Mike had de noodzaak zelf aangekaart op school. Te vaak zag hij op het schoolplein dat jongeren voor ‘Homo!’ werden uitgemaakt. Hij had al jaren een conflictueuze verhouding met zijn rector. Sinds kort is hij boventallig verklaard en moet hij weg. Hij wordt door leerlingen op handen gedragen. Hij geniet in stilte van die bewondering. Ze weten wel dat hij homo is, maar hij praat er nooit over. Grapjes in de klas pareert hij met ’Ey, meneer homo, hè!’. 

Hij merkt dat het gebrek aan steun van zijn collega’s hem parten speelt. Zijn verontwaardiging is groot wanneer hij me erover vertelt. Ik adviseer hem niet alleen hoe hij tactisch kan opereren in zijn arbeidsconflict. Ik ga ook wat dieper met hem. Het valt me immers op dat hij zo stil valt als ik naar zijn gevoelens vraag. Hij begint dan rationeel zijn gedachten te vertellen. Hij houdt er niet van dat ik vragen stel over zijn homo-identiteit en zijn coming-out. ‘Ik ben allang uit de kast; geen problemen mee gehad. Klaar!’ Zo probeert hij me op zijn docentenmanier wat af te houden. Ik houd hem voor dat hij zich wel onafhankelijk opstelt. Alsof hij niemand nodig heeft. Alsof dat mogelijk een manier is om zichzelf staande te houden. ‘Terwijl je nu zo boos bent, zie ik tegelijkertijd je gezicht kleuren. Merk je dat?’ Hij bloosde nog meer. Nee, was het antwoord. Mike voelt niet zoveel. Dat is zijn redding geweest om zijn kwetsbare gevoelens te verbergen als 13-jarige. Ik vroeg hem stil te staan bij het blozen. Hij merkte het nu en zei dat het een gevoel van schaamte was.

Er kwam toen een herinnering in hem op van toen hij 13 was. Dat twee oudere meisjes hem vroegen ‘nog ’s zo’ te lachen. Ze deden hem een beetje nichterig na. Hij realiseerde zich dat ze hem op de hak namen. Dat er iets raars aan hem was. Wát wist hij nog niet. Wel dat hij anders was dan de andere jongens. Hij schaamde zich sindsdien over zijn hoge lach. Sterker nog, hij hield zich in. Met het verbergen van zijn lach verborg hij niet alleen zijn ‘anders-zijn’ maar ook zijn levendigheid. Hij was letterlijk wat terughoudend in het contact met anderen geworden. Hij voelt zich niet altijd welkom in de omgang met hetero’s. Dat ‘anders’ voelen is nooit meer weggegaan. Op de PC en in het weekend onder vrienden, is het anders, dan ‘scoort’ hij graag een ‘lekker ding’. 

Mike is een schoolvoorbeeld van homomannen die zich zwaar in de kast hebben gevoeld, volgens Bowen (1). Ze zijn na een lange innerlijke worsteling uit de kast naar ouders, vrienden en wat collega’s en gaan voor hun carrière. Het scoren van een date is een succeservaring. Goed voor hun ego. Ze komen daarmee in hun kracht, vaak door zich mannelijk te gedragen. Dat is immers normaal onder hetero’s. Ze compenseren daarmee het laatste stukje schaamte over zichzelf, over  hun gay-zijn. Deze homomannen leren leven met een sociaal masker. Ze worden het min of meer. Ze verbergen hun levendigheid, hun gebaartjes, etc. Met deze manier van doen zijn ze succesvol, maar raken zichzelf ook een beetje kwijt. Ze uiten hun ware gevoelens niet. Ze weten zich niet echt gezien. Eigenlijk leren ze zich nog beter te verbergen. Zo goed,dat ze hun ware gevoelens en behoeften zelf niet goed meer waarnemen, bijvoorbeeld de behoefte aan veiligheid en geborgenheid. Of de behoefte om te spelen en samen plezier aan seks te hebben. 

Seks kan bij hen in de loop der jaren een jacht worden, afgescheiden van de rest van de persoonlijkheid. Het zoeken naar seks kan onbewust een zoektocht naar bevestiging zijn. ’Ja, nu kan het nog. Ik ben nog jong!’, wordt er gezegd. Niet wetend welke bevestiging er eigenlijk gezocht wordt. Is het een ooit gemiste bevestiging van het gevoel ‘te kunnen zijn wie je bent’, levendig te zijn, populair te zijn, aantrekkelijk te zijn, potent en in charge te zijn? Normaal, schaamteloos homoseksueel te mogen zijn? In deze optiek lijken al die seksuele activiteiten een reparatie van een bedrukte jeugd. In negatieve zin: een drug tegen het ouder worden, het zoeken -maar niet vinden- van onderdrukte jeugdverlangens. Of in positieve zin: een telkens terugkerende uitdaging helemaal zichzelf te worden.

Marcel Holtslag

1. Literatuur: The Velvet Rage Overcoming the pain of growing up gay in a straight man‘s world, J.C. Owen.2005,2006. ISBN -10: 0-7382-1061-2. 


 [KS1]Deze zin komt erg uit de lucht vallen.