mijn gevoel zat dit niet in mijn hoofd maar in mijn lichaam. Het voelde alsof ik dood aan het gaan was.


Niet lang na die diagnose waren we thuis aan het wachten op bezoek van 'de oudsten' (van de Jehova's). Mijn moeder was zo in paniek over mijn staat van ziekte dat ze deze mensen had gebeld. Ik hoorde hoe ze aan de telefoon begon te smeken en huilen om een bezoek van een van deze mannen. Om mijn moeder zo te zien, het was verschrikkelijk.


Uiteindelijk kwam ze naast me zitten en vroeg ze me: Is er iets dat je me niet vertelt? Ik zei natuurlijk nee. Ze bleef aandringen en vroeg het nog een keer. Deze keer antwoordde ik: Er is wel iets, maar dat wil ik je niet vertellen. Ze vroeg waarom en ik kon het haar niet vertellen. Ze ging door met vragen en ik vertelde haar: Mam, ik kan het niet vertellen omdat ik bang ben dat je me niet accepteert als ik het vertel. Ik wist meteen dat ik haar al te veel informatie had gegeven. Ze moest doorhebben dat ik homo ben. Toen zei ze dat het haar niet uitmaakte wat het ding was dat ik voor haar verborgen hield, maar dat ik het echt moest vertellen omdat het me alleen maar zieker zou maken. Uiteindelijk vroeg ze me: Ben je hetzelfde als die man van The Pet Shop Boys? Ze had me vaak genoeg naar hun platen horen luisteren, het was waarschijnlijk het enige 'gaye'in mijn leven. Ik kon alleen maar een 'Mam!'uitbrengen op een manier waarop ik eiste dat ze op zou houden met doorvragen. Maar ze hield niet op. "Ben je homo?"

Ik had geen energie meer in mijn lichaam en ook niet in mijn hoofd. Ik spuugde het woord 'ja' eruit. Ik stond op het punt om buiten bewustzijn te raken. Mam verzekerde me echter dat ze van me hield.

Hierna ging het met horten en stoten steeds beter. Ik had eerst nog een nervous breakdown omdat ik geen idee had hoe ik hiermee om moest gaan. Mijn gezondheid had een flinke deuk opgelopen, op den duur woog ik maar 49 kilogram. Ik werd opgenomen in een ziekenhuis, op de psychiatrische afdeling. Een homoseksuele broeder probeerde tegen me te praten. Ik weet nog heel goed dat ik hem echt haatte, omdat hij daar zo openlijk over zoiets verschrikkelijks als homoseksualiteit stond te praten.


Bij de Jehova's getuigen voelde ik ook geen warmte, in eerste instantie zeiden ze allemaal van mij te houden zoals ik was (iedereen wist het binnen een paar dagen in die gemeenschap) maar al gauw kwam het erop neer dat ik mezelf moest afleren om nog 'gay' te denken.


Op den duur dacht ik eindelijk: het is genoeg geweest. Het heeft tot mijn 21e levensjaar geduurd tot ik echt uit de kast kon komen en langzaamaan vrede met mijn geaardheid kon krijgen en ik wens niemand het traject toe dat ik heb moeten afleggen. Maar dingen werden pas beter toen ik er zelf in ging geloven en voor vechten. Ondertussen ben ik gelukkig met een man van wie ik zielsveel hou en sta ik zeker in het leven. Het was verdomd moeilijk om dit te schrijven en ik heb het grootste deel van het typwerk huilend gedaan.

Josh

Bron: http://www.freeminds.org/sociology/sexuality/growing-up-as-a-gay-jehovah-s-witness.html