Jeroen zit er vreselijk mee omhoog. Hij heeft het idee dat hij te weinig geëxperimenteerd heeft met andere jongens nadat hij uit de kast kwam. Hij zegt nog veel uit te zoeken te hebben qua passie en mannen. Hij huilt als hij zich realiseert dat hij de liefde van zijn leven na acht jaar vaarwel moet gaan zeggen.

Beide weten ze dat Jeroen na zijn coming out de experimenteerfase heeft overgeslagen. Dat hangt als een zwaard van Damocles boven hun relatie. Juist in die zogenaamde coming-in-fase leer je als jonge gay het homoleven kennen met zijn uitgaansgedrag, parties, gayclubs en chatactiviteiten. Je komt erachter wat je okay vindt in homoseks en wat niet. Je gaat zien dat homo’s onderling erg verschillen. Dat moet je ook ervaren. Een fase waarin je veel date en ook vriendjes hebt maar je niet zo gauw bindt aan een huis samen of kinderen samen.

Jeroen zit in een dilemma. Hij heeft het idee dat hij de ervaringen die Dave wel heeft gehad, nooit gekend heeft en dat nu zonder Dave moet uitzoeken. Hij vindt dat hij een inhaalslag moet maken in zijn leven. Hij weet niet of Dave qua passie Mr. Right is. Hij kan niet vergelijken. Hij heeft er geen ‘feel’ voor ontwikkeld. Dat is een enorm gemis en maakt hem onzeker. Ze hebben een nieuw huis gekocht samen maar toch krijgen ze steeds ruzie tussen hun nieuwe meubeltjes.

Zo kwamen ze bij me in relatietherapie. Jeroen is nu zover dat hij de relatie denkt te willen beëindigen. Dave wil hem graag houden. Er zijn verder geen problemen in hun relatie. Dave heeft een baan, Jeroen studeert nog. Een panklaar recept heb ik niet voor ze. Ik kan ze wel helpen verder te komen.

Jeroen wil niet ‘zo’n rondneukende homo’ worden. Nu niet en toen niet. Daarom heeft hij toen meteen een vaste vriend gezocht. Hij was bang voor veroordeling. Alsof hetero’s niet hetzelfde doen. Ze zijn er alleen minder openlijk over. Het gesprek ging erover hoe je homoseksualiteit in jezelf geaccepteerd hebt. Jeroen zei dat hij homomannen eigenlijk als kneusjes ziet, zeker vergeleken met heteromannen. Dat typeerde zijn negatieve zelfbeeld. Inmiddels merkt hij wel dat hij qua leefstijl niet om ze heen kan. Zijn heterovriendinnen hebben allemaal een man en kinderen gekregen en raken uit beeld.

Wat nu? Jeroen zei dat hij nu echt wilde uitzoeken hoe het is om passie met een andere man te ervaren. Het liefst wil hij deze ervaringen delen met Dave. Als een kind die in het water plonst en tegen ze ouders roept: Kijk ‘s! Hij voelt zich er vreselijk alleen in en begint weer te huilen. Dave wil de deur niet op een kier zetten want hij is bang dat die dan wagenwijd open gaat. Dan kap ik er echt mee, roept hij boos. Hij is bang dat hij dan in een open relatie belandt en nooit meer terug kan. Ook bekende hij later in het gesprekstraject dat hij zelf ook wel eens wat meer met mannen zou willen. Daar keek Jeroen van op. 

Onder Dave’s boosheid zat de angst dat zijn relatie een janboel zou worden. Daar vertelde hij op mijn uitnodiging meer over. Ook hoe hij als kind ‘de boel bij elkaar moest houden’ bij zijn ruziënde ouders. Van die rol wilde hij nu wel eens af. Hij gaf het op zijn man te controleren. Hij verzuchtte: ‘Dan moeten we maar zien’.

Door zo met elkaar te praten maakten ze elkaar deelgenoot van hun verborgen gevoelens. Jeroen besefte dat hij niet meer alleen was in zijn relatie. Nu realiseert hij zich dat hij niet van Dave hoeft te scheiden, omdat hij het ook met Dave kan uitzoeken. Hij is in zijn eigen huis niet meer de only-gay-in-the-village die zijn seksuele verlangens moet verstoppen. Ze vertellen nu ieder hun erotische fantasieën over anderen aan elkaar.  Soms onbegrijpelijk voor de ander maar ze leren elkaars seksuele en passionele binnenwereld er wel beter door kennen. Grappig genoeg heeft het de seks  tussen henzelf bevorderd.

Tijdens individuele vakanties mag er nu daadwerkelijk wel eens wat gebeuren met anderen. Ze laten het bewust niet te dichtbij hun huiselijk leven komen. Ze spreken af dat Jeroen naderhand zal vertellen wat hij dan voelde en ook,wat hij niet voelde maar wel dacht te voelen, etc.  Dave laat zien met wat voor mannen hij chat in de tussentijd. Alleen de foto’s, niet de praatjes zelf.  Ze denken nog na wat er in Amsterdam  los van elkaar wel en niet kan. Ze hebben af en toe trio’s.

Daarnaast vindt Jeroen een baan naast zijn studie. Dit zorgt ook voor gelijkwaardiger rollen in het huishouden. Dave zit niet meer zo in zijn ouderrol. Het zwaard van Damocles heeft hen niet onthoofd. Jeroen bekijkt zich nu niet meer door de ogen van de heterowereld maar eerder door de ogen van Dave, en Dave zich door de ogen van Jeroen. Dat zijn ogen die hun homoseksuele lifestyle niet meer veroordelen maar hun eigen waarden en normen weerspiegelen.

Hun relatie gaat nu weer de goede kant op, het is geen mager zesje meer. Een goede relatie is overigens een relatie waarin voor beide de balans op positief staat. Dat ieder er meer uithaalt dan aan verliest.  Dat hoeft geen 99% te zijn, dan is 51 % voor elk ook al winst.

Marcel Holtslag

*namen zijn gefingeerd en persoonlijke gegevens en achtergronden zijn aangepast