Klik hier voor het eerste deel

Kun je onderwerpen als relaties en hiv met je eigen vriendenkring bespreken?
Dat zou ik wel willen, maar mensen van mijn leeftijd denken niet over dat soort dingen na. Veel jongeren weten niet wat het inhoudt en denken er heel makkelijk over. Dat is schandalig want het valt vies tegen. Iedereen weet wel hoe je het oploopt en hoe je het kunt voorkomen, maar er wordt niet nagedacht over de consequenties. Hoe het leven eruit ziet nadat je het hebt opgelopen. Daar moet een beter beeld van komen.

Mensen zien het niet langer als doodvonnis.
Nee inderdaad. Eén of twee pilletjes en klaar. Maar psychisch, lichamelijk en sociaal komt er veel meer bij kijken dan die twee pilletjes.

Tegen welke mensen vertel jij dat je seropositief bent?
Tegen mijn beste vriend en vriendin heb ik het verteld, tegen mijn ouders en tegen iemand op het werk, voor als daar iets gebeurt. En verder eigenlijk niemand.

Dan draag je best vaak een geheim met je mee.
Zo voelt het niet echt. Ik ben er niet elke dag mee bezig. Als ik op een date ben, vraag ik me wel af hoe het gaat uitpakken. Wanneer vertel ik het wel en wanneer niet. Dat is heel ingewikkeld. Ik blijf altijd de angst houden dat de informatie bij mensen terecht komt waarvan ik niet wil dat ze het weten.

Wat voor mensen zijn dat?
De types die je in de kroeg tegenkomt en meteen een oordeel over je hebben. Mensen die niets met je te maken hebben. Ze hebben sowieso al een mening, maar met die informatie erbij weet je zeker dat die negatief is. Terwijl dat helemaal niet zo hoeft te zijn. Ik ben daar nu wel minder bang voor dan in het begin. Ik praat er nog steeds niet open over en ik vertel het niet tijdens de eerste dates, maar het is wel makkelijker geworden om er over te praten. Vooral met lotgenoten.

Blijft het voor je gevoel een taboe?
Ja, ik heb het wel eens met jongeren over hiv, maar niet over dat ik zelf seropositief ben. Dat blijft taboe. En ik ben bang voor het stigma en de reacties. Het is makkelijker om uit de kast te komen dan om te zeggen dat je hiv hebt. Als ik het nu tegen vrienden zou zeggen en ze reageren niet leuk, dan kan ik wel zeggen ‘maar ik heb het al zoveel jaar, en ik ben nog steeds dezelfde jongen, dus er verandert niets’.

Kreeg je na de besmetting eigenlijk psychische ondersteuning?
Die is er wel, maar ik had niet direct het idee dat ik dat nodig had. De eerste klap was toen ik op google las dat ik waarschijnlijk hiv had, niet eens zozeer toen de dokter het zei. De tweede klap is een jaar later pas gekomen.

Je vertelde in het vorige interview dat je je afzonderde van de wereld. Waarom was dat?
Ik was ontzettend bang dat mensen iets zouden weten of iets zouden zien. En misschien ook wel om iemand anders te besmetten, zonder dat dat zomaar kan trouwens. Het leek me wel even goed om geen contact met anderen te hebben, maar dat was alles behalve goed. Ik zat weken eenzaam thuis op m’n kamertje. Mensen dachten ‘leeft hij nog wel?’. Ik wilde dat niemand erachter zou komen. Ik schaamde me. Er spookten opeens zoveel dingen door m’n hoofd die er totaal niet zijn. Makkelijk is anders. Het heeft me bijna anderhalf jaar gekost om daar overheen te komen.

Je hebt dus bijna geen vrienden gezien die periode.
Klopt, ik ben veel vrienden kwijtgeraakt omdat ik ze niet meer zag. Veel hebben me laten vallen omdat ik niets meer van me liet horen. Van de mensen die niets van mijn hiv-status afwisten, snap ik dat. Maar er was een vriendin bij die het wel wist en zij nam op een gegeven moment geen contact meer op. Dat snap ik niet, ze wist waarom ik het zo zwaar had. Kijk, het hoeft er niet elke keer over te gaan, maar het is fijn als er af en toe naar gevraagd wordt. Dat heb ik in die tijd gemist. Met mijn beste vriend heb ik ook wel in een dip gezeten, maar hij heeft me nooit laten vallen. Ik zou niet weten wat ik zonder hem zou moeten. Het begin was lastig. Hij heeft veel vragen gesteld en we hebben er veel over gepraat. Na een tijdje verdween het feit dat ik seropositief was weer uit de vriendschap. Het leven gaat ook gewoon weer verder.

Je vertelde dat je de tweede klap pas na een jaar kreeg. Wat was de aanleiding daarvan?
Ik heb anderhalf jaar zonder medicijnen door kunnen gaan. Rond het moment dat ik die begon te slikken heb ik het heel zwaar gehad. Psychisch ging er bij mij een knop om van: ik ben echt ziek. Daarvoor merkte ik niets, nam ik geen medicijnen, was er eigenlijk nog niets veranderd. Het betekende een keiharde confrontatie. Er was dus toch iets mis. Toen heb ik hulp gezocht bij de internist en ook bij een psycholoog. 

Inmiddels heeft het totaal geen impact meer op m’n dagelijkse leven. Ik moet er alleen elke dag aan denken om m’n medicijnen in te nemen. Ik heb een tijdje gedacht dat ik m’n hele leven vrijgezel zou blijven, maar nu geloof ik er in dat het allemaal wel goed komt. Ik zie het niet meer als ziekte. Het is een chronische aandoening. Iets waar ik mee moet leven. Ik hoef niets te laten omdat ik seropositief ben en er is niemand die het merkt.

Vormt het voor je een belemmering met het opdoen van nieuwe contacten?
Ja, in het begin ben ik nieuwe contacten bewust uit de weg gegaan. Ik vulde al van te voren in dat niemand zou willen daten met iemand die seropositief is. En ik ging ervan uit dat iemand meteen zou willen stoppen als ik het zou vertellen. Maar ik denk er nu positiever over dan voorheen.

Gaat het dan om daten of ook om andere contacten?
Ook om normale contacten. Het is voor mij een heel lange tijd lastig geweest. Vooral dankzij het weekend met Jongpositief is dat omgeslagen. Daarna ben ik weer op stap gegaan, heb ik weer etentjes gepland en nieuwe contacten opgedaan. Vroeger zei ik altijd ‘nee’ als iemand me mee uit vroeg. Tegenwoordig zeg ik steeds vaker ‘ja’. Maar het is nog nooit zo ver gekomen dat ik overwogen heb hét tegen een nieuw contact te vertellen.

Wanneer heb je voor jezelf het gevoel gekregen dat je weer wilde daten?
Ook tijdens het Jongpositief-weekend. Ik heb daar een leuke jongen leren kennen waar ik mee ben gaan daten en waar ik een relatie mee kreeg. Dat heeft me geholpen om positiever te denken over daten en een relatie. Het was dan wel met iemand die ook seropositief is, maar het heeft me ook het vertrouwen gegeven dat ik een relatie kan hebben met iemand die niet seropositief is. Het is inmiddels weer uit, maar het was toen heel fijn dat ik niets hoefde uit te leggen en geen doktertje hoefde te spelen. Het is denk ik uitgegaan omdat ik het té graag wilde.

KS

Noot: de naam is gefingeerd, deel 3 verschijnt volgende week.