Naast dat dit een prachtig tijdsbeeld is (en alleen al vanwege de kleding is de serie de moeite waard om terug te kijken), is het een discussie over een fenomeen dat nog steeds actueel is. Anno 2012 wordt deze strijd uitgevochten in profielen middels disclaimers waarin bepaalde groepen verzocht wordt geen bericht te sturen – het virtuele equivalent van een puberkamer met een bordje op de deur “Verboden voor ouders” – en in reacties op columns van vermeende zestienjarigen. 

De jeugd lijkt de troef in hand te hebben, puur door simpelweg jong te zijn. Een vreemd soort iets om trots op te zijn, want het is de meest vergankelijke eigenschap. Maar waarom draagt de homo de jeugd op een dergelijk voetstuk? “Omdat ze iets zien wat ze vroeger wel wilden krijgen, maar niet durfden te benaderen” zegt Mike in bovenstaand fragment.

Wat het ook is, zij omschrijven de spanning die veel jonge homo’s ervaren als ze voor het eerst uit gaan. Ik had het zelf toen ik tandenknarsend van ongemak mijn eerste uitgaansstappen in het COC in Zwolle zette. Na entree namen de vriend die ik zo ver had gekregen om mee te gaan en ik plaats op een aantal pastelkleurige kussens gedrapeerd op lage banken in een halve cirkel, waardoor elke mogelijk barrière tussen mij en de rest van de kroeg nagenoeg verdwenen was. De sfeer die er hing liet zich het beste omschrijven tussen “vleeskeursessie” en “als jij zo meteen weggaat ga ik je achterna en als je dan je kauwgom weggooit ga ik het oppakken en koesteren en mezelf er langdurig mee bevredigen”, waardoor ik stoïcijns voor me uit staarde iedere keer als ik bij de bar een biertje bestelde, doodsbenauwd om per ongeluk oogcontact te maken en aangesproken te worden.

Het duurde maanden voordat ik er weer terugkwam. Het ongemak had deels te maken met een belachelijk hoog zelfbewustzijn rond die tijd, maar ook met het feit dat ik me een beetje schaamde voor de mensen die er zaten. Dit was niet hoe ik het me had voorgesteld; waar was de magie? In mijn hoofd had het een kakofonie moeten zijn van bulderende lachpartijen tussen warme groepen vrienden, geliefdes die na een etentje een borrel kwamen nemen, geroezemoes van toeristen, een kleurrijk gezelschap vreemden; jong en oud en alles daar tussen in en man en vrouw (en alles daar tussen in). Maar in plaats daarvan was de ruimte uitsluitend gevuld met mannen boven de veertig die voornamelijk aandacht leken te hebben voor alles onder de twintig. Het was een nogal treurig geheel dat een bepaalde wanhoop uitademde en bovenal wist ik dat ik hier nooit aan zou wennen.

Dus deed ik hetzelfde wat een 16-jarige homo in 1995 deed en wat een 16-jarige homo in 2015 nog zal doen; ontevreden en gedesillusioneerd zijn over wat er is en besluiten het dan maar zelf te doen: een eigen pad te kerven en zoveel mogelijk keuzes maken op weg naar een eigen persoonlijke definitie van homo-zijn.  

En misschien is dat wel de essentie van wat jong zijn is: de mogelijkheid om keuzes maken. Om ontevreden te zijn over wat er is, om het vervolgens te vernieuwen. Soms onbewust door er alleen maar anders over te denken, maar daarin vorm je toch een fris, nieuw geluid. Ouder worden betekent een terugloop aan dergelijke grootschalige keuzes; je vult steeds meer en meer in van wie je bent. “Je mist meer dan dat je meemaakt” is de gevleugelde uitspraak van Martin Bril, maar die wijsheid lijkt moeilijk te aanvaarden als realiteit. Toch is het waar; voor elke deur die je opent, sluiten er tien anderen, maar elke deur die je opent maken je meer en meer tot wie je bent. 

Ik vraag me af waar Julius en Mike nu zijn. Ze zijn nu respectievelijk 33 en 36. Ik heb het vermoeden dat ze veel toekomstige 16-jarigen iets nuttigs zouden kunnen vertellen, zelfs al zijn ze niet geboren in deze eeuw. 

Tim Meijerink