De herkomst van deze groeiende groep vluchtelingen is divers: Sommigen zijn het naburige Somalië ontvlucht waar de fundamentalistisch-islamistische Shabab-milities de in de Islamitische Wet voorgeschreven lijfstraffen op grote schaal toepassen, anderen zijn op de vlucht geslagen voor het weids verspreide seksuele geweld in de Democratische Republiek Congo, en nog anderen zijn de schrikbarend toenemende publieke vijandigheid jegens homoseksuelen in Oeganda, Rwanda en Burundi ontvlucht.

Homoseksualiteit in Afrika                                                                                 LGBT refugees Sub-Sahara Africa

Het thema homoseksualiteit is vrij recentelijk in menig Afrikaans land door lokale media en politici ´ontdekt´, waarbij het met chocoladeletters meestal negatief onder de aandacht van de bevolking is gebracht. Dit heeft er onder meer tot geleid dat de Britse Premier Cameron een aantal maanden geleden aankondigde te overwegen het respecteren van de rechten van homoseksuelen als voorwaarde te hanteren bij het toewijzen van Britse ontwikkelingsgelden. In het kielzog van Cameron volgden de Amerikaanse President Barack Obama, die in december jongstleden aangaf dat de strijd tegen homodiscriminatie een prioriteit in het Amerikaanse buitenlandse beleid zou moeten vormen, en de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties Ban Ki-moon, die afgelopen week tijdens het jaarlijkse overleg van de Afrikaanse Unie de Afrikaanse regeringsleiders opriep om de discriminatie van homoseksuelen een halt toe te roepen.  

Deze publieke steun van wereldleiders voor de strijd voor homorechten is door homo-activisten op het Afrikaanse continent verwelkomd, zij het met enige voorzichtigheid. Tijdens de bijeenkomst van LGBT-bewegingen uit Afrika, Azië en de Caraïben in het Britse Lagerhuis afgelopen dinsdag werd unaniem een oproep ondersteund, waarin westerse landen werden aangemaand zich niet dusdanig op te stellen alsof zij ´hun´ superieure waarden aan andere landen willen opleggen. Maurice Tomlinson, die op het Caraïbische Jamaica een juridische strijd voert tegen de homofobe wetgeving van het eiland, wijst hierbij op het feit dat ´de houding jegens homoseksualiteit niet zal veranderen tot de wet verandert, en dat de wetten niet zullen veranderen tot de publieke opinie jegens homoseksualiteit verandert. Slechts door  de publieke opinie te veranderen zullen politici in beweging komen. Politici zijn namelijk geen leiders, zij volgen alleen maar.´

'Plotseling leefden we in een nachtmerrie'                                                      Voor John en Paul, die sinds mei 2011 in Nairobi verblijven, is het nog steeds niet te bevatten. In 2009 konden ze nog ongestoord zoenen met elkaar in nachtclubs en hand in hand over straat lopen in Kampala, de hoofdstad van Oeganda. De bevolking stond niet stil bij het bestaan van homoseksuelen, tot een parlementslid in dat jaar een wetsvoorstel indiende dat de doodstraf voor homoseksuelen voorschreef wat internationaal tot veel ophef leidde. Vanaf dan werd het leven van homoseksuelen zoals John en Paul al snel een heuse nachtmerrie. Het begon met demonstraties, waarin homoseksuelen als ´beesten´ werden afgeschilderd. Op straat werden John en Paul opeens door volslagen vreemden uitgescholden, bedreigd en in elkaar geslagen, en weigerden winkeluitbaters het koppel de toegang tot hun winkel. In oktober 2010 werd de situatie levensbedreigend, toen een populair roddelblad in Oeganda de namen, foto´s en adressen van een twintigtal homoseksuelen publiceerde, waaronder deze van John en Paul, en een oproep lanceerde om homoseksuelen ´op te hangen´. Paul kreeg een groep indringers over de vloer, bewapend met stokken en machetes, en ontsnapte ternauwernood aan een lynchpartij door ingrijpen van de politie… die hem prompt arresteerde. In de gevangenis werd hij vervolgens door bewakers mishandeld en gefolterd. Uiteindelijk werd Paul uit de gevangenis vrijgelaten na de tussenkomst van Oeganda´s bekendste homo-activist, David Kato. Toen Kato een aantal maanden later op brutale wijze werd vermoord, besloten John en Paul om samen hun moederland te ontvluchten en een veilige heenkomen te zoeken in de anonimiteit van Nairobi.  

Inmiddels verblijft het paar bijna een jaar in de anonimiteit van Nairobi, maar biedt hun bestaan, net als dat van de overige homoseksuele vluchtelingen, weinig perspectief. In Kenia is het vluchtelingen niet toegestaan te werken en is homoseksualiteit eveneens illegaal. Terugkeren naar het vaderland is daarbij geen optie. Velen onder hen zien het uitwijken naar een ander land, bij voorkeur een westers land, dan ook als enige optie om een menswaardig bestaan op te bouwen in veiligheid. Ondertussen zet de organisatie, die John en Paul onder haar hoede heeft genomen, zich verder in voor het creëren van bewustwording van de schrijnende situatie van deze vergeten groep onder de vele humanitaire organisaties die actief zijn in het conflictrijke Oost-Afrika. ´Het is een tergend traag proces. Men is erg terughoudend in het besteden van aandacht aan deze specifieke groep van vluchtelingen, omdat er nou eenmaal veel problemen zijn in deze regio en men de prioriteiten elders legt.´     

JD / Bronnen: RNW Wereldomroep, Pink Paper