IranOpvallend aan deze zaak is dat het vonnis expliciet verwijst naar sodomie. Het Iraanse Wetboek van Strafrecht maakt geen onderscheid tussen sodomie en verkrachting, wat het voor buitenstaanders moeilijk maakt om duidelijk te krijgen of het een reguliere strafzaak betreft dan wel een expliciete vervolging van homoseksuelen. Omdat rechtszaken over morele aangelegenheden in Iran meestal achter gesloten deuren plaatsvinden ‘is het moeilijk om vast te stellen in welke mate degene die aangeklaagd en geëxecuteerd worden voor homoseksueel gedrag daadwerkelijk homoseksueel zijn en in welke mate het vermeende ‘misdrijf’ met wederzijdse toestemming is gebeurd’, aldus Human Rights Watch in haar in 2011 verschenen rapport “We are a Buried Generation: Discrimination and Violence Against Sexual Minorities in Iran”.  

Omwille van dit gebrek aan transparantie kan het volgens HRW niet uitgesloten worden dat Iran homoseksuelen, die met wederzijdse toestemming tot de daad overgaan, tot de doodstraf veroordeelt onder het mom dat deze aan verkrachting schuldig zijn.

Daarnaast is het in Iraanse rechtszaken vaak onduidelijk of de beklaagden daadwerkelijk homoseksuele activiteiten hebben ontplooid, of dat er slechts sprake is van een beschuldiging die voortkomt uit een ruzie of onenigheid over andere zaken.

Segregatie & zero-tolerance
De expliciete verwijzing naar sodomie in het vonnis ten aanzien van de vier mannen lijkt dan ook een novum te zijn. De homoseksuele geaardheid is op zich niet strafbaar in Iran, maar met deze uitspraak lijkt het Iraanse Hooggerechtshof (léés: het Iraanse régime) een duidelijk signaal af te geven aan de bevolking dat homoseksuele activiteiten niet getolereerd worden.

Hoewel de Iraanse President Ahmedinejad tijdens zijn privé-bezoek aan de Verenigde Staten vorig jaar nog verklaarde dat zijn land geen homoseksualiteit kent, wijzen Iraanse mensenrechtenorganisaties op het feit dat in een samenleving als Iran, waar de beide sekses door gedragsregels strikt gescheiden zijn, homoseksuele activiteiten onder de jeugd niet vreemd zijn.

Gorji Marzban, voorzitter van de in Oostenrijk gevestigde Oriental Queer Organization, bevestigt dat ‘de juridische ontkenning van homoseksuele relaties in Iran voortvloeit uit de Islamitische Wet’, oftewel de Shari’a. Met deze expliciete verwijzing naar sodomie in haar verdict, geeft het Iraanse régime ‘een duidelijke waarschuwing, niet alleen aan homoseksuelen maar aan het gehele Iraanse volk, dat seksuele relaties buiten het huwelijk niet acceptabel zijn’.

JD / Bron: GME