Zo stemde de PvdA voor, maar zat ze wel behoorlijk in haar maag met de eigen islamitische achterban. De PVV leek zonder problemen voor te kunnen stemmen (want lief voor dieren en vervelend voor moslims), maar verslikte zich nog bijna in de fanatieke joodse lobby. De VVD  stemde ook voor, maar kreeg vanuit de liberale vleugel harde kritiek. De vrijheid van godsdienst zou namelijk worden aangetast.

Dat is misschien wel waar, maar helemaal niet erg. Ook voor een liberaal niet. De vrijheid van godsdienst wordt immers door diverse andere grondrechten (vrijheid van meningsuiting, vrijheid van drukpers, vrijheid van vergadering) allang gewaardborgd. Het is een overbodig begrip, waar regelmatig misbruik van wordt gemaakt. Laat ik eerst twee dingen vaststellen:

  1. De rituele slacht zelf wordt niet verboden, het gaat alleen om onverdoofd ritueel slachten.
  2. Onverdoofd slachten is momenteel al verboden, de wet maakt alleen een uitzondering voor de joodse en islamitische slacht.

Het voorstel is nu om daar onder het motto ‘gelijke monniken, gelijke kappen’ een einde aan te maken. De tegenstanders willen de uitzonderingspositie met een beroep op de godsdienstvrijheid in stand houden. Maar wat houdt die vrijheid in Nederland eigenlijk in? Artikel 6 van de Grondwet zegt het volgende:

Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.

De wet kan ter zake van dit recht buiten gebouwen en besloten plaatsen regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.

Godsdienstvrijheid is dus niet absoluut. De verantwoordelijkheid voor de wet gaat voor.

Als je daarover nadenkt, is dat ook niet zo gek. Anders zou je onder religieuze vlag de meest bizarre dingen kunnen doen. Als ik een godsdienst begin, vallen mijn boek en gebedsdiensten onder de godsdienstvrijheid. Maar als het (al dan niet ritueel of onverdoofd) slachten van jonge kinderen onderdeel van mijn religie is, mag de politie wel degelijk ingrijpen.

Vanuit diezelfde gedachte worden ook de reeds bestaande godsdiensten beperkt. Vrouwenbesnijdenis bijvoorbeeld wordt door veel Afrikaanse moslims en christenen als een religieus gebruik gezien. In Nederland vinden we het verminking en daarom staat er twaalf jaar gevangenisstraf op. Godsdienstvrijheid betekent niet dat je zomaar alles kunt doen.

Sterker nog: beperking van de godsdienstvrijheid door de wet is hard nodig om geen levensgevaarlijke samenleving te krijgen.

Door de neiging van veel religies om de samenleving aan alomvattende regels te onderwerpen, is beperking van de godsdienstvrijheid noodzakelijk om de vrijheid en veiligheid van eenieder te beschermen. Iedereen mag zijn godsdienst dus belijden tot het punt waarop hij er anderen schade mee toebrengt. Een gezond liberaal uitgangspunt.

Door dieren onverdoofd te slachten, breng je ze schade toe. Een dier is echter niet gelijk aan een mens. De discussie gaat er uiteindelijk dus alleen over of de mens de verantwoordelijkheid heeft om het dier tegen onnodig leed te beschermen. Zo ja, dan moet onverdoofd slachten voor iedereen verboden worden. Zo nee, dan mag voortaan iedere slachter, ongeacht zijn religie, zelf bepalen of hij het dier verdooft of niet. De wet moet dus hoe dan ook veranderd worden.

Roelof Smit