We kennen Sophie Ellis-Bextor natuurlijk allemaal van de hit Murder on the Dancefloor, maar sindsdien heeft ze nog drie albums gemaakt. Make A Scene ligt inmiddels in de digitale winkel (in Nederland is het album alleen als download uitgebracht), waarop ze samenwerkte met de Freemasons, RichardX en Armin van Buuren.

Waarom duurde het zo lang tot je nieuwe album Make A Scene uitkwam?
‘Ik zat bij een heel fijn label van Universal, Fascination, waar ik samenwerkte met Peter Loraine, waar ik al sinds m’n eerste album mee samenwerk. Toen hij daar wegging leek het me een goed moment om m’n eigen label te beginnen. Ik wil niet ondankbaar klinken tegenover m’n oude platenmaatschappij, maar na tien jaar werd het gewoon tijd om op eigen houtje verder te gaan. En steeds meer artiesten gaan op die manier te werk. Als beginnende artiest is het misschien niet zo’n goed idee, dan heb je wel echt de steun van een label nodig om je meteen in diverse landen te introduceren, maar als je al een beetje meer gevestigd bent kan het prima. Het is wel wat meer werk, maar je krijgt er veel voor terug; meer controle en je hoeft veel minder exemplaren van je cd te verkopen om evenveel te verdienen. Dat is niet echt een sexy onderdeel van showbusiness, maar het is natuurlijk wel heel belangrijk. Toen ik net begon was het echt nog een big deal om een dag in een muziekstudio te mogen werken, maar tegenwoordig kun je gewoon wat muzikanten uitnodigen en in je eigen woonkamer op je laptop je album opnemen. Hoe fantastisch is dat? En dan heb je eigenlijk ook geen excuus meer om zo lang te doen over je cd als ik normaal gesproken doe, haha. Ik heb net een iPad2 gekocht zodat ik GarageBand erop kan zetten en voortdurend aan nieuwe liedjes kan werken.’

Je hebt al veel covers opgenomen: o.a. Jolene van Dolly Parton (daar is vooral Gay.nl hoofdredacteur Kristiaan een groot fan van), Yes Sir I Can Boogie van Baccara en Physical van Olivia Newton-John. Welk nummer zou je nog onder handen willen nemen?
‘Er zijn wel een paar nummers die juist wat meer uitgekleed zijn die ik graag zou willen coveren. Eigenlijk zou ik het liefst ooit een album maken dat wat puurder is, met meer echte instrumenten, meer akoestisch. En dan kan het nog steeds wel dansbaar zijn. Er is een nummer dat Message To My Girl heet, van Split Enz uit Nieuw-Zeeland dat ik echt te gek vind. Sommige liedjes zijn gewoon heel mooi en ik vind dat meer mensen ze zouden moeten horen. Dat soort nummers zou ik ook alleen maar coveren uit egoïstisch oogpunt, omdat het origineel natuurlijk altijd een stuk beter is. Ik bedoel, mijn versie van Jolene valt compleet in het niet bij de versie van Dolly Parton. Ken je de cover die Soft Cell in de jaren 80 maakte van Tainted Love, dat oorspronkelijk eigenlijk in de jaren 60 is gemaakt? Die is echt zo goed. Als je een cover doet, vind ik dat je of moet proberen om zoveel mogelijk als het origineel te klinken, of juist heel erg je eigen draai eraan moet geven.’

Je hebt door de jaren heen ontzettend veel nummers opgenomen die nog niet op je albums zijn verschenen. Ga je daar ooit nog iets mee doen?
‘Ik zou het inderdaad wel heel leuk vinden om ooit een compilatie van dat soort nummers uit te brengen. Misschien samen met een album met remixes. Dat is ook het mooie van je eigen label hebben, dan kun je zoiets veel makkelijker samenstellen en op iTunes zetten. Dus eigenlijk is er geen reden om het niet te doen! Als ik er ooit aan toekom om een album te maken met een totaal andere sound dan de dancemuziek die ik nu maak, zou het wel goed zijn om tegelijkertijd terug te kijken naar de afgelopen tien jaar en zo’n soort compilatie uit te brengen.’

Murder on the Dancefloor was echt een gigahit, gaat het nooit vervelen om dat nummer iedere keer weer te moeten zingen?
‘Nee, helemaal niet. Ik ben überhaupt heel blij dat ik al wat langer meedraai en liedjes heb gemaakt die mensen kennen en graag willen horen. Als ik na Murder helemaal geen nieuwe muziek zou hebben uitgebracht zou het een ander verhaal zijn natuurlijk, maar zolang ik het tijdens optredens kan combineren met vers materiaal vind ik het prima. Ik snap nooit zo goed waarom sommige artiesten hun oude hits niet meer willen spelen, misschien is het zelfs nog wel leuker dan een nieuw liedje zingen dat nog nooit iemand heeft gehoord.’

Is er onlangs niet iets vreemds gebeurd toen je optrad in een club?
‘Ja! Ik stond in Barcelona op te treden. Het was echt een heel fijne avond, met een leuk publiek. Ik was halverwege het laatste nummer, Murder on the Dancefloor, en ik voelde het ineens branden in mijn mond, heel chemisch. Ik keek naar het publiek en die waren ook allemaal aan het hoesten. Ik was helemaal buiten adem dus toen ben ik maar van het podium afgelopen. Tien minuten later ging het wel weer en heb ik het nummer afgemaakt, maar toen ik daar stond dacht ik wel ‘word ik nu vermoord op de dansvloer terwijl ik Murder on the Dancefloor sta te zingen?’ Je hoopt als mens toch op een andere manier aan je einde te komen.’

Je oudste kind is inmiddels zeven jaar oud, dus hij is zich vast wat meer bewust van de beroemdheid van z’n ouders. Hoe gaat hij daar mee om?
‘Zoals veel andere kinderen geneert hij zich af en toe wel als hij mama ziet zingen en dansen. Als zijn vader of ik ergens optreden vindt hij het vooral saai. Als je heel jong bent is een concert misschien een paar liedjes interessant, maar daarna wil je gewoon weer spelen. Hij geniet wel van de kleine extraatjes die erbij komen kijken, of als hij mee mag naar een festival. Maar ik neem hem bewust niet mee naar rode loper evenementen, want daar wil ik hem liever niet aan blootstellen. Nu hij op school zit vragen zijn klasgenootjes wel vaak aan hem of zijn ouders rijk zijn. Grappig hè, dat kinderen zich juist daar op focussen? Ik heb laatst een vintage poster van de Pink Panther gekocht, en toen we die gingen inlijsten had hij die poster vast. Ik zei ‘doe je er wel een beetje voorzichtig mee, want die poster kostte 100 pond’ en toen was hij zó boos op me dat ik zoveel geld had uitgegeven aan een poster. Hij dacht dat al ons geld nu op was. Dus ik vroeg aan hem ‘wat zeg je dan tegen je klasgenootjes als ze vragen of je moeder rijk is?’ en toen zei hij ‘vroeger was ze wel rijk, maar niet meer sinds ze die Pink Panther poster heeeft gekocht’. Dus hij is z’n onschuld gelukkig nog niet verloren. [lacht]’

Je hebt een vrij groot gay publiek, en in je geboorteland is huwelijk tussen twee partners van hetzelfde geslacht nog steeds niet toegestaan. Wat vind je daarvan?
‘Ik vind het echt belachelijk dat twee mannen of twee vrouwen nog steeds niet kunnen trouwen in Engeland. Dat moet hun eigen beslissing zijn. Ik heb nooit begrepen wat mensen daar zo op tegen kunnen hebben. Als mensen blij zijn en van elkaar houden, wat is dan het probleem? Aan de ene kant is het wettelijk gezien belangrijk dat homostellen dezelfde rechten hebben als heterostellen, maar afgezien daarvan ben ik echt een romanticus en vind ik dat mensen gewoon moeten kunnen trouwen als ze dat willen. Het is ontzettend ouderwets dat dat in sommige landen nog steeds niet kan. In Londen waar ik woon zijn de mensen gelukkig erg open-minded, daardoor vergeet je snel dat er nog steeds een boel steden zijn waar het erg zwaar is om homoseksueel te zijn. Ik heb een heleboel homovrienden in Londen, maar zodra je buiten de stad komt hoor je nog steeds homofobische grapjes en zo. Er moet echt iets aan gedaan worden.’

Wat kunnen we hierna van je verwachten?
‘Ik wil dit keer niet dat er weer zo lang voorbij gaat tot er een nieuw album van me uitkomt. Ik ben in de lente al een klein beetje begonnen, maar sinds mei ben ik druk geweest met het promoten van dit album. In het eerste kwartaal van volgend jaar wil ik er keihard tegenaan gaan. Het is mijn ambitie om twee kortere albums tegelijkertijd te maken: eentje met dansnummers en eentje met die andere sound waar ik het eerder over had. Maar goed, normaal gesproken doe ik er gemiddeld vier jaar over om een album op te nemen, dus of het ook echt gaat lukken moeten we nog maar zien. Ik weet niet of ik wel voor een van de twee kan kiezen, dus ik zou het echt heel fijn vinden als het me zou lukken om allebei tegelijkertijd te doen. Je moet je ook blijven ontwikkelen natuurlijk, en jezelf blijven pushen.’